Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-5192

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 16 januari 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Federale adviesorganen - Samenstelling - Wettelijk quotum - Aantal mannen en vrouwen - 2011

gendermainstreaming
consultatieve bevoegdheid
gelijke behandeling van man en vrouw

Chronologie

16/1/2012 Verzending vraag
9/2/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3196

Vraag nr. 5-5192 d.d. 16 januari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, gewijzigd in 1997 en 2003, geldt er een wettelijk quotum wat de samenstelling van de federale adviesorganen betreft. Die adviesorganen mogen in principe uit niet meer dan twee derde leden van hetzelfde geslacht bestaan. Bij niet vervulling van die voorwaarde kan het orgaan in kwestie geen geldig advies meer uitbrengen. Bovenvermelde wet laat in artikel 2bis evenwel een afwijking door de Ministerraad toe als de voogdijminister van het orgaan de onmogelijkheid om de quota na te leven laat weten aan de minister die bevoegd is voor het gelijke kansenbeleid voor mannen en vrouwen en die onmogelijkheid motiveert.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Welke adviesorganen ressorteren onder uw bevoegdheid? Kan u er een lijst van geven?

2) Wat is anno 2011 de samenstelling van elk van die adviesorganen, rekening houdende met het aantal mannen en vrouwen? Mag ik u verzoeken een onderscheid te maken tussen de effectieve leden, de plaatsvervangende leden en het voorzitterschap?

3) Voor welke adviesorganen werd op basis van bovenvermeld artikel 2bis een uitzondering gevraagd en wanneer?

Antwoord ontvangen op 9 februari 2012 :

1. Adviesorganen

1) DG1- Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen

a) Federale Evaluatie- en Controlecommissie ingesteld inzake de toepassing van de wet van 28 mei 2002 betreffende de Euthanasie

b) Nationale Evaluatiecommissie Vrijwillige Zwangerschapsonderbreking

c) Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek

d) Multipartite-structuur van de Ziekenhuizen

e) Federale Commissie « Rechten van de patiënt »

f) Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen

g) Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen afdeling Programmatie en Erkenning

h) Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen afdeling Financiering

i) Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid

j) Federale Commissie voor medisch en wetenschappelijk onderzoek op embryo's voor Embryo’s

k) Belgische Transplantatieraad

l) Commissie “Standaarden inzake Telematica ten behoeve van de sector van de Gezondheidszorg”

2) DG2 – Basisgezondheidszorg en crisisbeheer

88 organen (zie bijlage)

3) DG4 – Dier, Plant en Voeding

a) Erkenningscomité voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik

b) Raad van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten

c) Raad van het Fonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten

d) Raad van het Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten (“Plantenfonds”)

e) Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten

f) Federaal Borstvoedingscomité

g) Plantencommissie

h) Raad voor Dierenwelzijn

I) Deontologisch Comité dierenwelzijn proefdieren

j) Dierentuinencommissie

k) Wetenschappelijk Comité CITES

l) Toezichtgroep CITES

4) Medex – Bestuur van de Medische Expertise

Er is geen adviesorgaan.

5) HGR – Hoge Gezondheidsraad

De HGR is een adviesorgaan (laatste benoeming 16 juli 2009).

6) DVZ – Diensten van de Voorzitter

De cel Contractueel Onderzoek, binnen de dienst Coördinatie Wetenschappelijk Onderzoek, diensten van de voorzitter van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, heeft geen echt beheersorgaan onder zijn bevoegdheid; maar wel een adviesorgaan: het Beoordelingscomité (staat beschreven in het ministerieel besluit van 5 juli 2011 : ministerieel besluit tot benoeming van de leden van het Beoordelingscomité voorzien in artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 november 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning van toelagen voor wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid, sanitair beleid en dierenwelzijn)

7) SD B&BC Log - Budget & Beheerscontrole / Logistiek

Er is geen adviesorgaan.

8) SD ICT - Informatie- & Communicatietechnologie

Er is geen adviesorgaan.

9) SD P&O - Personeel & Organisatie

a) Raad van Beroep voor negatieve evaluaties bij de Ontwikkelcirkels

b) Departementale stagecommissie

2. Verdeling

1) DG1- Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen

a) Federale Evaluatie- en Controlecommissie ingesteld inzake de toepassing van de wet van 28 mei 2002 betreffende de Euthanasie

