Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4014

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Ouderenmishandeling - Aantallen - Profielen van de daders en de slachtoffers - Maatregelen

bejaarde
huiselijk geweld
psychologische intimidatie
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
19/12/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-680

Vraag nr. 5-4014 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ouderenmishandeling is geen marginaal fenomeen, integendeel. Ouderenmishandeling, door iemand met wie de oudere een persoonlijke en/of professionele afhankelijkheidsrelatie heeft, vormt een groeiend probleem. Een op vijf thuiswonende ouderen wordt na hun vijfenzestigste verjaardag geconfronteerd met ouderenmishandeling. In driekwart van de gevallen zijn de naaste familie of de partner de dader.

Hoe ouder mensen worden, hoe groter de kans dat ze afhankelijker en kwetsbaarder worden. Ze hebben hulp nodig bij het huishouden, met zichzelf wassen en verzorgen, met hun eigen financiŽn, Ö Allemaal factoren die ervoor kunnen zorgen dat ze sneller het slachtoffer worden van ouderenmishandeling.

Door de toenemende vergrijzing in onze samenleving en het feit dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen wordt verwacht dat het aantal gevallen van ouderenmishandeling verder zal toenemen in de toekomst.

Op de website van de minister van Justitie kunnen we lezen dat het belangrijk is een strafrechtelijk beleid vast te leggen dat van toepassing is op het hele Belgische grondgebied om ouderenhandeling te bestrijden. De initiatieven voor het verbeteren van de behandeling van ouderenmishandeling door een passende multidisciplinaire reactie worden aangemoedigd. De minister verwijst bijvoorbeeld naar een project in het rechtsgebeid Luik. Dat project beoogt de definiŽring van de verschillende aspecten van de ouderenmishandeling, de reactie op politieniveau en op gerechtelijk niveau en het slachtofferonthaal. Tot slot staat er vermeld dat indien nodig nuttige wetswijzigingen worden overwogen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Beschikt u over cijfergegevens betreffende ouderenmishandeling voor 2007, 2008, 2009 en 2010, opgesplitst per gewest en naar aard en ernst van de feiten?

2. Kan u meedelen in hoeveel gevallen er werd gedagvaard voor de rechtbank? Tot hoeveel en welke veroordelingen heeft dit aanleiding gegeven? Kan u een gedetailleerde profielschets van de daders geven?

3. Beschikt u over cijfergegevens betreffende de zorg die aan slachtoffers van ouderenmishandeling werd gegeven in voornoemde periode? Om welke behandelingen gaat het precies? Met welke problematiek kampten de slachtoffers? Kan u een gedetailleerde profielschets van het slachtoffer geven?

4. Kunnen de resultaten van het vermelde project in Luik meegedeeld worden?

5. Kan u, binnen uw bevoegdheidsdomein, aangeven welke maatregelen de afgelopen drie jaar werden genomen om aan de problematiek van ouderenmishandeling het hoofd te bieden? Acht u deze maatregelen voldoende of ziet u nog ruimte voor andere initiatieven en dewelke? Kan u uw antwoord motiveren?

Antwoord ontvangen op 19 december 2012 :

1. en 2. Vanuit justitieel oogpunt wordt ouderenmishandeling niet als autonoom fenomeen weerhouden. Er bestaat geen aparte code in de databanken waardoor er geen statistieken opgemaakt kunnen worden. Ik beschik bijgevolg niet over zulke cijfers.

3. Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van mijn collega's van welzijn. Vanuit justitieel oogpunt kan ik hierin geen bijkomende informatie verstrekken, gelet op de onmogelijkheid tot het opstellen van een cartografie van misdrijven tegen ouderen (zie antwoord bij vragen 1 en 2.

4. In het gerechtelijk arrondissement Luik wordt de leeftijd van het slachtoffer geregistreerd. Voor het project werden de slachtoffers van zestig jaar en ouder, op het moment van de feiten, in beschouwing genomen. Dit leidde tot het openen van zestig dossiers in 2007, 109 dossiers in 2008, 116 dossiers in 2009, drieënzestig dossiers in 2010 en vierendertig dossiers in 2011.

Sinds 2006 is er in Luik een referentiemagistraat voor ouderenmis(be)handeling aangeduid, die desbetreffende dossiers centraliseert en beheert. Dit laat een betere globale aanpak van de problematiek toe.

Tussen 2006 en 2012 werd er ongeveer in de helft van de zaken overgaan tot definitieve afhandeling, met name volgens een bemiddeling in strafzaken, een gerechtelijk onderzoek of een dagvaarding. Het merendeel van de feiten zijn vormen van fysieke of psychologische mis(be)handeling in de ziekenhuizen of de tehuizen, maar ook vormen van financiële mis(be)handeling (zoals diefstal of misbruik van vertrouwen) komen voor. Er dient hierbij opgemerkt dat het parket van Luik slechts die feiten opneemt in de cijfers van ouderenmis(be)handeling wanneer de leeftijd van het slachtoffer werkelijk relevant blijkt en niet slechts berust op toeval (bijvoorbeeld diefstal uit een wagen waarbij er geen contact was tussen dader en slachtoffer en het slachtoffer blijkt zestig+ te zijn). Sinds 1 januari 2012 worden ook de intrafamiliale feiten van ouderenmishandeling specifiek opgenomen in deze cijfers.

5. Leeftijd of gezondheidstoestand kan nu reeds leiden tot een mogelijke strafverzwaring, zoals bepaald bij artikel 405quater van het Strafwetboek. Ook in artikel 410 Strafwetboek wordt voorzien in een strafverzwaring bij intrafamiliale ouderenmishandeling. Het Openbaar ministerie stelt dat magistraten meer aandacht hebben voor misdrijven gepleegd op ouderen, en dat ditwel degelijk een invloed heeft op de afhandeling van dossiers en de gevorderde straffen.

Indien evenwel vanuit de praktijk zou blijken dat er bijsturingen nodig zijn, specifiek gericht op ouderenmishandeling, zal dit onderzocht worden, en kunnen we vanuit Justitie specifieke maatregelen met betrekking tot ouderenmishandeling nemen. Tot dusver werden er echter geen problemen of moeilijkheden gemeld omtrent de justitiële aanpak van geweld tegen ouderen.