Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7503

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 7 december 2012

aan de minister van Justitie

Nooddiensten - Politie - Stomme oproepen - Stand van zaken - Gevolgen

brandbestrijding
politie
geneeskundige noodhulp
eerste hulp
ziekentransport
telefoon
gerechtelijke vervolging

Chronologie

7/12/2012 Verzending vraag
12/12/2013 Antwoord

Gelijkaardige vraag ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7502

Vraag nr. 5-7503 d.d. 7 december 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De dispatching van de politie en de diensten 100, 101 en 112 worden af en toe geconfronteerd met zogenaamde "stomme oproepen". Er is wel een oproep, maar er antwoordt niemand of men hoort lawaai op de achtergrond, enzovoort. Omdat soms niet duidelijk is of het al dan niet om een noodsituatie gaat, begeeft zich dan een patrouille ter plaatse, waarna over het algemeen wordt vastgesteld dat een interventie niet nodig was. Een en ander weegt op de capaciteit van de politiediensten.

In welke mate kunnen dergelijke "stomme oproepen" strafrechtelijk worden beteugeld en wordt een strafrechtelijk gevolg gegeven aan die feiten? Zo ja, in hoeveel gevallen is dat tijdens de voormelde jaren gebeurd?

Antwoord ontvangen op 12 december 2013 :

De statistische databank van het College van Procureurs-generaal laat toe om zaken m.b.t. nodeloze oproepen van nooddiensten te selecteren op basis van de tenlasteleggingscode 41 D (nodeloze oproep van de dienst 100). Er kunnen cijfergegevens verstrekt worden m.b.t. het aantal zaken binnengekomen op de correctionele parketten, de vooruitgangsstaat van deze zaken op 10 juli 2012 (meest recente gegevensextractie), de motieven van zondergevolgstelling en het aantal verdachten dat reeds werd gevonnist. Vermits er geen specifieke referentieperiode wordt gevraagd, zullen de cijfers gegeven worden voor de jaren 2007 tot en met 2011.

Tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011 zijn er op de correctionele parketten 4.193 zaken binnengekomen met de tenlasteleggingscode “41D – nodeloze oproep van de dienst 100”. Op 10 juli 2012 was 16,91 % van de zaken voor de correctionele rechtbank gedagvaard, terwijl 3.109 oftewel 74,15 % van de zaken zonder gevolg gesteld was. Bij 38,37 % van de zonder gevolg staande zaken was er een technisch motief als reden tot seponering aangehaald, waarbij vervolging niet mogelijk is voornamelijk omwille van geen misdrijf (21,74 %) of onvoldoende bewijzen (8,11 %). Tot slot waren 594 verdachten betrokken in deze bewuste zaken gevonnist, waarbij 74,24 % veroordeeld werd, 6,06 % werd vrijgesproken en bij 16,16 % van de verdachten werd opschorting uitgesproken.

Cijfergegevens

Tabel 1 toont het aantal zaken “nodeloze oproepen van nooddiensten” binnengekomen op de correctionele parketten tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011. De cijfers zijn opgesplitst per jaar van binnenkomst.

Tabel 1: Aantal zaken “nodeloze oproepen van nooddiensten” binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011, per jaar van binnenkomst (n & kolom %)

 

n

%

2007

810

19,32

2008

828

19,75

2009

900

21,46

2010

873

20,82

2011

782

18,65

TOTAAL

4.193

100,00

Bron: gegevensbank van het College van Procureurs-generaal - statistisch analisten

Uit tabel 1 blijkt dat er in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011 4 193 zaken met de tenlasteleggingscode ‘41D – nodeloze oproepen aan de dienst 100’ zijn binnengekomen op de correctionele parketten. Tussen 2007 en 2009 steeg het aantal binnengekomen zaken van 810 tot 900 zaken (+11,11 %), daarna daalde het aantal zaken terug tot 782 zaken (-13,11 %).

Tabel 2 toont de vooruitgangsstaat op 10 juli 2012 van de zaken met betrekking tot “nodeloze oproepen van nooddiensten” binnengekomen op de correctionele parketten tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011. De kolompercentages geven de verhouding weer tussen de verschillende vooruitgangsstaten.

Indien een zaak door het parket werd gevoegd bij een andere zaak, is in de gepresenteerde tabellen de vooruitgangsstaat van deze zogenaamde moederzaak in rekening genomen. Als bijvoorbeeld een zaak gevoegd is aan een moederzaak die werd gedagvaard voor de correctionele rechtbank, is deze zaak in de tabellen geteld in de rubriek “dagvaarding & verder”.

