Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-282

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 5 december 2014

aan de minister van Justitie

Vrouwen met een beperking - Kwetsbaarheid voor geweld - Onderzoek - Politionele en gerechtelijke statistieken - Specifieke richtlijnen van de procureurs-generaal - Beleidsmaatregelen - Interfederale nationale actieplan

vrouw
gehandicapte
positie van de vrouw
geweld

Chronologie

5/12/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2015 )
24/9/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-282 d.d. 5 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Deze problematiek valt binnen de bevoegdheden van de Senaat aangezien geweld op kwetsbare personen het voorwerp is van het interfederale Nationale Actieplan inzake geweld op vrouwen en kwetsbare personen.

Vrouwen met een beperking zijn kwetsbaarder voor geweld. Zo blijkt uit het masteronderzoek van Caroline Tack die als orthopedagoge afstudeerde aan de UGent (De Standaard 27/11/2014). In BelgiŽ is hierover nog niet echt een groot onderzoek gedaan, maar een recent Europees onderzoek bij 42.000 vrouwen in 28 EU-landen wees al op het knelpunt: vrouwen met een beperking zijn veel kwetsbaarder en worden gemakkelijker het slachtoffer van alle vormen van geweld. En dat is nog veelal een taboe.

Op vraag van Persephone, een vereniging van vrouwen en voor vrouwen met een beperking, die volgend jaar 20 jaar bestaat, peilde Caroline Tack naar deze problematiek in Vlaanderen.

Zij onderzocht waarom vrouwen met een beperking zo kwetsbaar zijn, over welk soort van geweld het gaat, hoe ze ermee omgaan en hoe ze gepercipieerd worden. Alvast bleek dat de meest voorkomende vorm van geweld waarmee deze vrouwen geconfronteerd worden, psychisch geweld is.

1) Wordt deze problematiek vanuit of in opdracht van de federale overheid onderzocht?

2) Heeft de federale overheid zicht op de prevalentie van geweld bij vrouwen met een beperking?

3) Neemt de federale overheid specifieke beleidsmaatregelen inzake geweld op vrouwen met een beperking? Zo ja welke;

4) Zal de federale regering erover waken dat het volgend interfederale Nationale Actieplan inzake geweld op vrouwen ook aandacht zal hebben voor deze specifieke doelgroep;

5) Verleent de federale overheid op een of andere manier steun of erkenning aan verenigingen of belangengroepen van deze personen en hen ze hen bij het federale beleid?

6) Is het mogelijk om via politionele en gerechtelijke statistieken een zicht te hebben op de omvang en de vormen van geweld waarvan vrouwen met een beperking het voorwerp zijn?

7) Zijn er binnen de richtlijnen van de procureurs-generaal inzake geweld op kwetsbare personen ter zake specifieke richtlijnen?

Antwoord ontvangen op 24 september 2015 :

Als algemene opmerking wordt er verwezen naar het antwoord dat collega mevrouw Elke Sleurs heeft gegeven op de schriftelijke vraag nr. 6-280 van het geachte lid.

1) Op heden is er geen specifiek onderzoek vanuit of in opdracht van de federale overheid lopende over deze problematiek.

2) De European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) heeft in maart 2014 een studie gepubliceerd over de prevalentie van geweld tegen vrouwen. Het concept « prevalentie » verwijst naar het percentage van de bevolking (= populatie) dat naar schatting gedurende een bepaalde periode aan een bepaalde ziekte of fenomeen lijdt, hier dus het geschatte percentage vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld. De FRA heeft tweeënveertig duizend vrouwen in de achtentwintig lidstaten van de Europese Unie bevraagd aangaande hun ervaringen van fysiek, seksueel en psychisch geweld, hierbij huiselijk geweld inbegrepen. In deze studie worden de Europese gemiddelde prevalentiecijfers van vrouwen met een beperking die slachtoffer van geweld worden, weergegeven. Het grootste verschil in prevalentie vindt men terug bij vormen van fysiek of seksueel partnergeweld, namelijk 34 % van de vrouwen met een gezondheidsproblematiek of beperking hebben dit meegemaakt tijdens hun relatie, in vergelijking met 19 % van de vrouwen zonder beperking.

In België zou, nog volgens deze studie, dit cijfer nog hoger liggen. De percentages van vrouwen met een beperking of gezondheidsproblematiek die sinds de leeftijd van vijftien jaar slachtoffer werden van geweld zijn de volgende :

– 41 % van deze vrouwen werd slachtoffer van fysiek of seksueel partnergeweld ;

– 56 % van deze vrouwen werd slachtoffer van psychologisch partnergeweld ;

– 34 % van deze vrouwen werd slachtoffer van fysiek of seksueel geweld door iemand anders dan de partner ;

– 68 % van deze vrouwen werd slachtoffer van seksuele aanranding.

