Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-375

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 17 november 2010

aan de staatssecretaris voor de Coördinatie van de fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie

Recht op maatschappelijke integratie - Leefloon - Schorsing door zwartwerk - Verzameling en uitwisseling van gegevens

OCMW
minimumbestaansinkomen
zwartwerk
Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid
officiële statistiek
sociale integratie

Chronologie

17/11/2010 Verzending vraag
17/5/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-375 d.d. 17 november 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Openbare Centra voor Maatschappelijk Werk (OCMW’s) worden af en toe geconfronteerd met leefloongerechtigden die in het zwart gaan werken, wat een reden kan zijn voor de schorsing van het leefloon. Ook dat is een vorm van fraude.

Het is mij niet bekend of de staatssecretaris deze categorie van steungenieters in beeld brengt, maar het zou voor de beleidsmakers en de OCMW’s een belangrijk beleidsinstrument kunnen zijn. Tevens blijkt er geen systematiek te bestaan waarbij er een structurele gegevensuitwisseling is tussen en met andere overheden (bijvoorbeeld de politie, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de arbeidsinspectie, de arbeidsauditoraten, …), wanneer ze bij leefloongerechtigden onregelmatigheden zoals zwartwerk vaststellen. Wellicht kan worden onderzocht of de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid geen informatieverstrekkend instrument kan ontwikkelen met betrekking tot al die informatie (of een deel ervan).

Vandaar kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen:

1) Beschikt de staatssecretaris voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010 over cijfers met betrekking tot zwartwerk dat door leefloongerechtigden werd uitgevoerd? Zo neen, wil hij die dan verzamelen?

2) Kan hij op basis van zijn coördinerende opdracht geen initiatief nemen zodat de OCMW’s vlugger en beter geďnformeerd kunnen worden over eventuele gevallen van fraude bij leefloongerechtigden? Zo ja, hoe wil hij dat aanpakken? Zo neen, waarom wil hij geen initiatief nemen?

Antwoord ontvangen op 17 mei 2011 :

In antwoord op zijn voormelde vraag heb ik de eer het geachte lid mee te delen dat na bevraging van de Directie van de administratieve geldboeten van de Federale Overheidsdienst (FOD)Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), de Rijkdienst voor Sociale Zekerheid, het Toezicht op Sociale Wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, en de Sociale Inspectie van de FOD Sociale Zekerheid niet beschikken over cijfers met betrekking tot zwartwerk dat door leefloongerechtigden werd uitgevoerd.

Ook de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid stelt als dusdanig geen persoonsgegevens die rechtstreeks betrekking hebben op vastgestelde fraude ter beschikking van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Zij zorgt er evenwel voor dat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn gebruik kunnen maken van een geheel van persoonsgegevens aan de hand waarvan zij zelf eventuele fraude kunnen achterhalen. De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid brengt inderdaad reeds jaren uitwisselingen van persoonsgegevens tussen instellingen van sociale zekerheid, waaronder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, tot stand. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn maken deel uit van het netwerk van de sociale zekerheid en gebruiken een aanzienlijk aantal webdiensten, die hen in staat stellen om bepaalde toestanden te controleren en misbruiken te voorkomen.

Wanneer een persoon bij een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om hulp verzoekt, wordt stelselmatig een maatschappelijk onderzoek verricht. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn beschikken daarbij over de mogelijkheid om over te gaan tot het raadplegen van het verwijzingsrepertorium van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, dat aanduidt bij welke instellingen van sociale zekerheid de betrokkene een actief dossier heeft.

Daarenboven biedt de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid webdiensten aan die de mogelijkheid bieden om na te gaan of de betrokkene als loontrekkende werkt bij een werkgever die is ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten. Daarvoor wordt het personeelsbestand van deze twee openbare instellingen van sociale zekerheid geraadpleegd. De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid voorziet eveneens in de toegang tot de persoonsgegevensbanken van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, voor wat betreft de activiteiten als zelfstandige, of tot het pensioenkadaster.

Naar aanleiding van het project nr. 18 van het actieplan 2009-2010 van het College voor de Fraudebestrijding namelijk“Het onmogelijk maken dat op basis van een Dimona-aangifte sociale rechten worden gecreëerd zonder dat betrokkene in bezit is van een geldige verblijfsvergunning en arbeidskaart“ is de KSZ eveneens werkzaamheden gestart om de OCMW’s (en de Rijksdienst voor Kinderbijslag der Werknemers) toegang te verlenen tot de elektronische gegevens met betrekking tot de verblijfsvergunning via de KSZ beschikbaar bij het Rijksregister.

De Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke integratie kan dit gegeven reeds consulteren.

Volledigheidshalve kan worden opgemerkt dat de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ook automatisch inlichtingen over de evolutie van de toestand van de betrokkene kunnen verkrijgen. Die wijzigingen betreffen in het bijzonder de persoonsgegevens uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, het Wachtbestand, het Personeelsbestand (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten) en de persoonsgegevensbanken van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Zolang de betrokkene bij een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gekend is, kan het op de hoogte gebracht worden van de veranderingen van de toestand die tijdens het maatschappelijk onderzoek vastgesteld werd. Zo wordt het onder andere verwittigd over het begin of het einde van een tewerkstelling of een activiteit als zelfstandige. Deze automatische berichten, “mutaties” genoemd, kunnen bijvoorbeeld ook ook over een adresverandering gaan.

Ook is de doorgave van wijziging met betrekking tot de verblijfsvergunning naar de OCMW’s momenteel in testfase.

Tot slot wil ik benadrukken dat inzake fraudebestrijding er onder mijn impuls heel wat initiatieven zijn genomen in verband met het unilateraal en bilateraal kruisen van gegevensbanken. Toch wil ik de datamining nog versterken door een meer geïntegreerde aanpak tussen alle betrokken instellingen van sociale zekerheid. Daarom werd een project "datamining van de sociaal verzekerde" opgericht om risicoprofielen te detecteren die aanleiding kunnen geven tot verdere gerichte enquêtes bij het opsporen van potentiële misbruiken. Dit systeem van datamining met betrekking tot fraude op individueel vlak door uitkeringstrekkers is nog in voorbereiding.

In dit systeem zullen type-profielen die tot misbruik kunnen leiden worden gedefinieerd, zodat een alarmsysteem kan worden ingevoerd.

Deze werkgroep vordert in zijn werkzaamheden.

De behoeftenanalyse werd nog niet afgerond. Het gaat om een omvangrijk werk, met vele instanties samen, en het impliceert na de behoeftenanalyse nog een technische analyse, programmatie, implementatie, testen, enz.

Men kan hieromtrent op korte termijn geen concrete resultaten verwachten.

Ook wordt onderzocht of via de databank van het elektronisch proces verbaal van verhoor (E-pv) het technisch en juridisch niet mogelijk is om de OCMW’s in te lichten bij eventuele inbreuken waar een persoon met een leefloon bij betrokken is.

Het E-pv is een actiepunt van mijn eerste actieplan voor de fraudebestrijding.

Zoals u kunt vaststellen, beschikken de openbare centra voor maatschappelijk welzijn vandaag reeds over verschillende mogelijkheden om eventuele fraude te bestrijden en zullen in een nabije toekomst nog bijkomende middelen ter beschikking gesteld worden.