Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1478

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 12 juni 2017

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en Federale Culturele Instellingen

Cultureel erfgoed - Bescherming - Conventie van Nicosia van 19 mei 2017 - Omzetting

cultureel erfgoed
zwarte handel
internationale conventie
cultuurgoed

Chronologie

12/6/2017 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 13/7/2017 )
14/7/2017 Antwoord

Vraag nr. 6-1478 d.d. 12 juni 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag:

De conventie van Nicosia is een gemengd verdrag en moet zowel door de federale overheid als door de deelstaten worden ondertekend.

De plundertocht van Islamitische Staat in Palmyra herinnerde de wereld eraan dat de illegale handel in antiquiteiten een lucratieve business voor terreurorganisaties kan zijn. Binnen de Raad van Europa ondertekenden enkele landen, waaronder Cyprus, Griekenland, Portugal, ArmeniŽ, San Marino en waarnemer Mexico als eersten de zogenaamde Conventie van Nicosia.

Deze conventie bouwt voort op eerdere Unesco-teksten over de bescherming van cultureel erfgoed, maar voegt er een strafrechtelijke component aan toe.

De deelnemende landen moeten de illegale uitgraving, het vervoer, de verkoop en de aankoop van gestolen antiquiteiten als misdrijf bestempelen en in sancties voorzien. De bewijslast ligt bij de koper om aan te tonen dat zijn aankoop niet illegaal is verworven.

Kan de minister antwoorden op de volgende vragen:

1. Waarom werd deze Conventie door ons land, BelgiŽ, niet meteen ondertekend?

2. Wordt er thans overlegd tussen het federaal niveau en de deelstaten met oog op een eventuele ondertekening, en zo ja, waar en wanneer?

3. Wat zijn de eventuele knelpunten die de ondertekening door BelgiŽ nog in de weg staan?

4. Welke impact zal de ondertekening en de daaropvolgende ratificatie door ons land hebben op het federale beleid en de federale wetgeving?

Antwoord ontvangen op 14 juli 2017 :

Op 3 mei 2017 heeft de Raad van Europa een nieuwe Conventie ter vermijding en bestrijding van illegale handel in, en de vernietiging van, cultuurgoederen aangenomen. Deze Conventie stond reeds open voor ondertekening door de lidstaten op de vergadering van het Comité van ministers op 19 mei 2017 te Nicosia, waar vijf lidstaten van de Raad van Europa en een waarnemer de tekst inderdaad ondertekend hebben.

Deze Conventie is het enige internationaal verdrag dat strafrechtelijke sancties opstelt voor de illegale handel in cultuurgoederen. Het definieert een aantal misdrijven op dit vlak, duidt verzwarende omstandigheden aan voor professionele overtreders, en biedt een aantal preventieve maatregelen aan onder de vorm van inventarissen van cultureel erfgoed en archivering van handelstransacties.

Vele van de zevenenveertig lidstaten van de Raad van Europa, en a fortiori een federaal land als België, hadden onvoldoende voorbereidingstijd om deze tekst mee te ondertekenen. De conventietekst werd wel reeds besproken op de Werkgroep Gemengde Verdragen op 24 mei 2017. Daarbij werd vastgesteld dat het verdrag in de oprichting van een opvolgingsmechanisme voorziet, samengesteld uit vertegenwoordigers van de verdragspartijen. Voor ons land is het belangrijk een overeenkomst te vinden over de invulling van deze verplichting, en de juridische relatie met dit mechanisme vast te leggen. Na de verduidelijking over het opvolgingsmechanisme zal aan de gefedereerde entiteiten de nodige volmachten voor de formele ondertekening van deze Conventie in Straatsburg gevraagd worden.