Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2114

van Lionel Bajart (Open Vld) d.d. 11 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Religieuze liefdadigheidsorganisaties - Scherpere controle door de belastingdiensten - Nederland - Cijfers

religieuze instelling
godsdienst
islam
fiscale controle

Chronologie

11/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
12/2/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1336

Vraag nr. 6-2114 d.d. 11 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Voor wat betreft het transversaal karakter van de vraag: het Gewest kan gebedshuizen erkennen - meer bepaald 'lokale islamitische gemeenschappen' - op voorstel van het Executief van de Moslims van BelgiŽ (EMB). De erkenning geschiedt op basis van diverse adviezen waaronder een advies van de Staatsveiligheid. Erkende gebedshuizen moeten bepaalde voorwaarden naleven waaronder het voeren van een correcte boekhouding. Het betreft een transversale Gewestbevoegdheid. Ik verwijs naar het recent goedgekeurde verslag over de radicalisering in BelgiŽ namens de Bijzondere Commissie Radicalisering van de Senaat.

Deze vraag betreft een mogelijk gebrek aan transparantie inzake de financiering van religieuze organisaties. Het betreft niet enkel de erkende gebedshuizen en religieuze organisaties maar tevens in deze religieuze organisaties of gebedshuizen die niet erkend worden door de overheden.

De Nederlandse Belastingdienst en de opsporingsdienst FIOD hebben het afgelopen halfjaar bij minstens negen islamitische organisaties onderzoek gedaan naar giften en verdachte geldstromen.

Er zijn vermoedens van fraude, witwassen en misbruik van de belastingvoordelen voor goede doelen. Al eerder was bekend dat islamitische organisaties in Utrecht, Tilburg en Geleen worden verdacht van het witwassen van grote sommen geld.

Donderdag meldde NRC een witwasonderzoek bij een Iraanse onderwijsinstelling in Voorburg. Nu blijkt dat fiscale autoriteiten bij nog meer islamitische organisaties de boekhouding onderzoeken. Ook religieuze gebedshuizen worden tegen het licht gehouden. De boekhouding van de zogenoemde 'Glazen moskee' in de Rotterdamse wijk Feijenoord wordt aldus eveneens onderzocht. Voor de aankoop van dit gebedshuis kwam een half miljoen euro aan donaties binnen.

De financiŽle onderzoeken sluiten aan bij de wens van het Nederlandse kabinet om meer zicht te krijgen op de financiering van islamitische centra: "Het ministerie van FinanciŽn heeft ons al laten weten dat de belastingdienst liefdadigheidsorganisaties scherper gaat controleren."

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Kan u uitvoerig toelichten in hoeverre u de aanpak van het Nederlandse kabinet om liefdadigheidsorganisaties fiscaal scherper te gaan controleren en dit tevens in het licht van de daaruit voortvloeiende vaststellingen van witwassen, vervalste boekhouding, fraude en misbruik van belastingsvoordelen?

1.1) Kan u dit zeer concreet toelichten naar acties op het terrein en eventuele instructies aan de belastingdienst toe?

1.2) Overweegt u een gelijkaardige aanpak? Zo ja, kan u dit toelichten? Zo neen, waarom niet?

2) Kan u aangeven hoeveel liefdadigheidsorganisaties werden doorgelicht en dit de laatste drie jaar en kan u hierbij aangeven welke de meest voortkomende overtredingen waren?

3) Kan u aangeven bij hoeveel liefdadigheidsorganisaties verleden jaar er na controle sprake was van witwassen, fiscale fraude, sociale fraude of andere misdrijven?

4) Werden er fiscale en/of sociale overtredingen en/of misdrijven vastgesteld in erkende religieuze gebedshuizen en/of organisaties? Zo ja, om hoeveel gaat het en om welke erkende gebedshuizen gaat het?

Antwoord ontvangen op 12 februari 2019 :

Vooreerst wens ik op te merken dat een aantal aspecten van de gestelde vragen tot de bevoegdheden behoren van de minister van Justitie (aspecten van witwassen) en de minister bevoegd voor de Strijd tegen sociale fraude. Wat deze laatste aspecten betreft wordt verwezen naar een identieke schriftelijke vraag nr. 6-1337 van 14 april 2017 en het antwoord van de bevoegde staatssecretaris van 18 mei 2017.

De Belgische fiscale administraties in het algemeen, en de AABBI in het bijzonder, hebben, in tegenstelling tot de Nederlandse FIOD, geen bevoegdheid inzake de strijd tegen het witwassen en geen toegang tot de in dat kader gemelde financiële transacties. De Belgische fiscale administraties hebben enkel « fiscale » bevoegdheden van administratieve aard en enkel in dat kader worden individuele belastingplichtigen gecontroleerd op de naleving van hun fiscale verplichtingen. Bovendien geldt in België een « fiscaal » bankgeheim in de zin dat de fiscale administratie geen bankrekening kan inzien zonder aanwijzingen van fraude en zonder dat de betrokken individuele belastingplichtige vooraf is gevraagd om zijn bankrekening voor te leggen.

De AABBI heeft zich tot op heden niet specifiek ingelaten met de controle van (religieuze) VZW’s. De AAFISC voert controles uit bij VZW’s in het kader van de normale werkzaamheden van de controlediensten, waaronder die inzake de erkenningsprocedure voorzien bij artikel 14533 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

Daarnaast worden controles uitgevoerd in het kader het BELFI-project wat kadert in het « Kanaalplan » en wordt gebruikgemaakt van de nationale lijst van personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme (artikelen 3 en 5 van het koninklijk besluit van 28 december 2006). Personen die voorkomen op deze lijst en / of BELFI worden gekoppeld aan andere natuurlijke en rechtspersonen, waaronder VZW’s, via gekende linken (familiebanden, bestuurders, enz.). Indien er voor één van deze dossiers een teruggave gevraagd wordt inzake BTW, worden deze dossiers gecontroleerd.

Tot slot wordt bevestigd dat de CFI financiële verrichtingen van VZW’s heeft onderzocht, naar aanleiding van vermoedens van witwassen of financiering van terrorisme. In dergelijke dossiers komen de vermoedens meestal van de inlichtingendiensten of van de OCAD.