Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9326

van Lies Jans (N-VA) d.d. 11 juni 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen

Strijd tegen armoede - Automatisering van rechten - Pensioensector - Inkomensgarantie voor ouderen - Gegevensuitwisseling met Federale Overheidsdienst FinanciŽn

armoede
minimumbestaansinkomen
sociale rechten
pensioenregeling
sociaal achtergestelde groep
Rijksdienst voor Pensioenen

Chronologie

11/6/2013 Verzending vraag
27/6/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-9326 d.d. 11 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de strijd tegen de armoede is een automatische toekenning van rechten een na te streven doel om te garanderen dat eenieder zijn rechten kan laten gelden. Zo bepaalt het federale regeerakkoord dat overal waar mogelijk de automatische toekenning van sociale rechten versneld zal worden ingevoerd. Ook het Federaal Actieplan voor Administratieve Vereenvoudiging 2012-2015 bevat maatregelen om bepaalde rechten automatisch toe te kennen. Hetzelfde geldt voor het Federaal Plan Armoedebestrijding dat de federale regering heeft goedgekeurd op 14 september 2012.

In het kader daarvan heeft het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting op vraag van zijn begeleidingscommissie een nota uitgewerkt rond de automatische toekenning van de rechten. Het heeft onderzocht welke rechten er al automatisch worden toegekend, en vooral voor welke rechten ambtshalve onderzoek vanwege de bevoegde instanties naar de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om het recht te openen mogelijk is.

Zoals beschreven in de nota is het doel van de automatisering een grotere effectiviteit van rechten, door een vermindering van de non-take-up van rechten, een fenomeen dat wijder verspreid is dan algemeen gedacht en dat in het bijzonder de meest kwetsbare mensen treft. In termen van armoede vermindert de non-take-up de impact van het sociaal beleid en het zorgt voor een verarming van de personen die de rechten niet vragen waarop ze een beroep zouden kunnen doen.

Wat betreft de automatische toekenning van pensioenrechten lezen we dat er al heel wat realisaties zijn, vooral op vlak van de rust- en overlevingspensioenen van werknemers. Dit is ongetwijfeld een positieve evolutie.

Wat de inkomensgarantie voor ouderen betreft is er echter een probleem met de gegevensuitwisseling met de Federale Overheidsdienst (FOD) FinanciŽn. Vooral inzake de opvolging van dossiers zouden er problemen zijn omdat de FOD FinanciŽn geen wijzigingen doorgeeft.

Naar aanleiding hiervan heb ik de volgende vragen:

1) Wat is de stand van zaken inzake de automatische toekenning van inkomensgarantie voor ouderen?

2) Heeft de minister naar aanleiding van het bovenvermelde probleem overleg gehad met de bevoegde diensten van de FOD FinanciŽn?

3) Zo ja, welke stappen zijn er afgesproken om de bestaande hinderpalen weg te werken?

4) Zo niet, ziet de minister in de toekomst een mogelijkheid tot overleg om zo tot een gecoŲrdineerde oplossing te komen?

5) Welke specifieke maatregelen zal de minister nemen om de verdere automatisering van de inkomensgarantie voor ouderen te bewerkstelligen?

6) Wat is het concrete tijdschema waarbinnen de veranderingen kunnen worden doorgevoerd?

Antwoord ontvangen op 27 juni 2013 :

Hierna geef ik antwoord op de door de senators gesteld vragen.

1. In de Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)-wetgeving van 2001 is een automatisch onderzoek naar de rechten op inkomensgarantie voor ouderen voorzien als de betrokkene:

  1. Een pensioenaanvraag indient ten laste van een Belgische verplichte pensioenregeling ( omgekeerd geldt aanvraag om IGO ook als pensioenaanvraag in de Belgische wettelijke pensioenregelingen);

  2. Een pensioen geniet in de regeling voor werknemers of voor zelfstandigen, zelfs indien vervroegd toegekend;

  3. Een tegemoetkoming aan gehandicapten geniet;

  4. Het bestaansminimum ontvangt.

De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) onderzoekt automatisch het recht op IGO wanneer iemand op 65 jaar met pensioen gaat, en sinds oktober 2010 ook voor mensen die vervroegd met pensioen gingen wanneer ze 65 worden.

De RVP is ook bezig met onderzoek met terugwerkende kracht voor wie het recht op de IGO in het verleden niet werd onderzocht. Deze inhaalbeweging wordt georganiseerd sinds januari 2011 door elke maand alle vervroegd gepensioneerden in één geboortemaand vóór 1945 te screenen.

Ik ben, net zoals u, van oordeel dat de dossiers van de IGO trekkers die al geruime tijd (bijvoorbeeld tien jaar) een IGO genieten, ambtshalve zouden moeten heropend worden en dat voor gepensioneerden die al een zekere tijd op pensioen zijn en een pensioentje hebben dat lager ligt dan de, ondertussen verhoogde, inkomensgarantie een ambtshalve onderzoek zou moeten plaatsvinden. Maar gelet op de grote aantallen (gemakkelijk 200 000 bijkomende onderzoeken), is dit voor de administratie momenteel een onmogelijke opdracht.

2. Het onderzoek IGO is een tijdrovend proces dat niet geautomatiseerd kan verlopen. Het moet altijd starten met een verklaring van de aanvrager en de samenwonenden die dan door de Rijksdienst voor pensioenen en de fiscale administratie grondig moet onderzocht worden. Er bestaat immers geen uniek inkomstendossier per inwoner. En het is niet omdat men een klein pensioentje ontvangt dat men er zomaar kan van uitgaan dat men geen andere inkomsten heeft.

3. De RVP en de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën hebben afgesproken om de gegevensstroom tussen beide instellingen zo volledig mogelijk te automatiseren. Dit zal de RVP toelaten om de wijzigingen in de jaarlijkse aangiftes te kunnen filteren en zicht te krijgen op de verhandeling van onroerende goederen. Ik wijs mevrouw de Senator ook op het feit dat de door de FOD Financiën in 2009 opgerichte cel CCI specifiek voor de RVP en de Dienst mindervaliden opzoekingen verricht in het kader van het inkomensonderzoek. Dit laat toe om de dossiers sneller af te handelen en de controle te verbeteren.

4. Bij gebrek aan een inkomenskadaster is een continu automatisch onderzoek niet mogelijk.

5. De Rijksdienst voor pensioenen zoekt altijd de meest automatisch mogelijke oplossing voor het afhandelen van zijn taken. Ook voor het afhandelen van de IGO-dossiers gaat de Rijksdienst zo ver als mogelijk. Zoals gezegd is de enige lacune momenteel het automatisch opstarten van het onderzoek naar het recht op IGO voor gepensioneerden die al enige tijd op pensioen zijn en wier pensioen lager ligt dan het IGO-bedrag. Maar door de grote massa, is dit voor de administratie momenteel een onmogelijke opdracht.

Ik wil het geacht lid er ook op wijzen dat in 2011 de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s), de ziekenfondsen, de sociale diensten en de vakbondsorganisaties via een mailing werden gevraagd om hun aangeslotenen te herinneren aan hun rechten inzake de IGO. Zij zijn het best geplaatst om samen met hun klanten of leden na te gaan of deze al dan niet een recht zouden kunnen openen op een inkomensgarantie voor ouderen.