Voor een correcte interpretatie van de tabellen dient men er rekening mee te houden dat de vooruitgangsstaat van een zaak onder meer afhankelijk is van de duur sinds de binnenkomst van de zaak op het parket. Het is dus logisch dat bij de meer recente zaken – in het bijzonder de zaken binnengekomen tijdens het jaar 2011 – een groot deel zich nog in vooronderzoek bevindt en dus in de toekomst nog naar een verdere vooruitgangsstaat zal doorstromen.

Tabel 2: Laatste vooruitgangsstaat op 10 juli 2012 voor de zaken 'nodeloze oproepen van nooddiensten' binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011, al dan niet via voeging aan een moederzaak, per jaar van binnenkomst (n & kolom %)

 

2007

2008

2009

2010

2011

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

vooronderzoek

1

0,12

4

0,48

12

1,33

25

2,86

62

7,93

104

2,48

zonder gevolg

602

74,32

602

72,71

680

75,56

689

78,92

536

68,54

3.109

74,15

ter beschikking

23

2,84

21

2,54

11

1,22

14

1,60

9

1,15

78

1,86

minnelijke schikking

15

1,85

24

2,90

18

2,00

16

1,83

22

2,81

95

2,27

bemiddeling in SZ

3

0,37

14

1,69

9

1,00

9

1,03

24

3,07

59

1,41

onderzoek

.

.

.

.

.

.

2

0,23

1

0,13

3

0,07

raadkamer

4

0,49

3

0,36

13

1,44

6

0,69

10

1,28

36

0,86

dagvaarding & verder

162

20,00

160

19,32

157

17,44

112

12,83

118

15,09

709

16,91

TOTAAL

810

100,00

828

100,00

900

100,00

873

100,00

782

100,00

4.193

100,00

Bron: gegevensbank van het College van Procureurs-generaal - statistisch analisten

Uit tabel 2 blijkt dat bijna 3/4 van de zaken (74,15 %) met betrekking tot “nodeloze oproepen van nooddiensten” op 10 juli 2012 zich in de staat van “zonder gevolg” bevinden, terwijl 16,91 % van de zaken zich in de vooruitgangsstaat “dagvaarding & verder” bevinden. Ook dient men rekening te houden met het tijdsverloop tussen de binnenkomst van de zaken op het parket en de datum van de gegevensextractie. Voor de zaken binnengekomen tijdens 2007 bedraagt deze duur tussen 48 en 60 maanden, voor zaken binnengekomen tijdens 2011 is dit 0 tot 12 maanden. In die zin is het dus logisch dat bij de recent binnengekomen zaken er nog meer zaken in vooronderzoek of gerechtelijk onderzoek zijn en er relatief gezien minder zaken gedagvaard zijn. Naarmate deze (recente) zaken in de toekomst naar een verdere vooruitgangsstaat doorstromen, zullen de aantallen en verhoudingen van de verschillende vooruitgangsstaten nog evolueren.

Voor elk van de “zonder gevolg” staande zaken geven we in tabel 3 het motief tot seponeren, per jaar van binnenkomst. De kolompercentages geven de verhouding tussen de verschillende motieven weer. De wet legt aan de procureurs des Konings de verplichting op om zijn beslissing tot zondergevolgstelling te motiveren (artikel 28 quater alinea 1 van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd door de wet van 12 maart 1998). De parketten beschikken daartoe over een lijst van motieven tot zondergevolgstelling die uniform is voor het hele land en geformaliseerd is als gevolg van de Franchimont-hervorming. De rubrieken zijn weergegeven in bijlage 1 van de omzendbrief nr. COL 12/98 van het College van Procureurs-generaal betreffende de toepassing van de wet van 12 maart 1998 .

Het geheel van de motieven van zondergevolgstelling kan worden ingedeeld in drie hoofdcategorieën: technische redenen (een eventuele vervolging is onmogelijk), opportuniteitsredenen en andere motieven.

