Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3208

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 29 september 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Federale beheersorganen - Samenstelling - Evenwicht tussen vrouwen en mannen

gendermainstreaming
beheer
gelijke behandeling van man en vrouw

Chronologie

29/9/2011 Verzending vraag
1/12/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3204
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3205
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3206
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3207
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3209
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3210
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3211
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3212
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3213
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3214
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3215
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3216
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3217
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3218
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3219
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3220
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3221
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3222
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3223
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3224

Vraag nr. 5-3208 d.d. 29 september 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Voor de samenstelling van de federale adviesorganen werd een wettelijk quotum opgelegd waardoor deze adviesorganen in principe uit niet meer dan twee derde leden van hetzelfde geslacht mogen bestaan. De wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, gewijzigd in 1997 en 2003, legt een dergelijke verplichting op.

Wat de federale beheersorganen betreft, bestaat er geen dergelijke wettelijke verplichting, in tegenstelling tot het Vlaamse en Brusselse niveau waar zowel voor de adviesorganen als voor de beheersorganen een evenwicht tussen mannen en vrouwen wettelijk werd vastgelegd.

Desalniettemin, wil ik graag volgende vragen stellen:

1) Welke beheersorganen ressorteren onder uw bevoegdheid? Kan u er een lijst van geven?

2) Wat is anno 2011 de samenstelling van elk van die beheersorganen, rekening houdende met het evenwicht tussen vrouwen en mannen? Mag ik u verzoeken een onderscheid te maken tussen de effectieve leden, de plaatsvervangende leden en het voorzitterschap?

Antwoord ontvangen op 1 december 2011 :

Gelieve hierna het antwoord op de gestelde vraag te vinden.

1.Erkenningscommissie Betaald educatief verlof

Voorzitter: 1 V

Ondervoorzitter: 1 M

Effectieve leden:

Stemgerechtigd: 5 M + 9 V

Raadgevend: 3 M + 3 V

Plaatsvervangende leden:

Stemgerechtigd: 6 M + 8 V

Raadgevend: 4 M + 2 V

2. Beheerscomité Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA)

Voorzitter: 1 M

Effectieve leden: 12 M + 6V

3. Bijzonder comité bedoeld in artikel 28, § 2, van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen

Voorzitter: 1 M

Effectieve leden: 11 M + 7V

4. Nationale administratieve Commissie van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening

Magistraten: 2 M + 1 V

Voorzitters: 7 M + 2 V

Effectieve leden: 19 M + 2 V

5. Algemeen beheersorgaan van het Intern compensatiefonds voor de diamantsector

Voorzitter: 1 M

Effectieve leden: 6 M + 2 V

Plaatsvervangende leden: 6 M + 2 V

6. Bijzonder beheerscomité 1 van het Intern compensatiefonds voor de diamantsector

Voorzitter: 1 M

Effectieve leden: 6 M + 2 V

Plaatsvervangende leden: 7 M + 1 V

7. Bijzonder beheerscomité 2 van het Intern compensatiefonds voor de diamantsector

Voorzitter: 1 M

Effectieve leden: 5 M + 1 V

Plaatsvervangende leden: 4 M + 2 V