Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-684

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 27 december 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Partnergeweld - Aantallen - Profielen van de daders en de slachtoffers - Maatregelen

huiselijk geweld
seksueel geweld
slachtofferhulp
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

27/12/2010 Verzending vraag
2/2/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-685
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-686

Vraag nr. 5-684 d.d. 27 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een van de meest onderschatte problemen blijft partnergeweld. Uit een rapport van 2009 van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijkt bijvoorbeeld dat geweld tegen vrouwen in hoofdzaak gepleegd wordt door de mannelijke intieme partners. Vijftien tot eenenzeventig procent van de vrouwen, afhankelijk van het land, wordt in de loop van haar leven slachtoffer van lichamelijk of seksueel geweld door hun echtgenoot of partner. In vier tot vierenvijftig procent van de gevallen was dit het geval in de laatste twaalf maanden. Partnergeweld kan ook fataal aflopen. Moorden op vrouwen worden in veertig tot zeventig procent van de gevallen gepleegd door de intieme partner.

Om een realiteitsgetrouw beeld van de omvang van het probleem samen te stellen, leg je best twee cijferreeksen naast elkaar: incidentiecijfers en prevalentiecijfers. Incidentiecijfers geven weer hoe vaak de politie geweldmeldingen geverbaliseerd heeft. We spreken ook van officiŽle criminaliteitscijfers. Prevalentiecijfers zijn het resultaat van (sociologisch) onderzoek. Zij geven aan welk percentage van de ondervraagde vrouwen tot dan toe geconfronteerd werd met geweldervaringen. Aan de hand van deze onderzoeken kan gepoogd worden een beeld te krijgen van het 'dark number' en dus het reŽle voorkomen van het fenomeen.

Het is tot op de dag van vandaag in BelgiŽ niet geheel duidelijk in welke mate partnergeweld voorkomt. Incidentiecijfers tonen vaak maar het topje van de ijsberg. Er heerst nog altijd een taboe rond partnergeweld. Er wordt bijgevolg niet altijd aangifte gedaan. Zeker bij seksueel geweld wordt zelden aangifte gedaan. Prevalentiemetingen zijn dan weer zeldzaam, verouderd of meten slechts een beperkt aspect.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Beschikt u over cijfergegevens betreffende partnergeweld voor 2007, 2008, 2009 en 2010, opgesplitst per gewest en naar aard en ernst van de feiten?

2. Kan u meedelen in hoeveel gevallen er werd gedagvaard voor de rechtbank? Tot hoeveel en welke veroordelingen heeft dit aanleiding gegeven? Kan u een gedetailleerde profielschets van de daders geven?

3. Beschikt u over cijfergegevens betreffende de zorg die aan slachtoffers van partnergeweld werd gegeven in voornoemde periode? Om welke behandelingen gaat het precies? Met welke problematiek kampten de slachtoffers? Kan de minister een gedetailleerde profielschets van het slachtoffer geven?

1) Kan u, binnen uw bevoegdheidsdomein, aangeven welke maatregelen de afgelopen drie jaar werden genomen om aan de problematiek van partnergeweld het hoofd te bieden? Acht u deze maatregelen voldoende of ziet u nog ruimte voor andere initiatieven en dewelke? Kan u uw antwoord motiveren?

Antwoord ontvangen op 2 februari 2011 :

In antwoord op uw vraag, heb ik de eer u mee te delen dat de inhoud ervan tot de uitsluitende bevoegdheid behoort van mijn collega Stefaan De Clerck, minister van Justitie, aan wie de vraag ook gesteld werd.