Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5224

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 16 januari 2012

aan de minister van Middenstand, KMO's, Zelfstandigen en Landbouw

Personen met een handicap - Federale overheidsdiensten - Tewerkstelling - Quotum - Situatie einde 2010 - Gevolgen

ministerie
werknemer met een beperking
integratie van gehandicapten
gereserveerde arbeidsplaats

Chronologie

16/1/2012 Verzending vraag
10/2/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3170

Vraag nr. 5-5224 d.d. 16 januari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

BelgiŽ engageert zich sinds enkele jaren in acties om personen met een handicap toegang te bieden tot werkgelegenheid en hen ook aan het werk te houden. In 2006 bleek echter dat BelgiŽ nog steeds onder het Europese gemiddelde zat wat betreft de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap. Ons land kwam toen immers slechts aan een percentage van 42 %, terwijl het Europese gemiddelde 49 % was.

Als gevolg daarvan besliste de regering in mei 2006 een verhoging in te voeren van het aantal plaatsen in de federale openbare besturen voor personen met een handicap. Deze beslissing kreeg mee vorm in het koninklijk besluit van 5 maart 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap in het federaal administratief openbaar ambt. Dit koninklijk besluit bepaalt dat in elk federaal openbaar bestuur 3 % (in plaats van 2 % voordien) van de betrekkingen wordt voorbehouden voor personen met een handicap. Het koninklijk besluit voorziet ook een wervingsstop waardoor de betreffende administratie haar personeelsbestand niet zou kunnen aanvullen voor de functies die dat specifieke quotum niet halen tegen 1 januari 2010.

Tevens voorziet het koninklijk besluit in een begeleidingscommissie die onder meer als doel heeft verslag uit te brengen aan de regering over de toestand van de tewerkstelling van personen met een handicap in het federaal openbaar ambt. In haar evaluatieverslag voor het jaar 2010 stelt de commissie vast dat de tewerkstellingsgraad voor personen met een handicap slechts 1,28 % bedraagt.

Graag had ik hieromtrent de volgende vragen gesteld:

1) Hoeveel mensen zijn in elk van uw diensten en instellingen tewerkgesteld?

2) Hoeveel personen met een handicap zijn in elk van uw diensten en instellingen tewerkgesteld?

3) Hoeveel procent van het aantal werknemers betreft dit?

4) Hebt u het quotum van 3 % gehaald op 1 januari 2010?

5) Indien u het quotum niet gehaald hebt, door welke sancties werd u getroffen? Werd er een wervingsstop doorgevoerd? Welke gevolgen heeft u daardoor ondervonden?

6) Welke maatregelen worden genomen om alsnog het quotum te behalen? Hebt u zicht op de effectiviteit van deze maatregelen?

Antwoord ontvangen op 10 februari 2012 :

Wat het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) betreft :

1.Op dit ogenblik telt het Agentschap 1 317 personeelsleden verdeeld als volgt :

2. Momenteel zijn zeventien personen met een handicap, zoals gedefinieerd in artikel 3 van het koninklijk besluit van 5 maart 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap in het federaal administratief openbaar ambt, in dienst bij het FAVV.

3. Het percentage personen met een handicap bedraagt 1,40 % van het aantal voltijdse equivalenten.

4. Neen, het quota van 3 % opgelegd bij regelgeving wordt niet bereikt. Maar er moet rekening worden gehouden met het feit dat bepaalde bestaande functies in het FAVV niet kunnen worden ingevuld door een persoon met een handicap. De functies van inspecteur en controleur (ofwel 570 fysieke personen voor een FTE van 528,3) vallen onder deze categorie. Immers, om de taken die voortvloeien uit de uitoefening van deze functies correct en in alle veiligheid te kunnen uitoefenen (bijvoorbeeld : behandelen van vee, behandelen van soms zware monsters, bezoek aan silo's, fabrieken in werking, controles van levensmiddelen, enzovoort), moet de agent eveneens over een grote mobiliteit beschikken en een zeer goed zicht en gehoor hebben. Indien geen rekening wordt gehouden met deze functies bedraagt het percentage FTE's met een handicap in het FAVV 2,54 %.

5. Het voormelde koninklijk besluit van 5 maart 2007 voorziet dat een aanwervingsstop kan worden opgelegd dat overeenkomt met het verschil tussen het voorziene percentage (3 %) en de voltijdse equivalenten met een handicap indien er geen doeltreffende maatregelen ingesteld zijn om de tewerkstelling van personen met een handicap te bevorderen. Vooraleer men tot een dergelijke conclusie komt is echter het advies van de begeleidingscommissie voor de aanwerving van personen met een handicap vereist.

6. Het Agentschap stelt alles in het werk om aan de bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 5 maart 2007 te voldoen. Het management van het FAVV verbindt zich ertoe de reserves van de laureaten met een handicap bij voorrang te raadplegen om in de administratieve functies te voorzien. De resultaten van deze maatregel kunnen worden nagezien wanneer de gegevens van de Begeleidingscommissie voor de aanwerving van personen met een handicap (BCAPH) over de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap bijeen worden gebracht.

Wat het Centrum voor onderzoek in diergeneeskunde en agrochemie (CODA) betreft :

1. Het Centrum heeft 234 personen in dienst, van wie 112 aan de Staat.

2. Geen enkele persoon heeft, met het oog op het bereiken van de quota, zich bij de recent gerealiseerde aanwervingen als gehandicapt opgegeven. Er is dus officieel bij het CODA geen bedienden met een handicap in dienst.