Voorzitter en vice-voorzitter: 2 mannen

Effectieve leden: 6 vrouwen en 8 mannen

Plaatsvervangende leden: 6 vrouwen en 9 mannen

Totaal: 12 vrouwen en 19 mannen

b) Nationale Evaluatiecommissie Vrijwillige Zwangerschapsonderbreking

Voorzitter en vice-voorzitter: 2 mannen

Effectieve leden: 9 vrouwen en 5 mannen

Plaatsvervangende leden: 10 vrouwen en 6 mannen

Totaal: 19 vrouwen en 13 mannen

c) Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek

Ondervoorzitters (jaarlijkse toerbeurt voorzitterschap): 1 vrouw en 3 mannen

Effectieve leden: 8 vrouwen en 23 mannen

Plaatsvervangende leden: 12 vrouwen en 23 mannen

Adviserende leden: 6 vrouwen en 4 mannen

Totaal: 27 vrouwen en 53 mannen

d) De Multipartite-structuur van de Ziekenhuizen

Voorzitter en vice-voorzitter: 2 mannen

Effectieve leden: 3 vrouwen en 25 mannen

Plaatsvervangende leden: 9 vrouwen en 21 mannen

Totaal: 12 vrouwen en 48 mannen

e) De Federale Commissie « Rechten van de patiënt »

Voorzitter en vice-voorzitter: 2 vrouwen

Effectieve leden: 10 vrouwen en 6 mannen

Plaatsvervangende leden: 9 vrouwen en 7 mannen

Totaal: 21vrouwen en 13 mannen

f) De Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen

Voorzitter: 1 man

Effectieve leden: 3 vrouwen en 16 mannen

Plaatsvervangende leden: 4 vrouwen en 17 mannen

Totaal: 7 vrouwen en 34 mannen

g) Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen afdeling Programmatie en Erkenning

Voorzitter: 1 man

Effectieve leden: 6 vrouwen en 19 mannen

Plaatsvervangende leden: 11 vrouwen en 14 mannen

Totaal: 17 vrouwen en 34 mannen

h) Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen afdeling Financiering

Voorzitter: 1 man

Effectieve leden: 6 vrouwen en 19 mannen

Plaatsvervangende leden: 14 vrouwen en 11 mannen

Totaal: 20 vrouwen en 31 mannen

I) Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid

Voorzitter: 1 man

Effectieve leden: 13 mannen

Plaatsvervangende leden: 2 vrouwen en 11 mannen

Totaal: 2 vrouwen en 25 mannen

j) Federale Commissie voor medisch en wetenschappelijk onderzoek op embryo's voor Embryo’s

Voorzitter en vice-voorzitter: 1 vrouw en 1 man

Totaal: 10 mannen en 12 vrouwen

k) Belgische Transplantatieraad

Voorzitter en vice-voorzitter: 1 man en 1 vrouw

Effectieve leden: 8 vrouw en 10 mannen

Plaatsvervangende leden: 5 vrouwen en 12 mannen

Totaal: 14 vrouwen en 23 mannen

l) Commissie “Standaarden inzake Telematica ten behoeve van de sector van de Gezondheidszorg”

Voorzitter en vice-voorzitter : 2 mannen

Effectieve leden: 3 vrouwen en 7 mannen

Plaatsvervangende leden: 1 vrouw en 9 mannen

Totaal : 4 vrouwen en 18 mannen

2) DG2 – Basisgezondheidszorg en crisisbeheer

Zie bijlage.

3) DG4 – Dier, Plant en Voeding

a) Het Comité is samengesteld uit 12 effectieve leden, waarvan 6 vrouwen en 6 mannen, en 12 plaatsvervangende leden, waarvan 4 vrouwen en 8 mannen.

De Voorzitter is steeds de directeur-generaal van het DG Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De overige leden worden benoemd door de minister bevoegd voor volksgezondheid op voorstel van de betrokken beroepsverenigingen of, in het geval van leden die ambtenaar zijn, van de minister die de voogdij heeft over de administratie die het lid vertegenwoordigt.

b) De Raad is samengesteld uit 21 effectieve leden, waarvan 7 vrouwen en 14 mannen, en 20 plaatsvervangende leden, waarvan 7 vrouwen en 13 mannen.

De Voorzitter is steeds de directeur-generaal van het DG Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De overige leden worden benoemd door de minister bevoegd voor volksgezondheid op voorstel van de betrokken beroepsverenigingen of, in het geval van leden die ambtenaar zijn, van de minister die de voogdij heeft over de administratie die het lid vertegenwoordigt.

c) De samenstelling van de Raad van het Fonds wordt vastgelegd in artikel 3 van het koninklijk besluit van 21 januari 2005 betreffende de organisatie, de samenstelling en de werking van de Raad van het Fonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.

De leden van deze Raad werden aangeduid bij het ministerieel besluit van 9 juni 2006 tot aanwijzing van de leden van de Raad van het Fonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten.

Samenstelling:

24 effectieve leden waarvan 3 vrouwen;

22 plaatsvervangers waarvan 5 vrouwen.

d) 14 effectieve leden (waarvan 5 vrouwen en 9 mannen) en 12 plaatsvervangers ( waarvan 5 vrouwen en 7 mannen).