Tabel 3: Motieven tot seponering voor de op 10 juli 2012 zonder gevolg staande zaken 'nodeloze oproepen van nooddiensten' binnengekomen tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011, al dan niet via voeging aan een moederzaak, per jaar van binnenkomst (n & kolom %)

 

2007

2008

2009

2010

2011

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

Sepot van technische aard

231

38,37

250

41,53

271

39,85

255

37,01

186

34,7

1.193

38,37

geen misdrijf

121

20,1

140

23,26

159

23,38

143

20,75

113

21,08

676

21,74

onvoldoende bewijzen

52

8,64

52

8,64

50

7,35

56

8,13

42

7,84

252

8,11

verval van strafvordering

6

1

11

1,83

14

2,06

3

0,44

2

0,37

36

1,16

overlijden van de dader

6

1

11

1,83

14

2,06

3

0,44

2

0,37

36

1,16

niet-toelaatbaarheid van de strafvordering

8

1,33

12

1,99

26

3,82

13

1,89

7

1,31

66

2,12

onbevoegdheid

.

.

.

.

1

0,15

.

.

.

.

1

0,03

kracht van gewijsde

7

1,16

10

1,66

22

3,24

10

1,45

6

1,12

55

1,77

strafuitsluitende verschoningsgrond

1

0,17

2

0,33

3

0,44

3

0,44

1

0,19

10

0,32

dader(s) onbekend

44

7,31

35

5,81

22

3,24

40

5,81

22

4,1

163

5,24

Sepot om opportuniteitsredenen

352

58,47

320

53,16

376

55,29

410

59,51

326

60,82

1.784

57,38

motieven eigen aan de aard van de feiten

111

18,44

73

12,13

114

16,76

114

16,55

76

14,18

488

15,7

beperkte maatschappelijke weerslag

55

9,14

38

6,31

77

11,32

53

7,69

42

7,84

265

8,52

toestand geregulariseerd

39

6,48

14

2,33

16

2,35

33

4,79

26

4,85

128

4,12

misdrijf van relationele aard

5

0,83

5

0,83

6

0,88

4

0,58

2

0,37

22

0,71

nadeel gering

2

0,33

8

1,33

7

1,03

22

3,19

6

1,12

45

1,45

redelijke termijn overschreden

10

1,66

8

1,33

8

1,18

2

0,29

.

.

28

0,9

motieven eigen aan de persoon van de dader

160

26,58

166

27,57

173

25,44

198

28,74

118

22,01

815

26,21

afwezigheid van voorgaande

17

2,82

28

4,65

19

2,79

31

4,5

18

3,36

113

3,63

toevallige feiten met oorzaak

60

9,97

56

9,3

61

8,97

66

9,58

38

7,09

281

9,04

                jeugdige leeftijd

1

0,17

1

0,17

.

.

2

0,29

1

0,19

5

0,16

                wanverhouding strafvord.-maatsch. verstoring

79

13,12

76

12,62

87

12,79

95

13,79

58

10,82

395

12,71

houding van het slachtoffer

.

.

2

0,33

.

.

1

0,15

2

0,37

5

0,16

vergoeding van het slachtoffer

3

0,5

3

0,5

6

0,88

3

0,44

1

0,19

16

0,51

beleid

81

13,46

81

13,46

89

13,09

98

14,22

132

24,63

481

15,47

te weinig recherche-capaciteit

1

0,17

1

0,17

1

0,15

1

0,15

2

0,37

6

0,19

andere prioriteiten

80

13,29

80

13,29

88

12,94

97

14,08

130

24,25

475

15,28

Andere motieven van zondergevolgstelling

19

3,16

32

5,32

33

4,85

24

3,48

24

4,48

132

4,25

seining van de dader

4

0,66

10

1,66

7

1,03

7

1,02

3

0,56

31

1

pretoriaanse probatie

15

2,49

22

3,65

24

3,53

17

2,47

20

3,73

98

3,15

administratieve geldboete

.

.

.

.

2

0,29

.

.

1

0,19

3

0,1

TOTAAL

602

100

602

100

680

100

689

100

536

100

3.109

100

Bron: gegevensbank van het College van Procureurs-generaal - statistisch analisten

Uit tabel 3 blijkt dat 57,38 % van de zondergevolgstellingen gebeurt omwille van opportuniteitsredenen, vooral wegens andere prioriteiten (15,28 %) en wanverhouding strafvordering – maatschappelijke verstoring (12,71 %). Bij 38,37 % van de zondergevolgstellingen was dit het geval vanwege een technisch motief waarbij hoofdzakelijk geen misdrijf (21,74 %) en onvoldoende bewijzen (8,11 %) als reden werden aangehaald. Daarnaast valt ook het relatief lage aantal sepots vanwege dader(s) onbekend (163) op. Zoals aangehaald in de algemene opmerking 5 wordt de VPV-praktijk toegepast op zaken met tenlasteleggingscode “41D – nodeloze oproepen van de dienst 100” ingeval de dader niet geïdentificeerd kan worden. We kunnen er dan van uitgaan dat er meer dan 163 zaken zullen zijn waarbij de verdachte van de nodeloze oproep (nog) niet geïdentificeerd kon worden. Tot slot zijn er nog enkele motieven die onder de categorie “andere motieven” (4,25 %) vallen. Een van deze motieven is de pretoriaanse probatie die in 3,15 % van de geseponeerde zaken werd voorgesteld en in 1 % van de zonder gevolg gestelde zaken was de dader geseind.

