Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-8322

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 27 februari 2013

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Voedseloverschotten - Wegschenken van voedsel - Aanmoedigen van winkelketens - Aanpassing wetgeving

paardenvlees
gift
hulp aan minderbegunstigden
overtollige voorraad
armoede
voedingsproduct
grootwarenhuis

Chronologie

27/2/2013 Verzending vraag
15/3/2013 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-8321

Vraag nr. 5-8322 d.d. 27 februari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Nu het paardenvleesschandaal blijft uitdeinen worden ook de verschillende handelwijzen van de betrokken landen duidelijk. In Finland schenkt een producent zijn maaltijden met paardenvlees weg aan een goed doel, in Duitsland wordt opgeroepen om hetzelfde te doen onder voorwaarde dat er nieuwe etiketten worden aangebracht. In BelgiŽ is hiervan echter geen sprake. De FOD Volksgezondheid zal het voedsel met paardenvlees niet vrijgeven aangezien het deel uitmaakt van het onderzoek. Als blijkt dat er met de maaltijden gefraudeerd werd worden deze vernietigd.

In Herstal werd er een merkwaardige overeenkomst gesloten bij het vernieuwen van de licenties van de lokale Carrefour. Al het voedsel dat niet meer verkocht mag worden maar nog steeds eetbaar is, zal geschonken worden aan verenigingen voor minderbedeelden. Een werkwijze die in alle supermarkten van Herstal zal doorgetrokken worden en ondertussen door Carrefour in al hun winkels wordt toegepast.

Mijn vragen aan de geachte minister van Volksgezondheid:

1) Wordt er nagedacht om de Belgische wetgeving aan te passen zodat het perfect eetbare voedsel in een situatie zoals deze in de toekomst niet vernietigd hoeft te worden?

2) Welke winkelketens werken momenteel al samen met organisaties om hun voedseloverschotten te doneren aan minderbedeelden?

Mijn vragen aan de geachte minister van Middenstand:

3) Worden de Belgische winkelketens aangemoedigd door de overheid om dit te doen? Hoe gebeurt dit?

4) Worden zij geÔnformeerd over de mogelijkheden en de praktische organisatie voor het wegschenken van voedsel?

Antwoord ontvangen op 15 maart 2013 :

1. Het koninklijk besluit van 13 september 1999 betreffende de etikettering van voorverpakte levensmiddelen stelt in artikel 2 dat een aantal vermeldingen verplicht moeten opgenomen worden op het etiket, waaronder de verkoopsbenaming en de lijst met ingrediënten.

Aangezien levensmiddelen met een fout in de ingrediëntenlijst niet automatisch als schadelijk worden aanzien, kunnen dergelijke producten verdeeld worden aan bijvoorbeeld voedselbanken of caritatieve instellingen mits het respecteren van een aantal voorwaarden waardoor de voedselveiligheid gegarandeerd wordt.

De consument moet met name steeds kunnen beschikken over correcte informatie over de samenstelling van het product, daarvoor is dus een aanpassing van de etikettering nodig. Verder dient natuurlijk ook de koude keten gerespecteerd te worden en moet de traceerbaarheid gewaarborgd zijn.

Aangezien de huidige regelgeving het uitdelen van dergelijke producten reeds toelaat onder bepaalde voorwaarden, zijn geen aanpassingen aan de bestaande wetgeving nodig.

2. Meerdere grote winkelketens werken op verschillende niveaus samen met voedselbanken en caritatieve organisaties om voedsel te schenken aan minderbedeelden. Dit is uiteraard geen exhaustieve lijst. Het gaat hier zowel om de jaarlijkse inzamelacties voor de voedselbanken in de winkels via de consument, ophalingen in de winkels van producten dicht bij vervaldatum door de voedselbanken, schenkingen in het kader van structurele overeenkomsten met voedselbanken als ook kleinschalige acties met lokale verenigingen.

3. De winkelketens worden inderdaad aangemoedigd om voedseloverschotten te schenken aan behoeftigen. Het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) heeft in dit kader een aantal initiatieven genomen – onder de vorm van omzendbrieven en brochures gepubliceerd op de website van het FAVV – om het schenken aan voedselbanken en caritatieve instellingen gemakkelijker te maken, zonder natuurlijk afbreuk te doen aan de garantie van voedselveiligheid.

Er werden richtlijnen gegeven en een affiche verspreid waarin de betekenis en de interpretatie van de bewaardata op levensmiddelen uiteengezet worden. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de uiterste verbruiksdatum (te gebruiken tot) en de datum van minimale houdbaarheid (ten minste houdbaar tot) en op de gevolgen met betrekking tot de kwaliteit en de veiligheid van de producten als die data worden overschreden. De uiterste verbruiksdatum is van toepassing op bederfbare producten. Deze mogen niet meer na deze datum geconsumeerd worden. De datum van minimale houdbaarheid heeft betrekking op de kwaliteit. Eens die datum voorbij is mogen de producten nog geconsumeerd worden.

Verder werden - om te vermijden dat de bevoorrading van voedselbanken en caritatieve instellingen zou afnemen door administratieve verplichtingen - ook een aantal versoepelingen gerealiseerd inzake traceerbaarheid. In geval van leveringen aan caritatieve instellingen en aan voedselbanken volstaat als registratie van uitgaande producten de lijst van vestigingen waaraan geleverd werd. Voor caritatieve instellingen en voedselbanken volstaat als registratie van inkomende producten de lijst van vestigingen waarvan de producten afkomstig zijn.

Ik heb eveneens, samen met Comeos, Fevia, de Federatie van de Voedselbanken, het FAVV en de drie gewesten een gezamenlijke oproep gelanceerd onder de vorm van een brochure aan alle bedrijven om voedselverspilling te voorkomen en om giften van onverkochte voeding aan de voedselbanken aan te moedigen.

4. Die verschillende voormelde initiatieven sensibiliseren en informeren de winkelketens met betrekking tot welke levensmiddelen aan de voedselbanken kunnen geschonken worden en over de praktische vereisten rond voedselveiligheid. Deze initiatieven kaderen binnen een sociaal en duurzaam voedselveiligheidsbeleid, waarbij de bescherming van de consument steeds op de eerste plaats komt en een reductie van voedselverspilling beoogd wordt.