Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4012

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Bezit van vuurwapens - Eventueel misbruik door politiemensen - Centraal Wapenregister - Beperking van de toegang

persoonlijk wapen
gemeentepolitie
politie
overtreding
Vaste Comités van Toezicht op de politie- en inlichtingendiensten
gerechtelijke vervolging
gerechtelijk onderzoek
administratieve sanctie
officiële statistiek
geografische spreiding
handvuurwapens

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
2/5/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-516

Vraag nr. 5-4012 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In februari 2010 stond in een krant het volgende bericht te lezen:

"Het Comité P wil geen wapenfreaks meer om de wapenwet te controleren. De kans op misbruik is te groot”. Dat staat in een recent rapport dat bij de Kamer werd ingediend.

Burgers die op 9 juni 2006 een vuurwapen bezaten zonder daarvoor een vergunning te hebben, konden dat tot 31 oktober 2008 straffeloos bij de politie inleveren. In deze "regularisatieperiode" werden sommige politiemensen plots eigenaar van heel wat meer vuurwapens. Het Comité P onderzoekt nu of daarbij gesjoemeld werd. De vraag is of agenten illegale vuurwapens voor zichzelf hebben gehouden en achteraf in het wapenregister, waar ze toegang toe hebben, zelf een en ander "aangepast"?

Volgens het Comité P is ruim één op vijf politiemensen (8656) thuis als privépersoon eigenaar van vuurwapens. Tussen 2006 en 2009 daalde het aantal vuurwapens dat die groep privé bezat met 7,2 %, tot 18.783 stuks. Opmerkelijk is dat 655 agenten (of 7,6 % van de 8656) in de regularisatieperiode net (veel) meer vuurwapens in bezit kregen.

Die 655 agenten bezaten in 2006 nog maar 18,9 % van alle vuurwapens die privé in handen van politiemensen waren en halverwege 2009 was dat al 34 %. In de regularisatieperiode werden 127 politiemensen eigenaar van vijf vuurwapens of meer, één zelfs van 223 stuks. Er zijn voorlopig geen verschillen vastgesteld tussen de gewesten, tussen de federale en de lokale politie en evenmin tussen de niveaus (lager, midden- of officierenkader).

De meeste zaken moeten nog worden onderzocht, maar medio 2009 telde het Comité P al 30 dossiers waarin politiemensen hun functie hadden misbruikt. Die hebben enkele dingen gemeen: ze zijn meestal verantwoordelijk voor de follow-up van het wapenbezit in hun zone; ze zijn sportschutter, wapenverzamelaar of actief in een schietvereniging en in vele gevallen zijn ze ook schiet- of geweldmonitor.

Het Comité P vreest dat bij een aantal onder hen "de passie het haalt op de rechtsnorm". Het Comité wil daarom dat politiemensen die verantwoordelijk zijn voor de controle van het wapenbezit géén interesse in wapens hebben. Geen wapenfreaks! "Een goede wapenbeheerder moet geen goede schutter zijn", luidt het.

Het Comité wil voorts dat de toegang tot het Centraal Wapenregister drastisch wordt beperkt en dat de korpschefs veel meer toezicht houden op het personeel dat het wapenbezit controleert.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Kan de minister meedelen of dit onderzoek al is afgerond?

2) Zo ja, wat zijn de resultaten ervan?

3) In hoeveel gevallen - uitgesplitst per gewest en per politiezone en naargelang het ging om de federale dan wel om de lokale politie en naargelang het ging om lager, midden- of officierenkaders - werd vastgesteld dat politiemensen wapens hebben aangekocht van burgers die hun wapen(s) ter vernietiging hadden ingeleverd, derwijze dat die wapens opnieuw in omloop zijn gekomen?

4) In hoeveel van deze gevallen werden tegen de betrokken politiemensen tuchtstraffen ingeleid en tot welke gevolgen leidde dat? Graag kreeg ik een uitsplitsing zoals gevraagd onder vraag 3.

5) In hoeveel gevallen werden de parketten ingelicht en welk gevolg werd aan die info gegeven? Graag kreeg ik een uitsplitsing zoals gevraagd onder vraag 3.

6) In hoeveel van de gevallen vermeld onder vraag 4 werden de beklaagden voor de rechtbank gedagvaard en welke veroordelingen/vrijspraken werden uitgesproken? Graag kreeg ik een uitsplitsing zoals gevraagd onder vraag 3.

7) Welke maatregelen werden getroffen om deze problematiek te verhelpen?

Antwoord ontvangen op 2 mei 2012 :

1) Het onderzoek werd nog maar gedeeltelijk afgerond. De betreffende dossiers werden aan de bevoegde parketten overgemaakt voor verder gevolg. Sommige parketten en rechtbanken hebben al zaken afgehandeld. Voor anderen is het nog wachten op een eindvordering of een vonnis.

2) Aangezien het onderzoek nog deels lopende is, zijn de resultaten vooralsnog onbekend.

3) Zie mijn antwoord op vraag 2.

4) Zie mijn antwoord op vraag 2.

5) Zie mijn antwoord op vraag 2.

6) Zie mijn antwoord op vraag 2.

7) Sinds de lancering van het nieuwe Centraal Wapenregister wordt de toegang beperkt tot de wapenverantwoordelijke – de zogenaamde referentie-politieambtenaar “wapens” - van elke politiezone. Daarbij worden alle handelingen gelogd. Dit betekent dat kan nagegaan worden wie, wat, waar en wanneer heeft geraadpleegd/gewijzigd/geregistreerd.

De registratie van de wapenvergunningen gebeurt bovendien uitsluitend nog door de provinciale wapendiensten.

Op die manier kunnen misbruiken worden voorkomen of – indien ze zich toch voordoen – gemakkelijk worden opgespoord.

In een omzendbrief van 31 maart 2010 werd uitdrukkelijk gesteld dat de referentie-politieambtenaar “wapens” geen wapens mag aankopen van of verkopen aan wapenbezitters van wie hij een wapendossier behandelt. Hij mag bij voorkeur tevens geen bestuursfunctie uitoefenen bij een wapenvereniging of bij een schietstand. Indien dit toch het geval mocht zijn, dan mag hij geen dossiers behandelen van personen die aangesloten zijn bij die vereniging of schietstand.