Uit tabel 2 blijkt dat er 709 zaken zich op 10 juli 2012 in de vooruitgangsstaat “dagvaarding & verder” bevinden. Ondertussen werd in 590 van die zaken reeds een vonnis uitgesproken. In deze 590 zaken waren 594 verdachten betrokken, waarvan de meest recente vonnisinhoud wordt weergegeven in tabel 4.

De kolompercentages geven de verhouding tussen de verschillende vonnisinhouden weer. De teleenheid in tabel 4 is een verdachte in de zaak. Elke verdachte wordt slechts één keer per zaak geteld waarin deze betrokken is, en dit op basis van het meest recente vonnis. Indien een verdachte in meerdere afzonderlijke zaken gevonnist werd, dan wordt deze ook meerdere keren geteld. In tabel 4 wordt er enkel rekening gehouden met vonnissen uitgesproken door de correctionele rechtbank in eerste aanleg. Arresten van de hoven van beroep worden immers niet systematisch geregistreerd in het REA/TPI-systeem van de correctionele parketten en griffies.

Tabel 4: Aantal verdachten in zaken “nodeloze oproepen van nooddiensten” binnengekomen tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011 waarvoor op 10 juli 2012 reeds een vonnis door de correctionele rechtbank werd uitgesproken, al dan niet via voeging aan een gevonniste moederzaak, per jaar van binnenkomst van de zaken en naargelang het type vonnis (n & kolom%)

 

2007

2008

2009

2010

2011

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

Veroordeling

Veroordeling

64

40,25

68

45,64

54

37,76

31

43,06

14

19,72

231

38,89

Veroordeling met uitstel

31

19,50

13

8,72

28

19,58

9

12,50

32

45,07

113

19,02

Veroordeling met probatieuitstel

29

18,24

18

12,08

27

18,88

14

19,44

9

12,68

97

16,33

Totaal rubriek

124

77,99

99

66,44

109

76,22

54

75,00

55

77,46

441

74,24

Opschorting

Gewone opschorting

17

10,69

23

15,44

14

9,79

3

4,17

1

1,41

58

9,76

Probatieopschorting

14

8,81

13

8,72

5

3,50

3

4,17

3

4,23

38

6,40

Totaal rubriek

31

19,50

36

24,16

19

13,29

6

8,33

4

5,63

96

16,16

Vrijspraak

Vrijspraak

3

1,89

8

5,37

9

6,29

7

9,72

9

12,68

36

6,06

Totaal rubriek

3

1,89

8

5,37

9

6,29

7

9,72

9

12,68

36

6,06

Andere

Vonnis alvorens recht te spreken

.

.

2

1,34

.

.

2

2,78

.

.

4

0,67

Internering

1

0,63

3

2,01

1

0,70

3

4,17

3

4,23

11

1,85

Opslorping

.

.

.

.

5

3,50

.

.

.

.

5

0,84

Varia

.

.

1

0,67

.

.

.

.

.

.

1

0,17

Totaal rubriek

1

0,63

6

4,03

6

4,20

5

6,94

3

4,23

21

3,54

TOTAAL

159

100,00

149

100,00

143

100,00

72

100,00

71

100,00

594

100,00

Bron: gegevensbank van het College van Procureurs-generaal - statistisch analisten

Op basis van tabel 4 blijkt dat er 594 verdachten waren in een zaak met betrekking tot ‘nodeloze oproepen van nooddiensten’ binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011 die op 10 juli 2012 reeds een vonnis gekregen hadden. Van dit aantal verdachten werd bijna drie kwart veroordeeld (74,24 %). Daarnaast werd voor 16,16 % van de gevonniste verdachten een (probatie) opschorting uitgesproken, terwijl 6,06 % van de verdachten werd vrijgesproken. Het aantal vonnissen kan echter nog toenemen naarmate er nog verdachten voor de rechtbank worden gebracht.