Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4017

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Oudermishandeling - Cijfergegevens- Dagvaardingen - Zorg voor slachtoffers

huiselijk geweld
geweld bij jongeren
officiële statistiek
geografische spreiding
gerechtelijke vervolging
bejaarde
verwantschap

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
15/4/2013 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-851

Vraag nr. 5-4017 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Bijna één op de zes Belgische jongeren slaat of bedreigt zijn ouders. Dat bleek uit een enquête van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) van enkele jaren geleden. Volgens het onderzoek schamen ouders zich doorgaans voor de mishandeling. Uit het onderzoek blijkt ook dat moeders vaker slachtoffer zijn dan vaders. Oudermishandeling komt ook voor in alle lagen van de bevolking, maar hoofdzakelijk in tweeoudergezinnen, het modale gezin. Emotionele mishandeling, zoals roepen en schelden tegen de ouders, komt het frequentst voor. Vier op honderd jongeren slaat of schopt zijn ouders of pleegt emotionele chantage, zoals dreigen met zelfmoord.

Ieder kind is al eens agressief tegen zijn ouders. Er is echter iets grondig verkeerd als een kind zich plots opvallend gewelddadig gedraagt, zowel op school of elders. Het start met brutaliteit en dreigen, wordt gevolgd door voorwerpen opzettelijk kapotmaken of stelen waarvan het kind weet dat zijn ouders ze mooi of belangrijk vinden. Later evolueert dit naar dreigen, schoppen en slaan. Terwijl oudermishandeling meestal voor het eerst tot uiting komt als het kind twaalf of dertien jaar is, kan dit zich ook al manifesteren op de leeftijd van zes jaar. Stapje voor stapje wordt het dan erger. Voor de buitenwereld komen veel daders heel lief en allesbehalve gewelddadig over. In realiteit bekladden ze hun ouders, zetten verhalen op die uit de lucht gegrepen zijn en trekken zo de aandacht. Heel vaak gelooft de omgeving mishandelde ouders niet (" Veel jongeren mishandelen ouders ", te raadplegen op http://www.belg.be/leesmeer.php?x=1998).

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Beschikken de geachte ministers over cijfergegevens betreffende oudermishandeling voor 2007, 2008, 2009 en 2010, opgesplitst per gewest en naar aard en ernst van de feiten?

2) Kunnen de geachte ministers meedelen in hoeveel gevallen er werd gedagvaard voor de rechtbank? Tot hoeveel en welke veroordelingen heeft dit aanleiding gegeven? Kunnen de geachte ministers een gedetailleerde profielschets van de daders geven?

3) Beschikken de geachte ministers over cijfergegevens betreffende de zorg die aan slachtoffers van oudermishandeling werd gegeven in voornoemde periode? Om welke behandelingen gaat het precies? Met welke problematiek kampten de slachtoffers? Kunnen de geachte ministers een gedetailleerde profielschets van het slachtoffer geven?

4) Kunnen de geachte ministers, elk binnen hun bevoegdheidsdomein, aangeven welke maatregelen de afgelopen drie jaar werden genomen om aan de problematiek van oudermishandeling het hoofd te bieden? Achten zij deze maatregelen voldoende of zien zij nog ruimte voor andere initiatieven en dewelke? Kunnen zij hun antwoord motiveren?

Antwoord ontvangen op 15 april 2013 :

  1. Enkel de politiediensten kunnen cijfergegevens aanbrengen. Het betreft het aantal geregistreerde feiten inzake “Slagen en verwondingen - tegen de ouders”. De gegevens werden opgemaakt op nationaal niveau en op het niveau van de gewesten. Een onderscheid naar aard en ernst is echter niet mogelijk.

    Er werden in 2007 in totaal 1 201 feiten van slagen en verwondingen tegen de ouders geregistreerd. Hiervan situeren er zich 122 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 628 in het Vlaams Gewest en 451 in het Waals Gewest. Voor 2008 zijn dit er 1 669 in totaal, met 159 te Brussel, 818 te Vlaanderen en 692 te Wallonië. Voor 2009: 2 008 in totaal, 171 te Brussel, 942 te Vlaanderen en 895 te Wallonië. Voor 2010 ten slotte werden er 2 112 zulke feiten geregistreerd, waaronder 190 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 976 in het Vlaams Gewest en 946 in het Waals Gewest.

    De oorzaken van de stijging doorheen de jaren werden niet onderzocht. Deze kunnen velerlei zijn, onder andere verbeterde registratie, een verhoging van het aantal meldingen, een verhoging van het aantal gepleegde feiten, …

  2. Ik beschik niet over deze cijfers. Op het niveau van het openbaar ministerie en de hoven en rechtbanken kunnen zulke statistieken niet opgemaakt worden. Er bestaat daartoe geen aparte code in de databanken. Daarenboven wordt de leeftijd van het slachtoffer niet stelselmatig geregistreerd. Ook de familiale relatie tussen dader en slachtoffer wordt niet steeds geregistreerd. Dit gebeurt slechts bij directe dagvaarding, gerechtelijk onderzoek of bij een verklaring van benadeelde persoon.

  3. Deze vraag behoort niet tot mijn bevoegdheid, maar tot die van mijn collega's bevoegd voor welzijn.

  4. Dit fenomeen kadert in de algemene aanpak van familiaal geweld, waarin de laatste jaren veel vooruitgang werd geboekt. Indien vanuit onze partners of vanuit de praktijk blijkt dat er bijsturingen nodig zijn, specifiek gericht op oudermishandeling, zal onderzocht worden hoe ik daarin kan bijdragen. Tot dusver werden er echter geen problemen of moeilijkheden gemeld omtrent de justitiële aanpak van geweld tegen ouders.