Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4060

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Falend migratiebeleid - Impact op sociale zekerheid - Wederkerigheid - Sociale fraude - geÔntegreerde aanpak - Controles

migratiebeleid
sociale zekerheid
zwartwerk
arbeidsinspectie
OCMW
politiek asiel
fraude
asielzoeker

Chronologie

23/12/2011 Verzending vraag
13/2/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3805

Vraag nr. 5-4060 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tijdens de hoorzitting in de Kamer over de openingsredes met betrekking tot het immigratiebeleid en de gevolgen ervan op het sociale stelsel, liet advocaat-generaal Piet Van Den Bon optekenen dat de huidige instroom van vreemdelingen in ons land bedreigend is voor het delicate evenwicht dat de sociale zekerheid betaalbaar moet houden. Er ontstaat volgens hem een probleem wanneer heel veel mensen aanspraak maken op een uitkering zonder zelf bij te dragen.

Van Den Bon is er wel van overtuigd dat migratie een zegen kan zijn voor ons land. Maar enkel en alleen indien de controle streng is en zoveel mogelijk mensen in het reguliere arbeidscircuit terechtkomen om de financiŽle draagkracht van het systeem te versterken. Tegenover elk recht staat immers ook een plicht. Voldoende wederkerigheid, in het bijzonder in de sociale zekerheid, is noodzakelijk om het systeem gezond te houden.

In de eerste plaats verwijst Van Den Bon naar de sociale fraude. Volgens hem maken de gevallen van sociale fraude die voor de arbeidsrechtbank komen slechts een fractie uit van het totaal aantal frauduleuze praktijken. De problematiek is vandaag zodanig georganiseerd, grensoverschrijdend en complex dat de beschikbare mensen en middelen niet volstaan om het voldoende te beheersen. Bovendien bestaat op het terrein een groot aanpassingsvermogen.

Ten tweede wijst hij op het oneigenlijk gebruik van de sociale wetgeving. Daarbij is sprake van normvervagend handelen dat door zijn omvang en moeilijke traceerbaarheid veel ontwrichtender werkt maar waarbij geen sprake is van een overtreding. Het gaat om aanspraken op sociale uitkeringen die indruisen tegen de geest van de wet en de basiswaarden van onze welvaart- en democratische rechtstaat. Het is hieraan dat de bevolking zich ook mateloos ergert.

Die normvervaging is volgens hem een realiteit die niet eenvoudig juridisch kan worden bedwongen omdat heel wat wetten hun eigen afdwingbaarheid uithollen, onder andere omdat de controles inefficiŽnt worden gemaakt en niet selectief zijn. Als voorbeeld wordt verwezen naar het gebruik van het asielrecht voor mensen die gewoon op zoek zijn naar een beter leven. Het ontbreken van een selectieve economische migratie brengt volgens hem heel veel schade toe aan onze verzorgingsstaat.

Net zoals voor veel andere domeinen kan een integraal geÔntegreerde aanpak van sociale fraude soelaas bieden. Daarbij spelen het Sociaal Strafwetboek en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) een belangrijke rol. Tijdens de hoorzitting werden ook enkele voorstellen op tafel gelegd om de sociale zekerheidsfraude aan te pakken zoals de oprichting van een nationale inspectiedienst voor sociale fraude en een nationale databank met alle gegevens van steuntrekkers van het OCMW, de oprichting van een sociaalrechtelijke politiedienst.

Tot slot merkt arbeidsauditeur Herwig l'Homme op dat uit hun vaststellingen kan worden afgeleid dat heel wat actieve werknemers op de Belgische arbeidsmarkt geen bijdragen leveren aan de Belgische sociale zekerheid. Zij kunnen echter wel een beroep doen op onze sociale zekerheid. Het gaat hier volgens hem om een probleem dat het gevolg is van de toepassing van Europese bepalingen. Hij vraagt zich bijgevolg af of geen ander raamwerk moet worden gecreŽerd om de sociale zekerheid in ons land te financieren.

We mogen in dit debat uiteraard niet voorbij gaan aan de vaststelling dat onze samenleving deel uitmaakt van een globaliserende wereld waar migratiestromen een maatschappelijke realiteit vormen. Die stromen kunnen ook niet worden stilgelegd. Wat we echter wel kunnen doen is het beheersen van de ongewenste negatieve gevolgen van die migratie, waarbij misbruiken, fraude en oneigenlijk gebruik van de wetgeving wordt aangepakt.

In dit kader een aantal vragen:

1) Deelt de geachte minister de visie dat het delicate evenwicht dat de sociale zekerheid betaalbaar moet houden wordt verstoord wanneer heel veel mensen aanspraak maken op een uitkering zonder zelf bij te dragen? Vanaf welk punt valt de balans negatief uit? Kan zij haar standpunt toelichten?

2) Erkent zij dat voldoende wederkerigheid, in het bijzonder in de sociale zekerheid, noodzakelijk is om het systeem gezond te houden? Kan zij haar antwoord motiveren?

3) Kan zij een overzicht geven van de belangrijkste vormen van sociale fraude tijdens de periode 2008 tot en met de eerste helft van 2011, opgesplitst naar de aard, de omvang en hun voorkomen? In hoeveel gevallen van die sociale fraude werd effectief overgegaan tot een vervolging?

4) Wil zij tevens een overzicht geven van de belangrijkste vormen van oneigenlijk gebruik van de sociale wetgeving tijdens de periode 2008 tot en met de eerste helft van 2011, opgesplitst naar de aard, de omvang en hun voorkomen?

5) Deelt zij de visie dat heel wat wetten hun eigen afdwingbaarheid uithollen, onder andere omdat de controles inefficiŽnt worden gemaakt en niet selectief zijn? Is zij ook van mening dat de beschikbare mensen en middelen niet volstaan om dit alles voldoende te beheersen? Kan zij haar standpunt duiden, eventueel aan de hand van cijfermateriaal over het bestaande aantal controles tijdens dezelfde referentieperiode en het totaal van beschikbare mensen en middelen?

6) Ziet zij heil in de oprichting van een nationale inspectiedienst voor sociale fraude, een nationale databank met alle gegevens van steuntrekkers van het OCMW en de oprichting van een sociaalrechtelijke politiedienst om de sociale zekerheidsfraude aan te pakken? Kan zij haar antwoord toelichten?

7) Is zij van oordeel dat een ander raamwerk moet worden gecreŽerd om de sociale zekerheid in ons land te financieren? Hoe zou dit raamwerk er volgens haar dan kunnen of moeten uitzien?

Antwoord ontvangen op 13 februari 2012 :

In antwoord op uw vraag heb ik de eer u mee te delen dat de inhoud ervan onder de uitsluitende bevoegdheid valt van mijn collega, de heer John Crombez, Staatssecretaris voor bestrijding van de sociale en fiscale fraude, toegevoegd aan de eerste minister.