Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9246

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 6 juni 2013

aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken

Rosetta-plan - Overheidsdiensten - Stand van zaken

werkgelegenheidsbevordering
aanwerving
officiŽle statistiek
eerste betrekking
jeugdwerkloosheid
overheidsapparaat

Chronologie

6/6/2013 Verzending vraag
13/9/2013 Antwoord

Gelijkaardige vraag ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-9862

Vraag nr. 5-9246 d.d. 6 juni 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Naar aanleiding van de hoge jeugdwerkloosheid in WalloniŽ werd de startbaanovereenkomst, ook wel het Rosetta-plan genoemd, in 1999 goedgekeurd. Dit hield in dat een organisatie met minstens 50 werknemers, 3 % extra (laaggeschoolde) jongeren, onder 26 jaar, in dienst moest nemen. Na een tijd werd het plan bijgesteld. De jongeren mochten ook hooggeschoold zijn en er kwamen subsidies om de verplichting te verzachten. Er werd een plan opgesteld dat zowel voor Vlaanderen als voor WalloniŽ hetzelfde was. Nochtans kampten deze twee regio's met andere problemen. Vooral in Vlaanderen kregen veel bedrijven subsidies voor jongeren die ze anders ook hadden aangenomen. Het plan verstoorde daarbovenop de arbeidskansen van andere groepen, vooral ouderen.

Het Rosetta-plan is voor de privť-sector al een tijd vervangen door andere banenplannen. Voor de overheidsdiensten bestaat het plan nog steeds.

1) Hoeveel aanwervingen vonden er tijdens de periode 2000 - 2013 plaats binnen een Rosetta-plan bij de federale overheidsdepartementen, opgesplitst naargelang de taalrol?

2) Hoeveel aanwervingen werden onmiddellijk of zeer kort na het verstrijken van dat plan verlengd met een contract van onbepaalde duur en bij het bereiken van de leeftijd van 26 jaar, opgesplitst naargelang de taalrol en naargelang departement? Hoeveel van deze verlengingstewerkstellingen vonden er plaats, zonder dat er voorafgaandelijk wervingsverrichtingen waren gebeurd of zonder dat men geslaagd moest zijn voor een examen?

Antwoord ontvangen op 13 september 2013 :

Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de heer Hendrik Bogaert, Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten.