Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4043

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

Europees energiediversificatiebeleid - Afhankelijkheid van Russisch gas - Nieuwe pijpleidingen - Internationaal overleg

energievoorziening
energiediversificatie
zekerheid van voorziening
Rusland
gasleiding
energiebeleid

Chronologie

23/12/2011 Verzending vraag
20/7/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-2354

Vraag nr. 5-4043 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds de Russisch-OekraÔense gascrisissen van 2006 en 2009 is de Europese Unie (EU) erg bezorgd om haar afhankelijkheid van Russisch gas. Uit vrees dat ze eenzelfde lot staat te wachten als OekraÔne is ze daarom haar energiebevoorrading gaan diversifiŽren. Deze beleidskeuze veruitwendigt zich in de aanleg van een nieuw pijpleidingnetwerk, de " Fourth Corridor ". De Nabucco-gaspijpleiding, het pronkstuk van de EU, maakt hier deel van uit. Onlangs raakte bekend dat de ingebruikname van de pijpleiding met twee jaar is verschoven naar 2017. In datzelfde jaar zouden ook de ITIGI- (Interconnector Turkey-Greece-Italy) en de TAP- (Trans Adriatic Pipeline) pijpleiding operationeel zijn. Het beperkt zich niet tot deze drie pijpleidingen. Om de afhankelijkheid van Russisch gas te reduceren wordt momenteel ook gewerkt aan de aanbouw van de Galsi-, Medgaz-, Baku-Tbilisi-Ceyhan- en Trans-Saharan Gas- pijpleiding.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoeveel draagt de Europese Commissie bij in de financiering van de hier bovenvermelde pijpleidingen?

2) Hoe rijmt de aanleg van een nieuw pijpleidingnetwerk met de EU-2020 doelstelling en de oproep van het Internationaal Energieagentschap (IEA) om " het roer radicaal om te gooien en te werken naar een post-fossiele toekomst "?

3) Deelt de geachte minister de mening dat de Russische economie sterk afhankelijk is van de export van fossiele brandstoffen naar de EU en het Russisch energiewapen daarom gerelativeerd moet worden? Zo ja, op welke grond kan de aanleg van de " Fourth Corridor " dan gelegitimeerd worden?

4) Hoe staat de hij tegenover de politisering van de energiebetrekkingen? Hoe staat hij tegenover de aanwezigheid van de Chinese en Amerikaanse vloot in zogenaamde " energy chokepoints ", zoals de straat van Hormuz en de straat van Malacca? Doet het geopolitiek getouwtrek hem denken aan de " Scramble for Africa " en de " Great Game " van de negentiende eeuw? Zo ja, hoe kunnen de spanningen die inherent voorkomen uit de wedren naar fossiele brandstoffen geneutraliseerd worden? Is een verhoogde internationale coŲrdinatie wenselijk?

5) Wat zijn de gevolgen van de oorlog in LibiŽ op de gastoevoer naar de EU via de Greensteam-pijpleiding? Dreigt een ernstig energietekort in ItaliŽ en Spanje als de Arabische lente overslaat naar Algerije, de derde belangrijkste bevoorrader in gas van de EU? Zo ja, zal de solidariteitsclausule zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon dan in werking treden? Is deze kwestie besproken in de Raad van de Europese Unie?

Antwoord ontvangen op 20 juli 2012 :

1) De Europese Commissie hanteert als grondprincipe dat de bouw en het onderhoud van de energie-infrastructuren onderworpen moet zijn aan marktprincipes. Dit principe is in overeenstemming met de gemeenschappelijke regels voor de voltooiïng van de interne energiemarkt en de regels inzake mededingingsrecht.

Financiële hulp van de Gemeenschap voor de bouw of onderhoud van energie-infrastructuren is bijgevolg zeer uitzonderlijk en vindt enkel plaats indien er gegronde redenen toe zijn. Het budget dat voor de TEN-E gereserveerd is wordt voornamelijk gebruikt voor haalbaarheidsstudies. Andere Gemeenschapsinstrumenten kunnen ingezet worden in gedeeltelijke financiering van investeringen, bijvoorbeeld de Structuurfondsen in de convergentieregio’s. Dit soort financiële steun is echter uitzonderlijk en mag geen aanleiding geven tot concurrentievervalsing.

Nabucco bijvoorbeeld is een commercieel project, geleid door een consortium bestaande uit zes olie- en aardgasbedrijven. Het wordt voor 30 % gefinancierd door deze partners en voor de rest door commerciële financiële instrumenten. De Europese Commissie is slechts tussengekomen voor 50 % van de haalbaarheidsstudie voor het project, maar dan in de vorm van een projectlening. Daarnaast werd 200 miljoen euro van het Europese Economische Herstelplan geïnvesteerd, eveneens in de vorm van een lening.

2) Voor het antwoord hierop nodig ik het geachte lid uit hierover mijn Collega bevoegd voor Energie te ondervragen.  

3) Ruim 50 % van de Russische gasexport gaat naar Europa. 33 % van de Europese gasimport komt uit Rusland en 25 % van de Europese aardgasvraag wordt gedekt door Rusland. Rusland is met andere woorden afhankelijker van de Europese vraag dan dat Europa afhankelijk is van de Russische export.

Toch neemt de invoerafhankelijkheid van Europa toe, wat geostrategisch op zich een probleem kan vormen voor Europa. De voornaamste reden voor het Europese diversificatiebeleid is echter dat men eraan twijfelt dat Rusland in de toekomst aan de groeiende Europese vraag zal kunnen voldoen. De regio van de Kaspische Zee beschikt over de laatste grote gekende gasreserves die de Europese markt direct kunnen bedienen. Dat is de fundamentele reden waarom de aanleg van een Southern Corridor belangrijk is. Maar daarnaast zet Europa ook in op energie-efficiëntie, het verhogen van duurzame energieproductie op eigen bodem en het diversifiëren van de gasimport door het verhogen van de LNG-import en opslagcapaciteit.

4 en 5) De politisering van de energiebetrekkingen is een feit, maar het komt er op aan deze betrekkingen binnen een Europees kader in goede banen te leiden. Dit trachten wij ondermeer te bewerkstelligen door de energiedialoog tussen Europa en Rusland en de dialogen die Europa heeft met andere belangrijke partners zoals de Verenigde Staten en Canada. Het is ongetwijfeld zo dat Europa een belangrijkere rol zal gaan spelen om de bevoorradingsveiligheid te verzekeren. Men mag niet vergeten dat energieveiligheid altijd al tot de “core business” van het Europese project behoorde. Enkel met een Europese stem zullen wij in staat zijn om ervoor te zorgen dat de internationale spanningen inzake energie die het Geachte Lid aanhaalt, kunnen vermeden worden of verholpen kunnen worden.