Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3985

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

Nederland - Politie - Smartphone- en tabletapplicatie - Veiligheidsinformatie

gemeentepolitie
openbare veiligheid
toegepaste informatica
elektronische overheid
betrekking tussen overheid en burger
Nederland

Chronologie

23/12/2011 Verzending vraag
6/3/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3519

Vraag nr. 5-3985 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Nederlandse politieafdeling Best-Oirschot-Son en Breugel heeft een applicatie voor smartphone en tablet ontwikkeld waarmee ze haar burgers op de hoogte kan stellen van veiligheidsprojecten, actuele informatie over de buurtbrigadier van hun wijk en opsporingsberichten. Wie de applicatie downloadt in de app-store of de android-market kan daarenboven onveilige of verdachte situaties melden. De Nederlandse staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie Fred Teeven is het project zodanig genegen dat hij overweegt om het in heel Nederland uit te rollen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vraag:

Hoe staat de geachte minister tegenover het Nederlandse project in Best-Oirschot-Son om via een applicatie voor smartphone en tablet actuele veiligheidsinformatie te verstrekken aan haar inwoners? Overweegt zij om in BelgiŽ een gelijkaardig initiatief te nemen? Zo neen, zou dit de kloof tussen burger en politie niet dichten? Zo ja, hoeveel zou de ontwikkeling van een dergelijke applicatie kosten en welke functies zou het bevatten?

Antwoord ontvangen op 6 maart 2012 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen.

Het gebruik van nieuwe technologieën (smartphones, tablets, sociale media...) maakt momenteel het voorwerp uit van een reflectie binnen de politiediensten.

Met betrekking tot sociale netwerken hebben we een beleidstekst “Een sociale mediastrategie voor de geïntegreerde politiedienst” en een werkgroep werd belast met de uitvoering ervan voor de federale politie.

Parallel hieraan stellen sommige lokale mandaathouders zich vragen over de wijze van het hedendaags communiceren met de burger via Facebook, Twitter en andere sociale media en over het type informatie dat al dan niet kan worden verspreid. Zij zijn ook van plan om pagina's of blogs te gebruiken voor de communicatie met de burgers (reactie op actualiteit, ontvangen van operationele informatie, klachten...). Met het voorbehoud weliswaar te weten “tot waar men kan communiceren”.

Ik belastte de Commissaris-Generaal van de federale politie met de opstart van een multidisciplinaire werkgroep teneinde de mogelijke implementatie van het Nederlandse project te evalueren.