Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7844

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 21 januari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Elektriciteitscabines - Sabotage - Bewaking - Veiligheid - Sibelga - Stand van zaken

jeugdcriminaliteit
elektriciteitsvoorziening
eigendomsdelict

Chronologie

21/1/2013 Verzending vraag
11/3/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7844 d.d. 21 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Er komen steeds meer meldingen uit woelige wijken waar jongeren elektriciteitscabines saboteren. Tijdens de elektriciteitspannes komen de meeste mensen in die buurten hun huis niet uit. Het is bovendien te donker om te filmen dus kunnen jongerenbendes ongestoord auto's stelen en winkels plunderen.

Sibelga staat in voor de herstelling van de cabines, maar zodra de ene cabine net hersteld is, krijgen ze vaak weeral melding van een andere sabotage. Dat gaat allemaal zo snel dat de politie meestal machteloos staat. Zoals we in Schaarbeek zien, zijn ook ondergrondse netwerken geen oplossing, daar wordt gewoon water of zuur in de controleputten gegooid.

De gemeenten waar deze feiten zich voordoen, kennen het probleem maar doen geen verdere stappen. Sibelga beweert dan weer enkel verantwoordelijk te zijn voor de herstellingen en niet voor de bewaking van de cabines.

In dat kader heb ik volgende vragen :

1) Is er cijfermateriaal voorhanden over het aantal elektriciteitstoringen die de afgelopen vijf jaar waren te wijten aan sabotage in de elektriciteitscabines of ondergrondse netwerken?

2) Wie is verantwoordelijk voor de bewaking en de veiligheid van die cabines? Is dat enkel een taak van de gemeenten of moet ook Sibelga hierin investeren?

3) Is er een manier om het boven- of ondergronds netwerk in probleemgemeenten te beschermen tegen makkelijke sabotage? Door bijvoorbeeld de controleputten volledig ontoegankelijk te maken voor personen zonder verantwoordelijkheid zodat er geen vloeistoffen kunnen ingegooid worden?

Antwoord ontvangen op 11 maart 2013 :

1. De vraag heeft betrekking op de bevoegdheden van de Staatssecretaris voor Energie, voor wat betreft het transmissienet van 150 kV tot 380 kV en de Gewestelijke ministers bevoegd voor energie, voor wat betreft het plaatselijk vervoer van elektriciteit via netten waarvan de nominale spanning lager is dan of gelijk aan 70 kV.

2. Het spreekt vanzelf dat de bewaking en de beveiliging van de elektriciteitsnetwerken en hun infrastructuur in eerste instantie toekomt aan de transmissie- en distributienetbeheerders, desgevallend gebruik makende van de wettelijke mogelijkheden in het kader van de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. Daarnaast behoort het tot de bevoegdheid van de burgemeester om, in het kader van zijn beleid op het vlak van integrale veiligheid, te beoordelen in hoeverre hij met betrekking tot dit specifieke fenomeen al dan niet bepaalde accenten wenst te leggen.

3. De vraag heeft betrekking op de bevoegdheden van de Staatssecretaris voor Energie, voor wat betreft het transmissienet van 150 kV tot 380 kV en de Gewestelijke ministers bevoegd voor energie, voor wat betreft het plaatselijk vervoer van elektriciteit via netten waarvan de nominale spanning lager is dan of gelijk aan 70 kV.