Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-515

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 10 december 2010

aan de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Asielzoekers - Werkdruk voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - Steun - Bedragen

politiek asiel
OCMW
minimumbestaansinkomen
gezinsuitkering
officiŽle statistiek
geografische spreiding
asielzoeker

Chronologie

10/12/2010 Verzending vraag
24/6/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-515 d.d. 10 december 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sommige openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW) worden de laatste tijd overspoeld door asielzoekers die wegens de verzadiging van het opvangnetwerk niet over de verplichte plaats van inschrijving beschikken. Dat legt een grote (werk)druk op die OCMW's, die het nu al verre van gemakkelijk hebben om hun reguliere taken uit te voeren.

Een en ander betekent dat de "vreemdelingendossiers" niet met de nodige accuratesse en controlemogelijkheden kunnen worden behandeld, wat onder de vreemdelingenpopulatie nogal vlug zou kunnen "circuleren", met alle gevolgen van dien. Als bekend raakt dat de OCMW's onder die werkdruk al te vaak "met de losse pols" moeten werken, dreigt ook dit een aanzuigeffect te hebben.

Anderzijds rijst ook de vraag naar het formuleren van een antwoord op bepaalde gevallen. Zo is mij een concreet dossier bekend, waarbij twee Kosovaarse echtparen (ouders en de minderjarige dochter / zus, samen met de meerderjarige zoon / broer en echtgenote en vier kinderen) zich in een woning vestigden en twee maal 987,09 euro leefloon plus vijf maal 128,38 euro gewaarborgde kinderbijslag, of in totaal 2.616 euro financiŽle steun claimden. De leefloonbedragen werden als uitgangspunt genomen. Er werd evenwel beslist om niet "de volle pot" toe te kennen, wegens de voordelen die aan het samenwonen verbonden zijn.

1) Hoeveel (uitgesplitst per gewest) steundossiers van asielzoekers hebben de OCMW's in 2007, 2008, 2009 en 2010 behandeld en welke bedragen werden dientengevolge uitgekeerd? Hoeveel kinderen genoten de gewaarborgde kinderbijslag?

2) Heeft de staatssecretaris cijfers over de bijkomende werklast die op de schouders van de OCMW's werd/wordt gelegd en erkent hij dat die werkdruk en de minder accurate behandeling en follow-up van de dossiers een negatief (aantrekkings)effect kunnen hebben?

3) In hoeveel gevallen werd toepassing gemaakt van artikel 60, ß 5, van de organieke wet van 8 juli 1976? Kan de staatssecretaris tevens aangeven voor welke verzekeringsinstellingen de betrokkenen hebben gekozen en hoeveel er naar de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering werden doorverwezen?

4) Zijn de OCMW's gerechtigd om een financiŽle steun te verlenen die onder de leefloonnormen ligt?

Antwoord ontvangen op 24 juni 2011 :

In antwoord op uw vragen, kan ik u het volgende meedelen.

1) In bijlage vindt u voor de gevraagde jaren en opgesplitst per gewest het aantal begunstigden voor wie er een tussenkomst door de Staat was inzake maatschappelijke hulpverlening, alsook het aantal dat enkel betrekking heeft op de financiële steun. Telkens worden ook de overeenkomstige bedragen vermeld.

Tevens wordt ook het aantal begunstigden vermeld voor wie het gebruikelijke terugbetalingsplafond werd verhoogd met een bedrag overeenkomstig de gewaarborgde kinderbijslag, alsook de betoelaagde bedragen. Mijn administratie beschikt evenwel niet over de statistieken met betrekking tot het aantal kinderen.

2) Er zijn mij geen cijfers bekend omtrent de bijkomende werklast voor de OCMW’s. Wat uw stelling betreft dat door de toegenomen werkdruk er door de OCMW’s minder zorg en minder controle aan de dossiers zou besteed worden, daar ben ik het niet met u eens. Mijn administratie heeft in ieder geval niet de indruk dat de dossiers er kwalitatief op achteruitgaan.

3) Mijn administratie beschikt niet over dergelijke statistieken.

4) Het OCMW beslist – op basis van het gevoerd sociaal onderzoek – autonoom welke de meeste aangewezen vorm van hulp is voor de welbepaalde vastgestelde nood. Deze hulp kan verschillend van aard zijn (financieel, materieel, psychologisch,…).



toutes les aides - allehulp


Seulement l'aide financière – enkel financiële hulp


majoration du montant des prestations familiales - verhoging met het bedrag van de gewaarborgde gezinsbijslag

Jaar


Begunstigden - Bénéficiaires


Begunstigden - Bénéficiaires


Begunstigden - Bénéficiaires



Bruxelles - Brussel

2007


2,165

7,266,134 €


1,321

5,769,965 €


182

315,763 €

2008


1,540

4,602,494 €


852

3,575,415 €


92

145,161 €

2009


1,524

3,904,587 €


774

2,576,459 €


48

62,704 €

2010


1,268

3,669,618 €


816

2,940,162 €


26

55,819 €













Flandre - Vlaanderen

2007


14,378

56,835,561 €


10,743

46,871,258 €


2,125

4,096,055 €

2008


9,276

31,079,798 €


5,041

22,866,425 €


947

2,054,985 €

2009


8,397

23,729,938 €


3,686

14,065,395 €


725

1,287,567 €

2010


8,093

19,752,837 €


3,066

11,158,554 €


560

920,015 €



Wallonie - Wallonië

2007


7,942

32,922,638 €


6,186

28,209,898 €


1,204

2,262,355 €

2008


5,395

19,660,106 €


3,353

15,652,878 €


627

1,238,345 €

2009


5,241

14,699,937 €


2,689

9,883,255 €


475

818,279 €

2010


4,675

12,822,061 €


2,335

8,777,625 €


334

545,332 €