De Raad van het Plantenfonds wordt samengesteld volgens de procedure van artikelen 4 en 6 van het koninklijk besluit van 28 oktober 2004 betreffende de organisatie, de samenstelling en de werkwijze van de Raad van het Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten. De leden worden door de minister gekozen uit een dubbeltal voorgedragen door elke landbouworganisatie of sectorale beroepsvereniging. Er wordt gevraagd voor elk lid de namen van minstens één man en één vrouw voor te dragen of de eventuele onmogelijkheid om aan deze voorwaarde te voldoen uitdrukkelijk te motiveren.

e) Samenstelling: 38 mannen, 22 vrouwen

Effectieven: 21 mannen, 10 vrouwen

Vervangers: 17 mannen, 12 vrouw

De samenstelling van de Adviesraad is door het koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten vastgelegd.

Het ministerieel besluit tot benoeming van de leden en van de plaatsvervangers van deze Adviesraad moet gepubliceerd worden op basis van het nieuwe koninklijk besluit.

De leden worden benoemd door de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de minister tot wiens bevoegdheid de Veiligheid van de Voedselketen behoort, op de voordacht van:

- elke meest representatieve sectoriële beroepsvereniging of organisatie;

- de gedelegeerd bestuurder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;

- de minister van Economie, KMO, Middenstand en Energie.

Bij deze instanties wordt er sterk op aangedrongen om per mandaat telkens minstens één man en één vrouw voor te dragen.

f) De samenstelling is vastgelegd in het koninklijk besluit van 26 april 2007 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitter en leden van het Federaal Borstvoedingscomité. Het Federaal Borstvoedingscomité telt 18 effectieve leden en 18 plaatsvervangers waarvan telkens 12 vrouwen en 6 mannen.

In toepassing van artikel 7 van de wet van 29 april 1999 betreffende de oprichting van een federaal Borstvoedingscomité en het koninklijk besluit van 21 februari 2001 tot bepaling van de wijze waarop de leden van het federaal Borstvoedingscomité worden voorgedragen en aangewezen, worden de leden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar. In 2011 moet het comité dus opnieuw samengesteld worden.

De benoeming van de leden gebeurt uit een dubbeltal voorgedragen door de representatieve beroepsverenigingen en -organisaties van de betrokken personen. De leden worden gekozen op grond van hun kennis, hun ervaring en hun interesse voor de promotie van borstvoeding. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervanger benoemd.

g) De Commissie is samengesteld uit 19 leden (12 mannen, anderen zijn niet bepaald). De voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie worden aangesteld onder en door de leden van de Commissie overeenkomstig het huishoudelijk reglement. De samenstelling is vastgelegd in het ministerieel besluit van 6 maart 1998 tot bepaling van de samenstelling en de werking van de Commissie van Advies voor Plantenbereidingen

De Commissie van Advies voor Plantenbereidingen werd opgericht door koninklijk besluit van 29 augustus 1997 betreffende de fabricage van en de handel in voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten, dat in artikel 4, §4 bepaalt dat de minister de samenstelling en werking van de Commissie bepaalt en de leden ervan aanduidt. De Commissie moet bestaan uit afgevaardigden van de bij het onderzoek, de fabricage, de handel en de controle van planten betrokken personen en instanties.

h) De samenstelling en de werking van de Raad is vastgelegd door het koninklijk besluit van 12 juli 2008 tot regeling van de samenstelling en de werking van de Raad voor Dierenwelzijn. De Raad telt 18 effectieve leden (inclusief voorzitter en vice-voorzitter) en 13 plaatsvervangers.

Het ministerieel besluit van 12 februari 2009 tot benoeming van de leden van de Raad voor Dierenwelzijn benoemt de leden. De voorzitter is een man, de vice-voorzitter een vrouw. Daarnaast zetelen 12 mannen en 4 vrouwen als effectieve leden en 5 mannen en 8 vrouwen als plaatsvervangers. De leden hebben een mandaat van vier jaar.

I) De samenstelling van het Deontologisch Comité wordt bepaald door artikel 16 van het koninklijk besluit van 14 november 1993 betreffende de bescherming van proefdieren. Het Comité telt 19 effectieve leden exclusief de voorzitter (jurist(e)) en 17 plaatsvervangers. Onder de leden wordt een ondervoorzitter gekozen.

Het ministerieel besluit van 1oktober 2008 benoemt de leden van het Comité. De voorzitter is een man. Daarnaast zetelen 6 vrouwen en 13 mannen onder de effectieven. Respectievelijk 9 mannen en 8 vrouwen werden benoemd als plaatsvervangers. Er is een mandaat voor twee jaar.

j) De Commissie is samengesteld uit 9 mannelijke leden. Geen plaatsvervangende leden. De voorzitter is een man.