3) Er is reeds voorzien in een strafverzwaring bij het plegen van fysiek, seksueel of psychisch geweld ten aanzien van een kwetsbare persoon (zie ook antwoord op vraag 6).

Verder neemt justitie trouw deel aan de voorbereidende werkzaamheden voor het nieuwe Nationaal Actieplan (NAP) gendergerelateerd geweld 2015-2019, die door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen gecoördineerd worden en waarbij stelselmatig afgetoetst wordt in welke mate het Belgische beleid voldoet aan de verplichtingen die ons onder andere in het kader van het CEDAW-verdrag van de Verenigde Naties (VN) en het CAHVIO-verdrag van de Raad van Europa worden opgelegd.

4) In het kader van het nieuwe NAP gendergerelateerd geweld 2015-2019, dat momenteel in de laatste fase van onderhandeling zit, zijn de partners, waaronder ook justitie, het erover eens om bijzondere aandacht te besteden aan de belangen en moeilijkheden van alle vrouwen en meisjes in een kwetsbare situatie en die geconfronteerd worden met meervoudige discriminaties, opdat alle componenten van de maatschappij, met inbegrip van de meest kwetsbare groepen (met name: slachtoffers van mensenhandel, migranten, vluchtelingen, asielzoekers, mensen zonder papieren, personen met een handicap, trans- en interseksuelen), kunnen genieten van bescherming tegen geweld en hulp aan slachtoffers van geweld.

5) Er wordt verwezen naar het antwoord op uw schriftelijke vraag nr. 6-280. Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen consulteert steeds de nodige middenveldorganisaties en belangengroepen bij de voorbereidingen van de nationale actieplannen.

6) Voor wat Justitie betreft is het helaas niet mogelijk om adequate cijfergegevens te verstrekken met betrekking tot geweld tegen personen met een handicap of vrouwen met een beperking. Zowel de algemene nationale gegevensbank (ANG) van de politie, als de databank van het openbaar ministerie bij de rechtbanken van eerste aanleg (REA/TPI), laten niet toe betrouwbare cijfergegevens te verstrekken over misdrijven waarvan specifiek personen met een handicap het slachtoffer waren. Een analyse van het aantal misdrijven waarvan zulke personen het slachtoffer zijn, zou een manuele telling vergen, hetgeen, gezien de werklast en de beperkt beschikbare capaciteit voor dergelijke statistische opdrachten, niet haalbaar is in het kader van deze parlementaire vraag. Maar ook dan blijft beeldvorming bijzonder moeilijk aangezien « personen met een handicap » of « vrouwen met een beperking » vanuit strafrechtelijk oogpunt ongedefinieerde begrippen zijn.

Weliswaar introduceerde de wet van 26 november 2011 tot wijziging en aanvulling van het Strafwetboek teneinde het misbruik van de zwakke toestand van personen strafbaar te stellen, en de strafrechtelijke bescherming van kwetsbare personen tegen mishandeling uit te breiden, een aantal relevante strafverzwaringen of bijzonderheden, doch « personen met een handicap » werd niet weerhouden als aparte categorie, noch werd het begrip gedefinieerd.

Het betreft in voornoemde wet met name strafverzwaringen indien gepleegd op personen waarbij de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid is aangetoond bij de misdrijven uit artikelen 142, 330bis, 347bis, 376, 377, 378, 380, 391bis, 405bis, 405ter, 417ter, 417quater, 417quinquies, 422bis, 423, 425, 426, 428, 429, 430, 433, 433quater, 433septies, 433decies, 442bis, 463, 471, 496 van het Strafwetboek. Er kan niet uit afgeleid worden dat elke persoon met een handicap als bijzonder kwetsbaar moet worden beschouwd of zich automatisch in de vereiste zwakke toestand bevind.

Maar ook wat betreft deze misdrijven gepleegd op personen die zich in een kwetsbare toestand bevinden, waaronder dus mogelijk vrouwen met een beperking , kunnen er geen coherente en betrouwbare cijfers opgemaakt worden.

7) Binnen het College van procureurs-generaal zijn er geen specifieke richtlijnen van strafrechtelijk beleid inzake de aanpak van geweld op vrouwen met een beperking. Er bestaan echter wel meer algemene richtlijnen, zoals bijvoorbeeld de gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal COL 4/2006 inzake het strafrechtelijk beleid bij partnergeweld en de gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal COL 16/2012 betreffende het slachtofferonthaal. Belangrijk is dat alle slachtoffers van geweld, van welke vorm dan ook en ongeacht de hoedanigheid van het slachtoffer, zo vlug mogelijk de stap durven zetten naar de politie en er vertrouwen in hebben dat hun klacht verder naar absolute tevredenheid zal afgehandeld worden.