3. 0 %

4. Neen. Zie vraag 2.

5. Het CODA heeft geen enkele sanctie gekregen.

6. Het CODA heeft in dit kader specifieke acties ondernomen. Gezien de personen niet verplicht waren hun handicap officieel te melden, worden deze ook niet in de statistieken opgenomen.

Het CODA staat open voor het rekruteren van personen met een handicap. Gezien het beperkt aantal vacante plaatsen en het beperkt aantal natuurlijke afvloeiingen bij het CODA, en gezien zijn weinig aantrekkelijke geografische toegankelijkheid (voor een groot aantal kandidaten, waarschijnlijk des te meer voor personen met een handicap), is het moeilijk om personen met een handicap bij het CODA aan te trekken. Bovendien heeft het CODA op onze aankondigingen geen respons van personen met een handicap ontvangen (op uitzonderlijke uitzonderingen na waarop het CODA positief heeft gereageerd).

De Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid heeft een plan voor het rekruteren van personen met een handicap voorzien. Indien er punten van het actieplan op het niveau van het CODA kunnen worden overgenomen, dan zal het CODA niet nalaten deze toe te passen.

Wat het Belgisch interventie en restitutie bureau (BIRB) betreft :

1) Op 31 december 2010 waren er bij het BIRB in het totaal 180 personeelsleden, wat overeenkomt met 160,4 voltijdse equivalenten (VTE).

2) Bij het BIRB gaat het om 3 VTE.

3) Dit percentage bedraagt 1,67 % ten opzichte van de personeelsleden en 1,87 % in verhouding tot de VTE.

4) Het BIRB heeft het quotum van 3 % dus niet bereikt.

5) Tot op heden heeft het BIRB nog niet het voorwerp uitgemaakt van sancties, een wervingsstop of andere gevolgen.

6) Er wordt gewoon bij elke aanwerving naar een geschikte kandidaat gezocht voor de functie zonder personen met een handicap uit te sluiten. Er moeten zich wel kandidaten aandienen of in de wervingsreserves opgenomen zijn die het gezochte profiel en de noodzakelijke competenties bezitten.

Wat betreft de FOD Economie, KMO., Middenstand en Energie, verwijs ik het geachte lid naar het antwoord van mijn collega, de vice-eerste minister en de minister van Economie, Consumenten en Noordzee.

Wat het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandige (RSVZ) betreft:

1. Op 1 oktober 2011 waren er bij het RSVZ 788 actieve personeelsleden, hetzij 658,92 voltijdse equivalenten.

2. Op 1 oktober 2011 waren er negen personeelsleden werkzaam die aan de criteria van artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 maart 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap in het federaal administratief openbaar ambt voldeden. Dat stemt overeen met 8,6 voltijdse equivalenten.

3. Dit aantal personen met een handicap vertegenwoordigt 1,14 % van het effectief van het RSVZ berekend in fysieke eenheden en 1,3 % van het effectief berekend in voltijdse equivalenten.

4. Neen.

5. a) Wanneer de verplichting om personen met een handicap tewerk te stellen ten belope van 3 % van het effectief niet wordt nageleefd en na advies van de begeleidingscommissie bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 5 maart 2007 tot organisatie van de werving van personen met een handicap in het federaal administratief openbaar ambt, kan de overheid aanwervingen weigeren voor een aantal dat niet hoger mag liggen dan het verschil tussen het aantal personen met een handicap in dienst dat is berekend in voltijdse equivalenten en het aantal dat overeenstemt met 3 % van het effectief. Op dit ogenblik werd geen enkele sanctie van dit type genomen tegen het RSVZ.

b) Neen.

c) Zonder voorwerp

6. a) Om de doelstelling van 3 % te verwezenlijken die voorgeschreven wordt door artikel 3 van het voornoemd koninklijk besluit van 5 maart 2007, identificeert het RSVZ de personen in actieve dienst die voldoen aan de criteria van artikel 1 van voornoemd koninklijk besluit en die overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van voornoemd koninklijk besluit op vrijwillige basis aanvaarden om opgenomen te worden in het percentage van personen met een handicap.

In het stadium van de aanwerving raadpleegt het RSVZ bovendien de reserves van SELOR via de algemene lijst van de kandidaten. Indien er laureaten met een handicap deel uitmaken van deze lijst, worden ze automatisch opgeroepen voor een selectieproef. De criteria van de selectieproef zijn objectieve criteria die uitsluitend gekoppeld zijn aan vereisten in termen van competenties. Alle selectieprocedures die op het RSVZ gebeuren, beantwoorden aan strenge eisen inzake gelijke kansen.

b) Het aantal personen met een handicap die zich aanbieden op een selectiegesprek, is helaas klein. Gelet op de beschikbare budgettaire enveloppe is op dit ogenblik bovendien slechts een klein aantal selecties aan de gang. Een van die selecties betreft een aanwervingsprocedure voor een persoon met een handicap.

Wat de DG Zelfstandigen betreft :

Aangezien ik enkel inhoudelijk bevoegd ben voor de DG Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid, beschik ik niet over de gevraagde gegevens. Voor alle andere onderwerpen (personeel, logistiek, …) met betrekking tot de FOD Sociale Zekerheid, en dus ook tot de DG Zelfstandigen, is het de minister van Sociale Zaken die bevoegd is.