Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7153

van Alexander De Croo (Open Vld) d.d. 10 oktober 2012

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken

Pensioenfondsen - Derivatencontracten - Tegenpartijrisico - Concentratierisico's - Nationale Bank van BelgiŽ - Derivatenposities van publieke en semi-publieke instellingen

aanvullend pensioen
centrale bank
speculatiekapitaal
swap
durfkapitaal
openbare instelling
afgeleid financieel instrument

Chronologie

10/10/2012 Verzending vraag
9/11/2012 Dossier gesloten

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-7154

Vraag nr. 5-7153 d.d. 10 oktober 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Pensioenfondsen maken in belangrijke mate gebruik van derivaten. Zij doen dit voornamelijk om hun balansrisico's als gevolg van bewegingen in de rente en koersen van vreemde valuta te beheersen. Ook zetten zij in mindere mate derivaten in als vehikel om te investeren in bepaalde beleggingscategorieŽn. Het gebruik van derivaten draagt onmiskenbaar bij aan efficiŽnt portefeuillebeheer en helpt de beleggingsrisico's van pensioenfondsen te beheersen.

Met het aangaan van derivatencontracten stellen zij zich echter bloot aan tegenpartijrisico. Kredietbeoordelaars zoals Moody's en Standard & Poor's hebben onlangs de rating van een groot aantal (zaken)banken verlaagd. Deze banken treden veelvuldig op als tegenpartij van pensioenfondsen voor derivatentransacties, die hier gebruik van maken om hun balansrisico te beheersen. Een verslechtering van de kredietwaardigheid van deze banken kan het tegenpartijrisico voor pensioenfondsen vergroten.

De centrale bank van Nederland, De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onlangs het tegenpartijrisico van pensioenfondsen in kaart gebracht. 32 fondsen, met een totaal beheerd vermogen van ongeveer 714 miljard euro, hebben gereageerd op de vraag van de DNB. De totale marktwaarde van derivaten, repo's (repurchase agreements) en deposito's die uitstaan bij tegenpartijen vertegenwoordigen voor de onderzochte fondsen in Nederland 89,7 miljard euro, waarbij renteswaps (66 %) en deposito's (21 %) de hoofdmoot vormen. In totaal hebben de fondsen die deel hebben genomen aan de studie posities uitstaan bij 57 verschillende tegenpartijen. 93 % van de partijen heeft zes of meer verschillende tegenpartijen. Bij drie pensioenfondsen zal de DNB nader onderzoek verrichten omdat het concentratierisico bij deze gevallen relatief groot lijkt.

Uit de aangeleverde data blijkt dat het door tegenpartijen aan pensioenfondsen gegeven onderpand op derivaten 102 % van de totale waarde van uitstaande derivaten bedraagt.

De analyse van de verstrekte gegevens laat een relatief positief beeld zien ten aanzien van de gesteldheid van het tegenpartijrisico bij Nederlandse pensioenfondsen. Daarbij dient wel vermeld te worden dat dit beeld is gebaseerd op een momentopname: het verleden toont aan dat tegenpartijrisico's snel kunnen oplopen. Een verdere neerwaartse bijstelling van de kredietwaardigheid van (zaken)banken is in de huidige precaire financieel-economische omstandigheden zeker niet uit te sluiten. Waakzaamheid, zowel vanuit de sector zelf als vanwege DNB, blijft daarom geboden ten aanzien van de blootstelling aan tegenpartijrisico's.

Ik had naar aanleiding van dit onderzoek dan ook volgende vragen voor de geachte ministers:

1) In hoeverre onderzoeken de Nationale Bank van BelgiŽ (NBB) of andere diensten het tegenpartijrisico van onze pensioenfondsen voor derivatentransactie? Acht u dergelijk onderzoek opportuun? Zo ja, kan u concreet toelichten? Zo neen, waarom niet gezien ook bij ons het tegenpartijrisico reŽel is?

2) Hoe reageert u op de vaststellingen van de DNB betreffende de tegenpartijrisico's voor de derivatenposities van pensioenfondsen en de conclusie dat een verdere neerwaartse bijstelling van de kredietwaardigheid van (zaken)banken in de huidige precaire financieel-economische omstandigheden onmiddellijke en ernstige gevolgen kan hebben voor de blootstelling aan tegenpartijrisico's van onze pensioenfondsen? Wordt dit bij ons naar uw mening afdoende onderzocht en opgevolgd en kan u de potentiŽle risico's toelichten?

3) Acht u het risico bij de pensioenfondsen voldoende beheerst op dit moment, inclusief de voorraad onderpand die zij voorradig hebben en zo ja, kan u de algehele cijfers geven alsook het totaal aantal onderzochte fondsen en kan u dit cijfermatig toelichten?

4) De marktwaarde van de renteswaps van Nederlandse pensioenfondsen bedraagt volgens de DNB ongeveer 55 miljard euro. Heeft u enig idee hoeveel de marktwaarde van de renteswaps bij onze pensioenfondsen bedraagt?

5) Heeft u inzicht in de derivatenposities van publieke en semipublieke instellingen die onder de federale regering vallen en zo ja, kan u per instelling de exacte cijfers vrijgeven alsook toelichten of hun risicobeleid op punt staat? Bestaan er hieromtrent richtlijnen?

6) Bent u bereid de totale derivatenpositie in deze sectoren, per sector en per instelling, vrij te geven? Zo neen, waarom niet?

7) Bent u bereid te laten onderzoeken in hoeverre er ook bij ons een concentratierisico zou kunnen bestaan bij bepaalde pensioenfondsen wat betreft de derivatencontracten en de tegenpartijrisico's? Kan u dit uitvoerig toelichten, alsook aangeven wanneer er volgens de toezichthouder sprake is van een concentratierisico?

8) Ten belope van hoeveel procent van de totale waarde van de uitstaande derivatencontracten wordt er onderpand (secured) gegeven door tegenpartijen van de pensioenfondsen? In Nederland bedroeg het onderpand 102 % van de waarde van het derivatencontract. Is dit ook zo bij onze fondsen?