Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7453

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 29 november 2012

aan de minister van Justitie

Internetaanbieders - Wettelijke verplichtingen - Aangiftes van auteursrechtelijke inbreuken

provider
auteursrecht
officiŽle statistiek
gerechtelijke vervolging

Chronologie

29/11/2012 Verzending vraag
16/5/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7453 d.d. 29 november 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Dienstverleners op het internet zijn volgens de Belgische wetgeving verplicht de bevoegde gerechtelijke of administratieve autoriteiten onmiddellijk op de hoogte te brengen in geval van vermeende onwettige activiteiten gepleegd of onwettige informatie geleverd door hun klanten.

Artikel 21 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij verplicht hen namelijk "om de bevoegde gerechtelijke of administratieve autoriteiten onverwijld in kennis te stellen van vermeende onwettige activiteiten of onwettige informatie die door de afnemers van hun dienst worden geleverd".

Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen dienen deze dienstverleners de bevoegde gerechtelijke of administratieve autoriteiten op hun verzoek alle informatie te verschaffen waarover zij beschikken en die nuttig is voor de opsporing en de vaststelling van de inbreuken gepleegd door hun tussenkomst.

Zoals hierboven aangegeven zijn internetaanbieders aan wie auteursrechtelijke inbreuken worden gemeld (die werden gepleegd door hun abonnees of door middel van hun netwerk), verplicht deze informatie aan te geven bij het bevoegde parket (bijvoorbeeld Belgacom meldt dit aan het parket van Brussel).

Uit navraag bij de parketten van Brussel (Belgacom) en Mechelen (Telenet) zou evenwel blijken dat niemand kennis heeft van aangiftes van auteursrechtelijke inbreuken waardoor deze procedure dode letter blijft.

Toch lijkt het noodzakelijk dat hieromtrent een doeltreffend vervolgingsbeleid wordt gevoerd. De parketten zouden de benadeelde partij na ontvangst van een dergelijke melding onmiddellijk op de hoogte kunnen stellen zodat deze zich als benadeelde kan registreren en eventueel een klacht met burgerlijke partijstelling kan indienen. De benadeelde/burgerlijke partijen moeten tot slot op de hoogte worden gehouden van het verdere verloop van de strafprocedure of het vooronderzoek.

In dit kader krijg ik graag een antwoord op volgende vragen:

1) Hoeveel kennisgevingen hebben de verschillende parketten de afgelopen vijf jaar ontvangen met betrekking tot de hierboven geschetste procedure en welk gevolg werd daaraan gegeven?

2) Erkent de geachte minister de hierboven geschetste problematiek? Is zij van plan het college van Procureurs-generaal hierover te informeren? Kan zij haar antwoord motiveren?

3) Zijn de procureurs op de hoogte van deze procedure en wordt deze toegepast?

4) Welke maatregelen heeft de geachte minister in gedachten om hieraan iets te doen? Deelt zij de visie over de noodzakelijkheid van een doeltreffend vervolgingsbeleid ter zake? Kan zij haar standpunt verder toelichten?

Antwoord ontvangen op 16 mei 2013 :

  1. De statistische databank van het College van Procureurs-generaal laat op basis van de tenlasteleggingcode “68B Auteursrechten / Droits d’auteur “ toe om zaken n.a.v. auteursrechtelijke inbreuken te detecteren. Deze databank laat echter niet toe om na te gaan welke zaken betrekking hebben op kennisgevingen door internetaanbieders.

  2. Deze vraag valt onder de bevoegdheid van mijn collega de vice-eerste minister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee.

  3. Er moet worden verduidelijkt dat de procureurs uiteraard op de hoogte zijn van die procedure. De toepassing ervan hangt af van geval tot geval, rekening houdende bovendien met de beschikbare capaciteit en de andere prioriteiten.

  4. Deze vraag valt onder de bevoegdheid van mijn collega de vice-eerste minister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee.