Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4074

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de staatssecretaris voor Asiel, Immigratie en Maatschappelijke Integratie, toegevoegd aan de minister van Justitie

Migratie en asielbeleid - Buitenproportionele instroom van buitenlanders - Invloed op de sociale zekerheid en de samenleving - Maatregelen

migratie
politiek asiel
sociale zekerheid
illegale migratie
officiŽle statistiek
ondergrondse economie
zwarte handel
asielzoeker

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
19/3/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3065

Vraag nr. 5-4074 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Advocaat-generaal Piet Van Den Bon bracht het effect van de buitenproportionele instroom van buitenlanders op de sociale zekerheid onder de aandacht. Volgens Van Den Bon is er, vooral in de grote steden, zelf sprake van een toename van sociaaleconomische destabiliserende praktijken die het voortbestaan van onze rechtstaat in gevaar kunnen brengen (cf. Yves Liťgeois, E.D.E. op komst?, Mercuriale van de Procureur-generaal bij het Arbeidshof, 1 september 2011, Antwerpen).

Volgens Van Den Bon is onze sociale wetgeving niet aangepast aan de vaststelling dat de immigratie naar onze welvaartstaat een risico van uitkeringscultuur inhoudt. Hij wijst ook op de concurrentievervalsende implicaties voor de Belgische ongeschoolde arbeidskrachten die bij gebrek aan werk werkloosheidsuitkeringen aanvragen of naar het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) stappen. Hij verwijst ook naar de link met de ondergrondse economie die onmeetbaar veel schade kan toebrengen aan onze verzorgingsstaat.

Het ontbreken van een selectief systeem om de economische migratie binnen de perken te houden door het voeren van een efficiŽnt beleid en een drastische aanpak van de gezinshereniging heeft volgens Van Den Bon de laatste jaren geleid tot het isoleren van grote groepen migranten in de rand van sommige steden waar het genot van uitkeringen tot een cultuurverschijnsel is verheven. Verkrotte huizen, onveilige omgeving, werkloosheid, het ontbreken van integratie, enz., is er de harde realiteit.

Hij is ook van oordeel dat het een illusie is te veronderstellen dat de implementatie van de recente bescheiden wetgevende initiatieven, als die er ooit komt, een hocus-pocus effect zal hebben op de ontoereikende wetgeving uit het verleden die decennia lang de problematiek heeft verwaarloosd. De initiatieven getuigen volgens Van Den Bon van "disorder" en zijn maatregelen in verspreidde slagorde. De uitwerking op het terrein zal minimaal zijn en ze hebben geen herstellend effect op de schade die nu al is toegebracht aan ons sociaal weefsel.

Volgens Van Den Bon is het zonder meer duidelijk dat er dringend moet nagedacht worden over de vraag hoelang BelgiŽ de massale instroom economisch en sociaal nog aankan. De jarenlange schandalige stilstand van het migratie- en asielbeleid baart volgens hem grote zorgen. Het bestaande nationale recht is niet meer aangepast aan de huidige migratiefenomenen. Er is dan ook dringend nood aan een krachtdadig politiek optreden tegen de massale instroom en aan menswaardige opvang.

Volgens Van Den Bon is de immigratiegolf als dusdanig geen oncontroleerbaar fenomeen en hoeft het dat ook niet te worden. Wat op den duur wel oncontroleerbaar wordt volgens hem is de angst die ontstaat bij vele burgers omdat er nauwelijks iets aan het fenomeen wordt gedaan. Die angst raakt in onze hedendaagse samenleving stilaan geÔnstitutionaliseerd.

De advocaat-generaal is nochtans van oordeel dat de multiculturele samenleving een bron van rijkdom is en de ware weg naar de toekomst van de mens. Volgens hem is de ontginning van die rijkdom een aangelegenheid waar dringend werk moet van worden gemaakt aangezien het fenomeen een heel ander beleid vraagt.

In dit kader een aantal vragen:

1) Beschikt u over cijfergegevens betreffende het aantal buitenlanders die de afgelopen vijf jaar ons land binnen kwamen en op welke wijze (illegaal inbegrepen)?

2) Hoeveel van die buitenlanders kwamen in diezelfde periode in de structuren van de sociale zekerheid terecht en op welke wijze?

3) Beschikt u over cijfergegevens betreffende het aantal buitenlanders dat in dezelfde referentieperiode betrokken raakten in de ondergrondse economie en de criminaliteit, opgesplitst naar de aard?

4) Hoeveel ongeschoolde Belgen vroegen de afgelopen vijf jaar een werkloosheidsuitkering aan of klopten aan bij het OCMW? Ziet u hier een verband met de instroom van buitenlanders?

5) Erkent u de harde realiteit waar hierboven naar wordt verwezen? Kunt u uw standpunt motiveren?

6) Meent u dat de recente initiatieven een effect zullen hebben op de problematiek? Welke effecten verwacht u dan precies?

7) Deelt u de stelling van de heer Van Den Bon dat er dringend nood is aan een krachtdadig optreden? Hoe moet dat er dan volgens u uitzien? Welke maatregelen hebt u concreet in gedachten?

