Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-225

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 8 oktober 2010

aan de minister van Justitie

Voorlopige hechtenis - Invrijheidsstelling - Voorwaarden - Misbruik

voorlopige hechtenis
voorwaardelijke invrijheidstelling

Chronologie

8/10/2010 Verzending vraag
17/1/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-225 d.d. 8 oktober 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het kader van de wetgeving op de voorlopige hechtenis kunnen personen onder bepaalde voorwaarden voorlopig in vrijheid worden gesteld. Op die manier kan het aantal vrijheidsbenemingen worden beperkt, wat minder capaciteitsproblemen in de penitentiaire instellingen tot gevolg moet hebben. Een voorwaarde is ook dat de naleving van de voorlopige vrijlatingsvoorwaarden wordt gecontroleerd en dat bij schending van de voorwaarden de politie de verdachte opnieuw kan aanhouden. Dat laatste zou meer en meer het geval zijn.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Heeft de minister cijfers voor 2007, 2008, 2009 en de eerste helft van 2010 over het aantal personen dat onder voorwaarden vrijgelaten werd krachtens de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis?

2) Kan hij meedelen hoeveel personen zich in dezelfde periode niet hielden aan de voorwaarden en opnieuw werden aangehouden?

3) Is hij van oordeel dat het systeem zijn doelstellingen bereikt of oordeelt hij, eventueel op basis van de hierboven verkregen cijfers, dat het systeem door criminelen misbruikt wordt om op vrije voeten te kunnen lopen?

Antwoord ontvangen op 17 januari 2011 :

Voorafgaandelijk is het belangrijk op te merken dat artikel 38,§1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis (Belgisch Staatsblad 14 augustus 1990) het volgende bepaalt: “Voor hulp en nazicht betreffende het respecteren van de voorwaarden kan er een beroep worden gedaan op de Dienst Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie. Het naleven van de verbodsvoorwaarden wordt door de politiediensten gecontroleerd.”

1.Tabel 1 geeft het aantal nieuwe mandaten vrijheid onder voorwaarden weer die aan de justitiehuizen werden overgemaakt:

2. Tabel 2 betreft de afgesloten mandaten en toont zowel in aantal als in percentage de reden van beëindiging. Het aantal mandaten die “niet of slechts gedeeltelijk werden uitgevoerd”, betreft de personen die opnieuw werden aangehouden of zich niet aan hun voorwaarden hielden. Het aantal mandaten “andere of onbekend” betreft de personen die overleden zijn of de mandaten waarvan de reden van beëindiging foutief werd ingevuld.

De cijfers geven een status quo weer over de besproken periode. In 2007 en 2008 werden 2,5% van de mandaten “niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd”. In 2009 was dit percentage 2,3% en in 2010 (tot en met juni) 2,0%. Het percentage afgesloten mandaten in de categorie “andere of onbekend” varieert tussen 0,3% en 0,6%.

3. Op basis van de cijfergegevens, kan enkel gesteld worden dat de maatregel vrijheid onder voorwaarden een zeer laag mislukkingspercentage kent.

Tabel 2 geeft het aantal positief beëindigde mandaten weer die varieert tussen 96,9% en 97,5% voor de besproken periode.

Tabel 1


2007

2008

2009

01/01/2010

-

30/11/2010

Aantal nieuwe mandaten Vrijheid onder voorwaarden

4 506

4 908

4 949

4 038

Bron: Dienst data-analyse en kwaliteit van het Directoraat-generaal Justitiehuizen op 16 december 2010.

Tabel 2


2007

2008

2009

01/01/2010 – 30/06/2010


n

%

n

%

n

%

n

%

Positief beëindigde mandaten

4 258

97,2%

4 515

96,9%

4 861

97,1%

2 338

97,5%

Niet of slechts gedeeltelijke uitvoering

108

2,5%

118

2,5%

117

2,3%

49

2,0%

Andere of onbekend

15

0,3%

26

0,6%

29

0,6%

11

0,5%

Totaal beëindigde mandaten

4 381

100%

4 659

100%

5 007

100%

2 398

100%

Bron: Dienst data-analyse en kwaliteit van het Directoraat-generaal Justitiehuizen op 10 december 2010.