De leden van deze Commissie werden aangeduid bij het ministerieel besluit tot benoeming van de leden van de Dierentuinencommissie. De geldigheidsduur van deze Commissie is vijf jaar.

k) Het Comité is samengesteld uit 20 leden, waarvan 4 vrouwen en 16 mannen. Er zijn geen plaatsvervangende leden. De voorzitter is een man.

De leden worden benoemd door de minister bevoegd voor Volksgezondheid. De leden van dit Comité werden aangeduid bij het ministerieel besluit van het 12 februari 2004 tot benoeming van de leden van het Wetenschappelijk Comité bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 9 april 2003 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer.

l) De groep is samengesteld uit 12 effectieve leden, waarvan 3 vrouwen en 9 mannen, en 12 plaatsvervangende leden, waarvan 8 vrouwen en 4 mannen. De voorzitter is een man en de plaatsvervangende is een vrouw.

Deze Groep is samengesteld op grond van het artikel 17 van het koninklijk besluit van 9 april 2003 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer.

4) Medex – Bestuur van de Medische Expertise

Niet aan de orde.

5) HGR – Hoge Gezondheidsraad

Er werd één college benoemd, dat samengesteld is uit 1 voorzitter en 2 ondervoorzitters (M en V). Er zijn geen plaatsvervangers. 25 mannen en 13 vrouwen.

6) DVZ – Diensten van de Voorzitter

De samenstelling van dit orgaan is als volgt :

- aantal mannen : 17 [61 %] (8 effectieve leden [57 %] en 9 plaatsvervangers [64 %]);

- aantal vrouwen : 11 [39 %] (6 effectieve leden [43 %] en 5 plaatsvervangers [36 %]);

- het voorzitterschap wordt waargenomen door een vrouw.

7) SD B&BC Log - Budget & Beheerscontrole / Logistiek

Niet aan de orde.

8) SD ICT - Informatie- & Communicatietechnologie

Niet aan de orde.

9) SD P&O - Personeel & Organisatie

a) 32 leden: 16 mannen en 16 vrouwen

effectieve: 7 mannen en 9 vrouwen

plaatsvervangende: 6 mannen en 9 vrouwen

b) 22 leden: 12 mannen en 10 vrouwen

effectieve: 9 mannen en 9 vrouwen

plaatsvervangende: 3 mannen en 1 vrouw

3. Artikel 2bis

1) DG1- Organisatie van de Gezondheidszorgvoorzieningen

In januari 2004 werd er voor onderstaande adviesorganen door de ministerraad een afwijking toegestaan tot en met 31 december 2004. Die raden en commissies moeten dus niet voldoen aan de 1/3-2/3-vereiste zoals bedoeld in de wet van 20 juli 1990. De afwijking werd nadien elk jaar automatisch vernieuwd door de ministerraad.

- Nationale Paritaire Commissie voor Geneesheren en Ziekenhuisbeheerders

- Antibioticacommissie

- Telematicacommissie

- De Multipartite-structuur van de Ziekenhuizen

- Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen

2) DG2 – Basisgezondheidszorg en crisisbeheer

Geen gegevens ontvangen.

3) DG4 – Dier, Plant en Voeding

a) Er werd gebruik gemaakt van de afwijking van artikel 2 omdat niet alle voordragende instanties beschikken over voldoende personeelsleden met de vereiste deskundigheid om voor elke kandidatuur minstens één man en één vrouw voor te dragen.

b) Er werd gebruik gemaakt van de afwijking van artikel 2 omdat niet alle voordragende instanties beschikken over voldoende personeelsleden met de vereiste deskundigheid om voor elke kandidatuur minstens één man en één vrouw voor te dragen.

c) Motivatie/ reden om afwijking te vragen:

Er kon niet voldaan worden aan de voorwaarden van de ‘Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid (koninklijk besluit van 20 juli 1990). In verschillende raden van het Begrotingsfonds werd nochtans aan de betrokken organisaties een speciale inspanning gevraagd om vrouwelijke kandidaten voor te stellen. Dit is in een aantal van de gevallen onmogelijk gebleken daar niet alle organisaties beschikken over een vrouwelijke kandidaat met de nodige expertise waardoor het vereiste quotum niet gehaald werd.

Ingevolge het gespecialiseerde karakter van de werkzaamheden van de Raad van het Fonds voor de gezondheid en kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten is het bijgevolg verantwoord af te wijken van de dubbele voordracht voorzien bij de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid;

Bij beslissing van de ministerraad van 17 maart 2006 werd de afwijking op de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid toegestaan.

d) Er werd geen afwijking gevraagd.

e) Er werd niet afgeweken van de 2/3 – regel.

f) Er werd niet afgeweken van de 2/3-regel.

g) Er werd geen afwijking gevraagd op de 2/3-regel.

h) Er werd niet afgeweken van de 2/3-regel.

