Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2779

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 15 juli 2011

aan de minister van Justitie

Seniorencriminaliteit - Prognose - Aanpassing strafwetgeving

bejaarde
criminaliteit
officiŽle statistiek
leeftijdsverdeling
verdeling naar geslacht

Chronologie

15/7/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4004

Vraag nr. 5-2779 d.d. 15 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het aandeel van de gepensioneerde in de totale bevolking neemt sterk toe. Tegen 2050 zal BelgiŽ ongeveer 3,5 miljoen gepensioneerden kennen, of 30 % van de totale bevolking. Afgaande op deze demografische prognose kan een (absolute) stijging van criminaliteit gepleegd door senioren verwacht worden. Nu al is het aantal zeventigplussers dat in BelgiŽ betrapt wordt op diefstal in vijf jaar tijd met meer dan 50 % gestegen. Bij zestigplussers is de stijging nog sterker, namelijk 71 %. De Belgische gevangenissen tellen in vergelijking met twaalf jaar geleden nu drie keer meer gedetineerden die boven de 60 jaar zijn. Ook internationaal wordt het fenomeen herkend. In Japan, het meest vergrijsde land ter wereld, maakt criminaliteit gepleegd door senioren 12 % van de totale criminaliteit uit. Opmerkelijk is dat een meerderheid van de dadergroep bestaat uit first offenders die vanwege te lage pensioenen, sociale isolatie of zelfs verveling een misdrijf plegen.

Aan de gestage instroom van "oudere verdachten" komen heel wat complicaties bij te kijken. Ik denk bijvoorbeeld aan de noodzaak tot aangepaste verhoortechnieken, fysieke handelingen bij arrestatie en overbrenging, enz. Steeds meer landen kiezen daarom om hun strafwetgeving aan te passen aan senioren. In Zweden kan bijvoorbeeld de rechter bij het bepalen van de straf rekening houden met de leeftijd als verzachtende omstandigheid, in ItaliŽ is geen voorlopige hechtenis mogelijk voor zeventigplussers, in Spanje geldt voor zeventigjarigen een ruimere mogelijkheid om vervroegd in vrijheid gesteld te worden dan voor gevangene uit een lagere leeftijdscategorie, in Frankrijk kan voor vijfenzestigplussers geen vervangende hechtenis en gebiedsverbod opgelegd worden. Ook buiten de Europese Unie zien we een gelijkaardige trend. In Canada kan de leeftijd een factor zijn die ervoor zorgt dat een voorwaardelijke straf wordt opgelegd, in Japan kan de rechtbank de verdachte ambtshalve een raadsman toewijzen indien de verdachte zeventig jaar of ouder is, in Florida en Virginia (Verenigde Staten) speelt de leeftijd van een verdachte een rol wanneer het gaat om het opleggen van de doodstraf. BelgiŽ is op dit vlak zeer terughoudend. Leeftijd speelt in ons land enkel een rol wanneer er om een uitlevering in terrorismezaken wordt gevraagd.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoeveel strafzaken liepen er in 2008, 2009, 2010 en de eerste helft van 2011 tegen vijfenzestigplussers (opgesplitst naar geslacht)? Wat is hun aandeel in het totaal aantal strafzaken? Over welke vormen van criminaliteit gaat het voornamelijk? In hoeveel gevallen verschijnt de vijfenzestigplusser voor het eerst voor het gerecht?

2) Kan de geachte minister voor de voorbije tien jaar de evolutie meegeven van het aantal delinquenten die zich bevinden in de leeftijdscategorie 65-70 jaar, 71-75 jaar, + 75 jaar (opgesplitst in functie van nationaliteit en/of etniciteit) en hoeveel daarvan bevonden zich in een gevangenis? Hoe gaan de Belgische gevangenissen om met de toename van oudere delinquenten die aparte noden en behoeftes hebben? Overweegt hij om zogenaamde bejaardengevangenissen op te richten?

3) Is in BelgiŽ een vraag tot uitlevering in terrorismezaken al eens geweigerd wegens de leeftijd van de betrokkene?

4) Is hij voorstander om in het strafrecht extra uitzonderingen op te nemen voor senioren?