Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3598

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 26 oktober 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

de opvolging van het gecombineerde vijfde en zesde CEDAW verslag

gelijke behandeling van man en vrouw
discriminatie op grond van geslacht
VN-conventie
gendermainstreaming

Chronologie

26/10/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1281

Vraag nr. 5-3598 d.d. 26 oktober 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 10 juli 1985 heeft België het VN Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (CEDAW) geratificeerd. Daardoor moet België om de vier jaar verslag uitbrengen over de toepassing van het verdrag voor het CEDAW-Comité.

In mei 2007 werd het gecombineerde vijfde en zesde verslag overgemaakt. Vervolgens werd het in oktober 2008 voorgesteld voor het CEDAW-Comité tijdens zijn 42ste zitting. In paragraaf 53 van de slotaanbevelingen (CEDAW/C/BEL/CO/6) vraagt het Comité aan België om, binnen twee jaar, een schriftelijk verslag door te sturen betreffende de vooruitgang ter uitvoering van de aanbevelingen in paragraaf 28 en 30. Deze aanbevelingen hebben betrekking op respectievelijk de wijziging van de wetgeving met betrekking tot het doorgeven van de familienaam en het verplaatsen van de sanctie voor seksueel misbruik in het Strafwetboek van 'misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid' naar 'misdaden tegen personen'.

Het CEDAW-Comité verwacht tevens het zevende voortgangsverslag in oktober 2012. Het geeft hierbij de raad de naar geslacht uitgesplitste statistieken van alle bevoegdheidsniveaus te compileren en te analyseren zodat alle pertinente statistieken in het volgend verslag kunnen worden weergegeven.

Graag had ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Hoe volgt België de slotaanbevelingen van het CEDAW-Comité op? Welke maatregelen zijn intussen genomen om aan de aanbevelingen tegemoet te komen?

2. Meer in het bijzonder, welke stappen zijn genomen rond de aanbevelingen in paragraaf 28 en 30?

3. Heeft de minister binnen de vooropgestelde termijn een schriftelijk verslag overgemaakt aan het Comité? Heeft de minister dit verslag overgemaakt aan het Parlement?

4. Voorziet de minister het zevende verslag tijdig in te dienen?

5. Zullen de gecompileerde genderstatistieken toegevoegd worden aan het zevende verslag?