Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5848

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 12 maart 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Spoorwegpolitie - Incidenten - Openbaar vervoer - Nationaal Veiligheidsplan

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
reizigersvervoer
openbare veiligheid
vandalisme
geweld bij jongeren
jeugdcriminaliteit
politie

Chronologie

12/3/2012 Verzending vraag
5/9/2012 Antwoord

Vraag nr. 5-5848 d.d. 12 maart 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Volgens de berichtgeving heeft de spoorwegpolitie op maandag 5 maart 2012 's avond 17 jongeren opgepakt die amok maakten in een trein. De Brusselse jongeren kwamen terug van een bezoek aan Walibi. In de trein vernielden ze zitbanken, trokken ze aan het alarm en vielen ze een vrouw lastig.

De treinbestuurder liet de spoorwegpolitie aanrukken. In de omgeving van het station van Etterbeek werden de jongeren van de trein geplukt. Omdat niet duidelijk was wie voor welke vernieling verantwoordelijk was, werden alle amokmakers terug vrijgelaten.

De werkelijke feiten zoals vastgesteld door het rijdende personeel van de NMBS zouden er iets anders uitzien. Het ging om een veertigtal allochtone jongeren die de controle hadden overgenomen van een aantal rijtuigen, met een ware ravage tot gevolg.

Ramen moesten het begeven, elektrische verbindingen tussen de rijtuigen werden losgemaakt, brandblussers werden leeggespoten, zitbanken vernield en er was agressie. Een vrouw werd lastiggevallen en daarna verkracht. De treinbegeleider moest zich opsluiten vanwege doodsbedreigingen.

En van de prioriteiten in het nieuwe nationaal veiligheidsplan betreft het geweld in de publieke ruimte, in het bijzonder op het openbaar vervoer. In de algemene beleidsnota voor de politie staat dat de politiediensten die instaan voor de veiligheid in het openbaar vervoer worden versterkt.

In dit kader een aantal vragen:

1) Bevestigt de minister het incident waarvan sprake en kan zij de ware toedracht van de feiten geven? Op grond van welke redenen zijn de jongeren eventueel opnieuw vrijgelaten? Wat is het standpunt van de minister betreffende deze aanpak?

2) Beschikt zij over cijfergegevens voor de periode 2008-2011 betreffende het aantal incidenten in ons land op het openbaar vervoer en de trein in het bijzonder? Om welke feiten ging het precies? Op welke lijnen komen die het vaakst voor?

3) Kan zij aanduiden welke maatregelen zij wenst te nemen om het geweld in de publieke ruimte, in het bijzonder op het openbaar vervoer, aan te pakken?

4) Op welke wijze en binnen welk tijdsbestek zullen de politiediensten die instaan voor de veiligheid in het openbaar vervoer worden versterkt? Zijn daarvoor de nodige middelen uitgetrokken?

Antwoord ontvangen op 5 september 2012 :

1. Wat betreft het relaas van de feiten en de door de gerechtelijke overheden genomen beslissing, verwijs ik u naar mijn collega, de minister van Justitie.

2. Wat betreft de gedetailleerde cijfergegevens (per categorie van misdrijven, per provincie en per arrondissement), verwijs ik u naar mijn antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 5-5569 van 9 februari 2012 van Mevrouw de senator Inge Faes.

3. De strijd tegen het geweld in de publieke ruimte, in het bijzonder op het openbaar vervoer, werd weerhouden als één van de tien prioritaire criminaliteitsfenomenen in het nationaal veiligheidsplan 2012-2015.

Voor de specifieke maatregelen die getroffen worden op het domein van de spoorwegen, kunt u preciezere elementen krijgen bij mijn collega die belast is met overheidsbedrijven.

4. Bij de budgettaire controle werden financiële middelen vrijgemaakt om de federale spoorwegpolitie, die belast is met de veiligheid in de treinen, in een tiental grote stations en in de Brusselse metro, te versterken in een orde van grootte van 100 FTE.