I) Er werd niet afgeweken van de 2/3-regel.

j) Er werd gebruik gemaakt van de afwijking van artikel 2 omdat er geen deskundigen gevonden zij n van het vrouwelijke geslacht.

k) Er werd niet afgeweken van de 2/3 – regel.

l) Er werd gebruik gemaakt van de afwijking van artikel 2 omdat niet alle voordragende instanties beschikken over voldoende personeelsleden met de vereiste deskundigheid om voor elke kandidatuur minstens één man en één vrouw voor te dragen.

4) Medex – Bestuur van de Medische Expertise

Niet aan de orde.

5) HGR – Hoge Gezondheidsraad

Niet aan de orde.

6) DVZ – Diensten van de Voorzitter

Niet aan de orde.

7) SD B&BC Log - Budget & Beheerscontrole / Logistiek

Niet aan de orde.

8) SD ICT - Informatie- & Communicatietechnologie

Niet aan de orde.

9) SD P&O - Personeel & Organisatie

a) Niet aan de orde

b) Niet aan de orde.

In antwoord op uw vraag geef ik u hierbij de gevraagde informatie voor de FOD Sociale Zekerheid.

A. De betrokken diensten van de FOD Sociale Zekerheid.

De DG Sociale Inspectie.

Wat betreft het Directoraat-Generaal van de Sociale Inspectie van de FOD Sociale Zekerheid, kunnen twee organen met een adviserende bevoegdheid in de zin van de wet van 20 juli 1990 weerhouden worden. Het gaat om, enerzijds, de Stuurgroep opgericht door meer bepaald het artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en door het uitvoerend koninklijk besluit van 27 december 2007. Het gaat om, anderzijds, de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en de mensenhandel opgericht door het koninklijk besluit van 16 mei 2004 betreffende de bestrijding van de mensensmokkel en mensenhandel.

Ik vestig uw aandacht erop dat, buiten de vertegenwoordigers van de FOD Sociale Zekerheid, andere ambtenaren van Federale Overheidsdiensten en publieke Instellingen eveneens zetelen in beide voormelde organen.

Wat betreft de Stuurgroep nochtans, wijkt het koninklijk besluit houdende de benoeming van de leden van de stuurgroep (koninklijk besluit van 21 december 2009 – Belgisch Staatsblad 28 januari 2010) expliciet af van de bepalingen van de wet van 20 juli 1990 omwille van het gespecialiseerd karakter van dit orgaan. Haar leden (effectieven en plaatsvervangers) zijn benoemd voor een periode van vijf jaar; hun mandaat is hernieuwbaar.

Aangezien de Sociale inspectie er het voorzitterschap van verzekert, zijn wij in staat u, ter indicatieve titel, het detail van de samenstelling van dit orgaan mee te delen. Het is gepast te verduidelijken dat vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties eveneens van rechtswege lid zijn van de stuurgroep.

We merken dienaangaande op dat de Stuurgroep op het punt staat om op het einde van dit jaar te verdwijnen, tegelijkertijd met de registratiereglementering van de aannemers, waarmee zij verbonden is.

Wat betreft de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en de mensenhandel, waarvan het voorzitterschap verzekerd wordt door de FOD Justitie, kan enkel de samenstelling van de vertegenwoordigers van de FOD Sociale Zekerheid u meegedeeld worden.

U vindt, hieronder, de huidige samenstelling van de twee geciteerde organen.

Organen

Effectieven

Plaatsvervangers

Stuurgroep

 

 

FOD Sociale Zekerheid

1 M

1 V

FOD Financiën

1 M

1 M

FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg

1 M

1 M

FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie

1 M

1 M

Kruispuntbank van Ondernemingen

1 V

1 V

Representatieve werkgeversorganisatie

3 M

3 M

Representatieve werknemersorganisatie

3 M

3 M

Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en de mensenhandel

1 V

1 V

De DG Sociaal Beleid

1. Er zijn vier adviesorganen die vallen onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Directie-generaal Sociaal Beleid. Het gaat om het Raadgevend Comité voor de pensioensector, de Hoge Raad voor de Vrijwilligers, de Commissie voor normalisatie van de boekhouding van de instellingen van openbaar nut van de sociale zekerheid en de Commissie “Kunstenaars”.

2. Het Raadgevend Comité voor de pensioensector telt 102 leden, onder wie 51 effectieve leden en 51 plaatsvervangende leden. Onder de effectieve leden zijn er 23 vrouwen en 28 mannen. Bij de plaatsvervangende leden zijn er eveneens 23 vrouwen en 28 mannen. Bij het Raadgevend Comité voor de pensioensector is er een voorzitter en een vice-voorzitter, beiden mannen.

