Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-94

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 1 september 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Achterstallige vakbondsbijdragen - vakbonden - inhouding werkloosheidsvergoedingen

vakbond
werkloosheidsverzekering

Chronologie

1/9/2010 Verzending vraag
25/3/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-94 d.d. 1 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit casu´stiek blijkt dat werklozen die achterstallen hebben met de betaling van hun vakbondsbijdragen door de uitbetalingsinstelling van de betrokken vakbond worden 'gesanctioneerd' door het niet uitbetalen van hun werkloosheidsvergoeding.

Graag had ik antwoord gekregen op de volgende vragen:

1. Mag een vakbond de uitbetaling van de werkloosheidsvergoeding tegenhouden of vertragen wanneer een werkloze achterstal heeft met de betaling van zijn vakbondsbijdragen?

2. Hoeveel ontvangen de onderscheiden vakbonden als vergoeding voor de uitbetaling van de werkloosheidsvergoedingen en op basis van welke parameters worden deze vergoedingen berekend? Wil de minister het aantal uitkeringsgerechtigden vermelden die daar tegenover staan?

3. Hoeveel bedraagt de budgettering (2008, 2009 en 2010) van de HVW en hoeveel uitkeringsgerechtigden staan daar tegenover?

4. Is de federale overheid in staat om zelf volledig in te staan voor de uitbetaling van alle werkloosheidsvergoedingen? Zo niet, welke hinderpalen staan daaraan in de weg? Wat zou dit aan de Belgische staat kosten?

Antwoord ontvangen op 25 maart 2011 :

1) Wanneer de werkloze opteert voor een private uitbetalingsinstelling (UI), houdt dit in dat hij lid wordt van de organisatie die de UI heeft opgericht en dat hij zijn verplichtingen als lid naleeft, met name de betaling van een vakbondsbijdrage.

De statuten van de private UI's voorzien dat een ontslagnemend of uitgesloten lid geen aanspraak meer kan maken op de diensten van de UI om de betaling van zijn uitkeringen te bekomen.

Wanneer een UI een werkloze uitsluit wegens niet betaling van de bijdrage, moet ze de werkloze in kennis stellen van deze uitsluiting en van het feit dat ze voor de toekomst niet meer zal instaan voor de betaling van de uitkeringen; het is gepast om hem te suggereren zich tot een andere UI te wenden.

In een dergelijke situatie kan de UI de betaling van de uitkeringen slechts weigeren voor de toekomst. De uitkeringen die betrekking hebben op de periode tot op het einde van de maand in de loop waarvan de uitsluiting wordt betekend (dus vooraleer de overgang uitwerking heeft) worden dus nog betaald.

2) Het dienstjaar 2008 is het meest recente jaar waarvoor de administratiekosten van de UI werden afgerekend.

2008

ACV

ABVV

ACLVB

Vergoeding

74 314 269

68 827 430

12 686 499

Aantal gevallen

4 830 488

4 473 839

658 666

Een “geval” dient in het kader van de administratievergoedingen begrepen te worden als, de uitgave van werkloosheidsuitkeringen voor een werkloosheidsmaand, aan de werkloze voor zover gelijktijdig voldaan is aan de volgende voorwaarden:

De aldus tijdens een bepaald jaar weerhouden gevallen worden in rekening gebracht voor berekening van de administratiekosten van het overeenstemmende dienstjaar.

De formule “administratiekosten” houdt rekening met de volgende parameters:

Voor de “kleine” uitbetalingsinstellingen wordt, ter compensatie van het schaalnadeel, een extra bedrag voorzien.

3) budgettering HVW

HVW

2008

2009 (voorlopig)

2010 (voorlopig)

Vergoeding

33 347 000

35 085 919

41 382 000

Aantal gevallen

1 349 042

1 453 393

-

4) De potentiële situatie waarbij de RVA zelf zou instaan voor de betaling van alle werkloosheidsvergoedingen werd niet bestudeerd De mogelijke hinderpalen werden bijgevolg niet in kaart gebracht evenmin als de eventuele kosten die dergelijke beslissing met zich zou meebrengen.