Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7866

van Inge Faes (N-VA) d.d. 22 januari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen

Sociale Zekerheid - Onverschuldigde betalingen - Afstand van terugvordering

geografische spreiding
officiŽle statistiek
pensioenregeling
sociale uitkering
Rijksdienst voor Pensioenen
sociale zekerheid
aflossing

Chronologie

22/1/2013 Verzending vraag
19/2/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7866 d.d. 22 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Conform artikel 22 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde, kan de bevoegde instelling van sociale zekerheid, binnen de voorwaarden bepaald door zijn beheerscomitť en goedgekeurd door de bevoegde Minister, afzien van terugvordering van het onverschuldigde:

a) In behartigenswaardige gevallen of categorieŽn van gevallen en mits de schuldenaar te goeder trouw is;

b) Wanneer het terug te vorderen bedrag gering is;

c) Wanneer blijkt dat de terugvordering onzeker of te duur is vergeleken met het bedrag dat teruggevorderd moet worden.

Bovendien wordt, behoudens in geval van bedrog of arglist, ambtshalve afgezien van de terugvordering, bij overlijden van degene aan wie ze betaald zijn, indien hem op dat ogenblik nog geen kennis was gegeven van de terugvordering.

Om een inzicht te verwerven over de hoegrootheid van deze afstand van vordering in de sector, had ik graag

- per openbare instelling van de sociale zekerheid (OISZ) en per medewerkende instelling van sociale zekerheid die onder uw bevoegdheid vallen;

- per sociale prestatie;

- voor het jaar 2012;

- per gewest;

een overzicht gekregen van :

1) het aantal aanvragen tot verzaking;

2) het aantal beslissingen waarbij verzaking werd toegestaan;

3) het aantal sociaal verzekerden voor wie een verzakingsbeslissing genomen werd;

4) het bedrag waarvoor verzaking werd gevraagd versus het bedrag waarvoor verzaking werd toegestaan;

5) het aantal gevallen alsook het bedrag waarvoor werd afgezien van terugvordering in geval van overlijden.

Antwoord ontvangen op 19 februari 2013 :

In antwoord op haar vragen kan ik het geachte Lid het volgende antwoorden.

A. Rijksdienst voor Pensioenen.

De gevraagde gegevens zijn niet beschikbaar per gewest, maar worden in onderstaande tabel weergegeven per taalrol.

Het aantal verzoeken tot verzaking : zie tabel, punt 1

Het aantal beslissingen waarbij verzaking werd toegestaan: zie tabel, punt2

Aantal sociaal verzekerden voor wie een verzakingsbeslissing genomen werd :

Er zijn geen gegevens bekend van het aantal verzekerden, wel van het aantal verzakingsbeslissingen m.a.w. voor één verzekerde kunnen meerdere verzakingsbeslissingen genomen zijn zowel in het lopend jaar als in voorgaande jaren.

Het bedrag waarvoor de verzaking werd gevraagd, versus het bedrag waarvoor verzaking werd toegestaan: zie tabel, punt 4

Het aantal gevallen alsook het bedrag waarvoor werd afgezien van terugvordering in geval van overlijden: zie tabel punt 5

 

 

N

F

1

Het aantal verzoeken tot verzaking

371

295

2

Het aantal beslissingen waarbij verzaking werd toegestaan

194

136

3

 Aantal sociaal verzekerden voor wie een verzakingsbeslissing genomen werd

 

 

4

Het bedrag waarvoor de verzaking werd gevraagd, versus

2011765,63

1112614,93

 

 het bedrag waarvoor verzaking werd toegestaan

744443,28

211295,05

5

Het aantal gevallen

47

17

 

alsook het bedrag waarvoor werd afgezien van terugvordering in geval van overlijden

204765,5

34003,34

B. Pensioendienst voor de Overheidsdiensten.

1-4) De pensioenwetgeving van de overheidssector voorziet niet in een procedure tot verzaking aan de terugvordering van de onverschuldigde pensioenbedragen. Hieromtrent kunnen dan ook geen cijfers medegedeeld worden.

Indien het terug te vorderen bedrag evenwel te gering is, wordt artikel 59, § 4, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 toegepast, zonder dat hiervoor een aanvraag dient te gebeuren. Deze bepaling stelt dat geen terugbetaling wordt gevorderd van sommen die inzake pensioenen onverschuldigd werden uitbetaald en waarvan het totale bedrag 75,00 euro niet overschrijdt. Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. In 2012 werd dit bedrag vastgesteld op 89,63 euro.

In 2012 waren er 13 643 gepensioneerden van wie het onverschuldigd pensioenbedrag in dit kader niet werd teruggevorderd.

De bedragen die niet teruggevorderd worden zijn meestal zeer kleine bedragen van maximaal enkele euro’s. Deze schulden ontstaan hoofdzakelijk ingevolge de aanpassing van het werknemers- of zelfstandigenpensioen van betrokkene buiten index, hetgeen een invloed kan hebben op de cumulatie van het rustpensioen met het overlevingspensioen of op het gewaarborgd minimumpensioen.

5) Er is geen enkel geval bekend bij de PDOS waarin na het overlijden van een gepensioneerde het ten onrechte uitbetaalde pensioenbedrag teruggevorderd werd wegens bedrog of arglist.