De Hoge Raad voor de Vrijwilligers telt 22 effectieve leden, waarvan 11 mannen en 11 vrouwen (waaronder de voorzitster en de ondervoorzitster) en 3 plaatsvervangende leden, alle drie vrouwen. Daarnaast worden er ook vier experten aangeduid, waarvan 3 mannen en 1 vrouw.

De Commissie voor normalisatie van de boekhouding van de instellingen van openbaar nut van de sociale zekerheid telt 25 effectieve leden, waarvan 19 mannen en 6 vrouwen en 20 plaatsvervangende leden, waarvan 14 mannen en 6 vrouwen. De voorzitter van de Commissie is een man. Dit is de situatie op 1 juni 2011. De bijgewerkte versie van het koninklijk besluit houdende benoeming en ontslag van de leden dient nog te worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De Commissie ‘Kunstenaars’ telt vijf effectieve leden, waarvan 2 mannen en 3 vrouwen (waaronder de voorzitster) en 5 plaatsvervangende leden, waarvan 1 man (de plaatsvervangende voorzitter) en 4 vrouwen. Daarnaast zijn er nog 2 secretarissen, alle twee mannen.

3. Er werden noch voor wat betreft het Raadgevend comité voor de pensioensector noch voor de Hoge Raad voor de vrijwilligers, noch voor de Commissie voor normalisatie van de boekhouding van de instellingen van openbaar nut van de sociale zekerheid en noch voor de Commissie “Kunstenaars” afwijkingen gevraagd krachtens artikel 2bis van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid.

B. De openbare instellingen van sociale zekerheid die onder mijn bevoegdheid staan.

Hierna volgt het antwoord wat betreft Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, een openbare instellingen van sociale zekerheid die onder mijn bevoegdheid staat.

1.) Lijst van de zeventien adviesorganen die onder de toepassing vallen van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen:

- Technische boekhoudkundige en statistische commissie

- Raad voor advies inzake revalidatie

- Technische geneeskundige raad

- Comité voor de permanente doorlichting van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen

- Technische tandheelkundige raad

- Technische farmaceutische raad

- Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen

- Technische raad voor diagnostische middelen en verzorgingsmiddelen

- Technische raad voor rolstoelen

- Commissie tegemoetkoming implantaten en invasieve medische hulpmiddelen

- Technische raad voor implantaten

- Technische raad voor ziekenhuisverpleging

- Technische raad voor kinesitherapie

- Technische raad voor radio-isotopen

- Technische ziekenfondsraad

- Speciale afdeling van de technische ziekenfondsraad

- Technisch medische raad (Dienst voor uitkeringen)

2.) Samenstelling van hogervermelde organen met de vrouw-man verhouding.

WL = werkende leden

PL = plaatsvervangende leden

TECHNISCHE BOEKHOUDKUNDIGE EN STATISTISCHE COMMISSIE

WL

PL

oorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1M

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen

9

5

9

5

Totaal = 28

9

5

9

5

RAAD VOOR ADVIES INZAKE REVALIDATIE

WL

PL

Voorzitter: 1 M

M

V

M

V

Gehandicapten

1

1

0

2

Revalidatiecentra

3

1

1

3

Universiteiten

3

1

1

3

Paramedische

1

1

1

1

Verzekeringsinstellingen

3

1

0

4

Totaal = 32

11

5

3

13

TECHNISCHE GENEESKUNDIGE RAAD

WL

PL

Voorzitter : 1 M/H

 

 

Ondervoorzitter: 1M/H

M

V

M

V

Universiteiten 

5

2

1

6

Geneesherenkorps  

10

1

11

0

Verzekeringsinstellingen  

4

5

6

3

Totaal = 54

19

8

18

9

COMITE VOOR DE PERMANENTE DOORLICHTING VAN DE NOMENCLATURE VOOR DE GENEESKUNDIGE VERZORGING  

WL

PL

Voorzitter: /

M

V

M

V

Het Kartel ABSYM

2

1

 

 

Verzekeringsinstellingen 

2

1

 

 

Universiteiten 

2

1

 

 

Vertegenw. Minister van Sociale Zaken

3

0

 

 

Vertegenw. GV

1

1

 

 

