Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9985

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 2 oktober 2013

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Justitie

Uitwijzing van Europese burgers - Schrapping van schijnzelfstandigen - Overzicht

verwijdering
EU-onderdaan
buitenlandse staatsburger
zelfstandig beroep
sociale lasten
sociale zekerheid
vrij verkeer van personen
vrij verkeer van werknemers
fraude
officiŽle statistiek
Dienst Vreemdelingenzaken
immigratie
beroepsmigratie

Chronologie

2/10/2013 Verzending vraag
7/11/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-9985 d.d. 2 oktober 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Europese eenmaking en het vrije verkeer bieden enerzijds heel veel voordelen en zorgen voor heel wat welvaart. Anderzijds wordt dat wettelijk kader ook oneigenlijk gebruikt en zelfs misbruikt. Om te vermijden dat de voordelen worden teruggeschroefd is het noodzakelijk die ongewenste neveneffecten aan te pakken.

Twee initiatieven waarvan sprake in mijn eerdere parlementaire vragen passen in dat kader. Zo werden op het einde van 2011 bijna 1000 burgers uit de Europese Unie (EU) in ons land uitgewezen omdat ze een onredelijke kost betekenden voor onze sociale zekerheid (schriftelijke vraag 5-4006). Ook de problematiek van de schijnzelfstandigheid was wijdverspreid, maar ook hier leverde een initiatief vruchten af. Op zes maanden tijd (van 1/10/2010 tot 31/03/2011) werden 700 aansluitingen als zelfstandigen op 2000 aanvragen geschrapt, of wel 35 % (schriftelijke vraag 5-4047).

Het is hoopgevend dat die initiatieven ons in staat stellen een einde te maken aan het verblijfsrecht van EU-burgers die onvoldoende bijdragen aan onze sociale zekerheid of als schijnzelfstandige ons land binnenkwamen. Wanneer heel veel mensen aanspraak maken op een uitkering zonder zelf bij te dragen, of hier met valse voorwendsel binnenkomen, vormt dit een bedreiging voor het evenwicht dat onze sociale zekerheid en onze welvaartsstaat betaalbaar moet houden.

Met deze initiatieven beschikken we over een selectieve systeem om de economische migratie binnen de perken te houden. De Europese eenmaking biedt, zoals gezegd, heel veel voordelen en zorgt voor heel wat welvaart. Om te vermijden dat de voordelen van een ťťngemaakt Europa zouden worden teruggeschroefd, is een aanpak van het misbruik noodzakelijk.

Met dergelijke maatregelen kunnen we ook de beweging inzetten van een passieve naar een actieve migratie. Dat is absoluut noodzakelijk als we van migratie een positief verhaal willen maken in de toekomst. Migratie kan op die manier nog een bron van rijkdom worden.

Migratie kan enkel een maatschappelijk draagvlak krijgen indien de controles streng zijn en indien zoveel mogelijk mensen in het reguliere arbeidscircuit terechtkomen om de financiŽle draagkracht van ons systeem te versterken. Migratiestromen zijn een maatschappelijke realiteit en we zullen die ook niet kunnen stilleggen. We moeten wel de ongewenste negatieve effecten van migratie aanpakken.

In dit kader volgende vragen:

1) Beschikt de staatssecretaris over cijfergegevens voor de afgelopen drie jaar met betrekking tot het aantal EU-burgers die uit ons land werden uitgewezen omdat ze een onredelijke kost betekenden voor onze sociale zekerheid?

2) Is zij van oordeel dat een gelijkaardig systeem voor niet EU-burgers zou moeten kunnen worden ingevoerd? Kan zij haar standpunt nader toelichten?

3) Beschikt zij over cijfergegevens voor de afgelopen drie jaar met betrekking tot het aantal aansluitingen als zelfstandigen dat werd geschrapt?

4) Deelt de staatssecretaris de visie dat migratie enkel een maatschappelijk draagvlak kan krijgen indien zoveel mogelijk mensen in het reguliere arbeidscircuit terechtkomen om zo de financiŽle draagkracht van ons systeem te versterken? Op welke manier wenst de staatssecretaris de economisch migratie in BelgiŽ precies vorm te geven?

Antwoord ontvangen op 7 november 2013 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

1) In 2010 heeft de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en einde gesteld aan het verblijf van 343 Europese unie (EU)- burgers en hun familieleden. Er werd toen echter geen onderscheid gemaakt tussen de personen die ten laste waren van het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) en deze die niet meer voldeden aan de voorwaarden van hun verblijf. Sinds 2011 krijgt de DVZ evenwel informatie van de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke integratie waarbij het mogelijk is geworden een einde te stellen aan het verblijf van de EU-burgers die een onredelijke belasting voor het Belgische sociale bijstandsstelsel betekenen. In 2011 werd om die reden een einde gesteld aan het verblijf van 989 EU-burgers, in 2012 aan het verblijf van 1 918 EU-burgers en in de eerste negen maanden van 2013 aan het verblijf van 1 130 EU burgers.

2) De DVZ krijgt reeds gegevens over bepaalde categorieën van niet EU onderdanen die een onredelijke belasting betekenen voor het sociale bijstandsstelsel. Dit is namelijk het geval voor niet- EU burgers die een verblijf hebben bekomen als familielid van een vreemdeling die hier een verblijfsrecht geniet (artikel 10 en 10bis van de wet van 15 december 1980) en een niet- EU student die een verblijfsmachtiging heeft bekomen in het kader van zijn studies (artikel 58 of artikel 9 van de wet van 15 december 1980). Daarnaast, is het mogelijk dat bij de verlenging van een tijdelijke verblijfsvergunning aan een derdelander gevraagd wordt om zelf het bewijs voor te leggen dat hij niet ten laste is van de Belgische Staat. Dit is het geval voor de vreemdeling die tijdelijk geregulariseerd werd om humanitaire redenen. Het is dus niet altijd nodig een link te hebben met de gegevens van de POD Maatschappelijke integratie.

3) Deze problematiek behoort tot de bevoegdheid van mijn collega van Middenstand verantwoordelijk voor de Rijksdienst Sociale Zekerheid voor Zelfstandigen (RSVZ).

4) De stelling dat migratie enkel een maatschappelijk draagvlak kan krijgen indien zo veel mogelijk personen in het reguliere arbeidscircuit terecht komen is wat beperkend. Migratie omvat verscheidene aspecten en één van de eerste prioriteiten is ervoor zorgen dat de migrant zich zo goed en zo snel mogelijk in onze samenleving kan integreren. Dit gebeurt niet enkel via arbeid, alles hangt af van het statuut van de migrant. Inzake economische migratie moet men er zich ervan vergewissen of de migrant mag werken. En de Dienst Vreemdelingenzaken wil de toegang en het verblijf vergemakkelijken via de dienst Economische Migratie. Maar algemeen gesteld behoort deze materie tot de bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, de FOD Werk en vooral van de gewesten.