8) Bent u ook de mening toegedaan dat de multiculturele samenleving een bron van rijkdom is? Kunt u uw antwoord motiveren? Op welke wijze denkt u deze rijkdom te ontginnen om onze toekomst en welvaart veilig te stellen?

Antwoord ontvangen op 19 maart 2012 :

1. Hieronder vindt u de cijfers die de evolutie van de migratie weergeven van 2005 tot 2009, zoals ze geregistreerd werden door de algemene directie Statistiek en Economische Informatie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie (vroeger het NIS), op basis van het Rijksregister (RR) (toevoeging van de administratieve subcategorieën « immigraties », « veranderingen van register » en « nieuwe inschrijving van ambtshalve schrappingen »). 

In deze gegevens zijn niet opgenomen: 

·         De asielzoekers (krachtens artikel 4 van de wet van 24 mei 1994 tot oprichting van een wachtregister van vreemdelingen die zich vluchteling verklaren of die vragen om als vluchteling te worden erkend, [worden] « de vreemdelingen die zijn ingeschreven in het (…) wachtregister (…) niet meegeteld, noch voor het bepalen van het jaarlijkse bevolkingscijfer van de gemeente, noch voor het vaststellen van de resultaten van de tienjaarlijkse volkstelling bedoeld in artikel 9 van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, noch voor elke andere vastlegging van het bevolkingscijfer krachtens een wet uitgevaardigd ter uitvoering van artikel 63, § 3 (vroeger artikel 49, § 3) van de Grondwet ». 

·         De niet in het Rijksregister ingeschreven vreemdelingen: met inbegrip van de vreemdelingen die voor een kort verblijf (van minder dan drie maanden) in België verblijven, de vreemdelingen die illegaal op het grondgebied verblijven, incluis, de vreemdelingen die de verblijfsmachtiging hebben aangevraagd en niet over een verblijfsdocument beschikken. 

Deze gegevens houden daarentegen wel rekening met de onderdanen van de Europese Unie (EU). 

Tabel 1. Immigratiecijfers 

Jaar

Aantal personen

2005

97.888

2006

101.872

2007

109.926

2008

126.069

2009

126.877

Bron : RN / Berekening DG SEI

De gegevens voor het jaar 2010 zijn nog niet beschikbaar maar het aantal personen zal ongeveer gelijklopend zijn of iets hoger dan in 2009 liggen. Wanneer men als indicator het aantal eerste verblijfsdocumenten dat werd afgegeven, gebruikt, zoals de Dienst Vreemdelingenzaken doet, dan krijgen we op basis van deze indicator een vrij identiek resultaat als in 2009.  Voor 2010 werden 126.992 personen geteld. 

Uit de aard der zaak zelf volgt dat de omvang van de illegale immigratie van vreemdelingen (jaarlijkse instroom van illegalen) niet administratief is geregistreerd. 

2. 4. Op de vraag hoeveel buitenlanders of ongeschoolde Belgen in de structuren van de sociale zekerheid, zoals bijvoorbeeld het stelsel van de werkloosheidsuitkeringen, terecht kwamen, kunnen mijn collega’s, de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de minister van Werk, wellicht een antwoord geven. De Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie beschikt niet over gegevens omtrent ongeschoolde Belgen die aankloppen bij een Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW). 

3. 5. Mijn diensten beschikken ook niet over cijfergegevens betreffende het aantal buitenlanders die de afgelopen vijf jaar betrokken raakten in de ondergrondse economie en de criminaliteit. Deze vragen behoren tot de bevoegdheid van de ministers van Werk, Fraudebestrijding en Justitie. 

6. Een van de initiatieven waarvan ik een gunstig effect verwacht is de nauwere samenwerking tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en de POD Maatschappelijke Integratie. In het kader van deze samenwerking, werd een systeem van gegevensuitwisseling tussen beide administraties op punt gezet waarbij de POD Maatschappelijke Integratie voor een aantal EU-burgers aan de dienst Vreemdelingenzaken de periode meedeelt waarin Europese burgers het leefloon of financiële steun hebben kunnen genieten vanwege de Belgische Staat en het bedrag van deze steun. Deze informatie maakt het mogelijk om eventueel een einde te stellen aan het verblijf van EU-burgers wanneer zij een onredelijke belasting vormen voor het Belgische sociale bijstandsstelsel. Deze gegevensuitwisseling werd toegestaan door het Sectoraal comité van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid. en moet de dienst Vreemdelingenzaken helpen Op basis van deze aangeleverde gegevens, werden voor 507 dossiers (965 personen) een negatieve beslissing genomen einde 2011. 

Verder omvat het regeerakkoord tal van maatregelen die ervoor zouden moeten zorgen dat het migratiestromen wordt aangepakt en de druk op de sociale zekerheid verminderd. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het feit dat er moet gestreefd worden een definitief antwoord te geven op een asielaanvraag binnen de zes maanden, aan het bevorderen van de terugkeer, aan het opvoeren van de strijd tegen mensenhandel, aan het herzien van de regels inzake gezinshereniging, aan de bestrijding van de fraude, …