Totaal = 14

10

4

0

0

TECHNISCHE TANDHEELKUNDIGE RAAD

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1 M

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

5

3

4

4

Universiteiten 

4

2

4

2

Tandheelkundigen   

7

3

5

5

Totaal = 48

16

8

13

11

TECHNISCHE FARMACEUTISCHE RAAD

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1 M

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

3

3

2

4

Apothekerskorps 

3

2

3

2

Ziekenhuisapothekers 

0

1

0

1

Geneesheren die een geneesmiddelendépot houden 

1

0

1

0

Minister  

1

1

1

1

Totaal / Total = 30

8

7

7

8

COMMISSIE TEGEMOETKOMING GENEESMIDDELEN

WL

PL

Voorzitter: 1M

Ondervoorzitter: 2 M

M

V

M

V

Belgische universiteiten 

6

1

7

0

Verzekeringsinstellingen  

3

5

5

3

Apothekerskorps + ziekenhuisapothekers 

2

1

2

1

Geneesheren  

4

0

4

0

Geneesmiddelenindustrie 

1

2

2

1

Vertegenw. Minister van Sociale Zaken 

1

0

0

1

Vertegenw. Minister Volksgezondheid 

0

1

0

1

Vertegenw. Minister Economische Zaken 

0

1

1

0

Minister van de Begroting 

1

0

1

0

Vertegenw. DGEC 

0

1

1

0

Totaal = 60

18

12

23

7

TECHNISCHE RAAD VOOR DIAGNOSTISCHE MIDDELEN EN VERZORGINGSMIDDELEN  

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 2 M

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

3

4

3

4

Belgische universiteiten 

2

5

5

2

Apothekerskorps + ziekenhuisapothekers 

3

1

1

3

Geneesherenkorps  

1

1

2

0

Verpleegkundigen 

0

2

2

0

Vertegenw. Minister van Sociale Zaken 

0

0

0

0

Vertegenw. Minister Volksgezondheid 

0

1

0

1

Totaal = 46

9

14

13

10

TECHNISCHE RAAD VOOR ROLSTOELEN  

WL

PL

Voorzitter: 1 V

 

 

Ondervoorzitter: 1 M

M

V

M

V

Experts

4

1

3

2

Verzekeringsinstellingen  

4

3

3

4

Bandagisten 

5

2

7

0

Geneesherenkorps  

1

0

1

0

Fonds voor personen met een handicap 

3

1

2

2

Industrie

2

0

2

0

Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap 

1

1

2

0

Totaal = 56

20

8

20

8

COM. TEGEMOETKOMING IMPLANTATEN EN INVASIEVE MED. HULPMIDDELEN  

WL

PL

Voorzitter: /

M

V

M

V

Belgische universiteiten 

4

3

4

3

Verzekeringsinstellingen  

5

3

7

1

Ziekenhuisapothekers-korps.

1

2

1

2

Geneesherenkorps-specialisten 

3

0

3

0

Ziekenhuisbeheerders 

1

1

2

0

Fabr.-invoed.-verdel.Implant. 

1

0

0

1

Vertegenw. Minist.Soc.Zak. 

1

0

1

0

Vertegenw.Min.Volksgezond.

1

0

1

0

Vertegenw.Min.Begroting

0

0

0

0

Vertegenw.DGEC 

1

0

0

1

Totaal = 54

18

9

19

8

TECHNISCHE RAAD VOOR IMPLANTATEN 

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1 M/H

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

5

3

6

2

Universiteiten

5

2

4

3

Belgische vereniging van ziekenhuisapothekers 

1

2

1

2

Vertegenw. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid 

1

1

1

1

Totaal = 40

12

8

12

8

TECHNISCHE RAAD VOOR ZIEKENHUISVERPLEGING  

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1 V

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

5

3

4

4

Verplegingsinrichtingen 

3

3

6

0

Belgische vereniging van ziekenhuisapothekers 

2

0

2

0

Vertegenw. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid 

1

1

1

1

Totaal = 36

11

7

13

5

TECHNISCHE RAAD VOOR KINESITHERAPIE  

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1 M

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

3

5

6

2

Kinesitherapeuten 

8

0

7

1

Kinesitherapeuten - deskundigen 

8

0

7

1

Aangewezen door de Minister 

2

0

1

1

Totaal = 52

21

5

21

5

TECHNISCHE RAAD VOOR RADIO-ISOTOPEN

WL

PL

Voorzitter: 1 M

 

 

Ondervoorzitter: 1 M

M

V

M

V

Verzekeringsinstellingen  

2

5

4

3

Universiteiten 

7

0

5

2

Geneesheren 

4

1

3

2

Ziekenhuisapothekers 

2

0

1

1

Fed.Agentschap v.nucleaire contrôle

0

1

1

0

Nat.Confederatie v. ziekenhuizen

1

0

0

1

Minister Soc.Zaken-Volksgezond.Leefmilieu 

1

0

0

0

Totaal = 47

17

7

14

9

TECHNISCHE ZIEKENFONDSRAAD  

WL

PL

Voorzitter: 1 M

M

V

M

V

Werkgevers 

1

2

1

2

Werknemers 

2

1

2

1

Verzekeringsinstellingen  

2

6

4

4

Totaal = 28

5

9

7

7

SPECIALE AFDELING VAN DE TECHNISCHE ZIEKENFONDSRAAD  

WL

PL

Voorzitter: /

M

V

M

V

Landbouwers 

1

0

1

0

Zelfstandigen 

1

3

2

2

Verzekeringsinstellingen  

1

7

5

3

Totaal = 26

3

10

8

5

TECHNISCH MEDISCHE RAAD (DIENST VOOR UITKERINGEN)  

WL

PL

Voorzitter: /

 

 

Ondervoorzitter: /

M

V

M

V

Universiteiten

7

0

3

4

Verzekeringsinstellingen  

4

4

6

2

Ambt. van de Dienst voor Uitkeringen 

2

2

1

2

Ambt. Van de Dienst voor geneeskundige controle 

1

1

0

0

Werkgevers 

2

1

2

1

Werknemers 

1

2

2

1

Totaal = 51

17

10

14

10

3.) Voor 2011 voldoen negen adviesorganen niet aan de vereisten van artikel 2bis, § 1 van de wet van 20 juli 1990. Er werd een vraag om afwijking van de in dit artikel gestelde voorwaarden ingediend op 28 mei 2009 voor volgende organen:

- Technische geneeskundige raad;

- Technische raad voor kinesitherapie;

- Technische raad voor rolstoelen;

- Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen;

- Comité voor de permanente doorlichting van de nomenclatuur voor de geneeskundige verstrekkingen;

- Technische raad voor radio-isotopen.

Voor de Raad voor advies inzake revalidatie, de Technische raad voor ziekenhuisverpleging en de Speciale afdeling van de Technische ziekenfondsraad werd nog geen aanvraag om afwijking ingediend daar hun samenstelling slechts in augustus 2011 werd gewijzigd.

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten

1.) Er bestaat binnen de RSZPPO één adviesorgaan dat onder de toepassing valt van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen, namelijk het “Technisch Comité inzake de pensioenregeling van het gemeentepersoneel”, dat ingesteld werd bij koninklijk besluit van 5 augustus 1991 tot instelling bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van een technisch comité inzake de pensioenregeling van het gemeentepersoneel.

2.) Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 5 augustus 1991 is het “Technisch Comité inzake de pensioenregeling van het gemeentepersoneel” samengesteld uit de voorzitter van het Beheerscomité van de Rijksdienst, vijf vertegenwoordigers van de lokale overheden, vijf vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties, een vertegenwoordiger van de minister van Sociale Zaken, een vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken , een vertegenwoordiger van de minister van Pensioenen, de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal van de RSZPPO en de twee leidende ambtenaren van de Pensioendienst voor de Overheidssector.

Van de tien stemgerechtigde leden van het Technisch Comité (= enkel vertegenwoordigers van werkgevers en van de werknemers) zijn er 4 vrouwen en 6 mannen. De voorzitter van het Technisch Comité is een man.

In het voormeld adviesorgaan zijn er enkel effectieve leden en geen plaatsvervangende leden.

3.) Er werd geen uitzondering gevraagd.

Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Landsbonden van Ziekenfondsen

1.) Binnen de schoot van de Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Landsbonden van Ziekenfondsen bestaat slechts één adviesorgaan, met name het Technisch Comité.

2.) In toepassing van artikel 55 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen bestaat het Technisch Comité uit een voorzitter, vijf leden voorgedragen door de landsbonden van ziekenfondsen, een vertegenwoordiger van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, een vertegenwoordiger van de Kas der Geneeskundige Verzorging van de N.M.B.S. Holding, de administrateur-generaal van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en twee personen door de minister van Sociale Zaken aangeduid onder de ambtenaren van het RIZIV of van de FOD Sociale Zekerheid. Het Technisch Comité is nu samengesteld uit 11 effectieve leden waarvan 1 voorzitter en uit 10 plaatsvervangende leden waarvan 1 aangeduid werd als plaatsvervangende voorzitter. Binnen de categorie van de effectieve leden van het Technisch Comité is de verhouding man/vrouw 7/4 (de voorzitter is een man). Binnen de categorie van de plaatsvervangende leden is de verhouding man/vrouw 8/2.

3.) Gezien de niet-naleving, op het niveau van de plaatsvervangende leden van het Technisch Comité, van de quota vastgelegd in artikel 2bis van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid werd, bij de laatste hernieuwing van de samenstelling van dit comité in 2007, op basis van bovenvermeld artikel 2bis, een afwijking gevraagd.

De hierna genoemde openbare instellingen van sociale zekerheid hebben geen adviesorganen in de zin van artikel 1 van bedoelde wet van 20 juli 1990:

- het Fonds voor de beroepsziekten;

- de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

- de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;

- de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers;

- de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden;

- de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid;

- de Kruispuntbank van de sociale zekerheid;

– het eHealth-platform.