Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-189

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 21 september 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Methadon - Voorschriften - Zwarte markt

drugverslaving
geneesmiddel
zwarte handel
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

21/9/2010 Verzending vraag
13/7/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-189 d.d. 21 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2004 is er een koninklijk besluit opgesteld tot wettelijke regeling van het voorschrijven van methadon en buprenorfine door artsen. Het koninklijk besluit bepaalt dat de artsen deze vervangingsmiddelen onder bepaalde voorwaarden mogen voorschrijven en dat ze zich moeten laten registreren. Dat besluit blijft echter dode letter aangezien er nog altijd geen rondzendbrief naar de artsen zou zijn verzonden.

De producten moeten ook door een erkende apotheker worden geleverd. Die overhandigt het middel dagelijks aan de patiŽnt, die het onder zijn toezicht inneemt. De apotheker kan de medicatie ook geven aan een gemachtigd persoon, op voorwaarde dat de patiŽnt verblijft of gevolgd wordt in een centrum voor behandeling van verslavingsproblemen.

Methadon en buprenorfine zijn echter gevaarlijke producten die bij onjuist gebruik ernstige risicoís inhouden. Wanneer daarbij ook nog andere producten worden ingenomen, verhoogt de kans op een overdosis. Artsen blijken de vervangingsmiddelen echter vlot voor te schrijven, met de bekende risicoís tot gevolg.

Wanneer hulpverleningsinstanties kennis krijgen van onverantwoord voorschrijfgedrag, worden de betrokken artsen opgebeld en wordt hen duidelijk gemaakt dat hun voorschrijfgedrag niet kan. Als die artsen hardleers zijn, wordt een signaal gegeven aan justitie. Het spreekt voor zich dat deze medicijnen gegeerd zijn in bepaalde middens, waardoor er ook een zwarte markt ontstaat.

Het registratiesysteem zou echter cruciaal tekortschieten. Apothekers of artsen zouden slechts na geruime tijd verwittigd worden van de dubbele verstrekking en van het voorschrijfgedrag. Een dergelijk systeem schiet daarmee zijn doel voorbij. Een mogelijke oplossing bestaat in een onlineregistratiesysteem.

In dat kader heb ik volgende vragen:

1.Heeft de minister cijfers, opgesplitst per gewest, over het aantal voorschriften dat in ons land in 2007, 2008, 2009 en de eerste helft van 2010 werd uitgereikt? Kan de minister meedelen hoeveel artsen precies hoeveel voorschriften uitschreven? Kunnen er vragen worden gesteld bij het voorschrijfgedrag van sommige artsen?

2. Heeft de minister cijfers, opgesplitst per gewest, over het aantal apothekers dat vervangingsproducten voor heroÔne aflevert en over het aantal klanten dat zij hebben?

3. Kan de minister meedelen hoeveel personen in 2007, 2008, 2009 en de eerste helft van 2010 zijn overleden aan de gevolgen van het onjuiste gebruik van die middelen, opgesplitst per oorzaak?

4. Kan de minister meedelen hoeveel artsen in dezelfde periode met justitie in aanraking zijn gekomen wegens hun voorschrijfgedrag en welke gevolgen eraan werden gegeven?

5. Heeft de minister informatie over het bestaan van een zwarte markt en de eventuele omvang ervan?

6. Erkent de minister dat bij het koninklijk besluit nog altijd geen uitvoeringsbesluiten zijn genomen? Wanneer denkt zij dat die er zullen zijn?

7. Erkent de minister de problemen met het registratiesysteem? Ziet zij heil in een onlineregistratiesysteem?

Antwoord ontvangen op 13 juli 2011 :

1.+ 2. Het systeem van Nationale Registratie van Substitutie Behandelingen (NRSB) heeft twee fundamentele streefdoelen :

1. Registratie en monitoring van alle voorschriften voor methadon en buprenorfine

Deze registratie gebeurt op basis van de gegevens die maandelijks aangeleverd worden door de apothekers via hun tariferingsdiensten (TD). Via een specifiek protocol worden patiëntgegevens becijferd door deze TD’s en de gecodeerde gegevens worden maandelijks doorgestuurd naar het IFEB (Instituut van Farmaco-Epidemiologie van Belgïe). De gecodeerde gegevens vormen samen de NRSB-databank waarmee maandelijks de “patiëntcodes” kunnen worden opgevraagd van patiënten die meerdere artsen hebben geraadpleegd. De opgespoorde meervoudige voorschriften van artsen waarvan ons bekend is dat zij samenwerken, worden gecontroleerd. De andere gevallen worden beschouwd als “medische nomadisme”. Het systeem maakt voor elk geval een meldingsfiche op waarop de patiëntcode voorkomt, de identiteit van de voorschrijver en van de apotheker, en het nummer van het voorschrift. Deze meldingsfiches in het kader van geneesmiddelenbewaking worden verstuurd naar de betrokken artsen. De arts contacteert de apotheker die met het voorschriftnummer de identiteit van de patiënt aan deze arts kenbaar maakt. De bedoeling van dit systeem is om artsen toe te laten rekening te houden met deze informatie voor hun verdere therapeutische relatie met zijn patiënt.

2. Epidemiologische analyses en rapporten

Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer hebben de onderzoekers geen toegang tot de persoonsgebonden gegevens. Zij analyseren een opzettelijk beperkte set van geaggregeerde (anonieme) gegevens uit de gegevensbank. Deze analyses bepalen het profiel van de zorgverstrekkers in het algemeen, de sociaal-demografische kenmerken van de patiënten en de voorgeschreven producten (galenische vorm, dosering, frequentie van aflevering). Ze laten vergelijkingen toe volgens geografische spreiding, per arrondissement. Van de situatie en de evolutie van de substitutiebehandeling in België wordt elk halfjaar een rapport geleverd aan de opdrachtgever.

Wat de persoonsgebonden gegevens (identificatie) betreft, bevat de gegevensbank enkel gecodeerde persoonsgegevens. De codering gebeurt door de TD’s voor wat de patiënten betreft, en door het IFEB voor wat de zorgverstrekkers betreft. De monitoring van het meervoudig voorschrijven van methadon en buprenorfine wordt uitgevoerd aan de hand van deze gecodeerde gegevens. De epidemiologische studies worden uitgevoerd door andere personen die enkel toegang hebben tot een beperkte set van geaggregeerde gegevens, dus anoniem.

Om uw vraag concreet te beantwoorden kan ik zeggen dat in ongeveer 3000 officina deze substitutie behandeling wordt afgeleverd. In 2008 werden in het Vlaamse gewest 4646 patiënten behandeld, 2806 in het Brussels hoofdstedelijk gewest en 9195 in het Waalse gewest. Deze gegevens zijn echter niet volledig aangezien, op basis van de gebruikte methodologie, geen rekening kon worden gehouden met sommige patiëntengroepen (bv. niet-verzekerde patiënten, verzorgingsinstellingen, …).

3. Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid verzamelt statistieken rond het aantal drugsdoden en publiceert hierover een jaarverslag. Het aantal drugsgerelateerde doden wordt hierin vermeld zonder opsplitsing in drugscategorieën. Daarenboven blijft het moeilijk een eenduidig antwoord te geven op deze vraag aangezien een drugsgerelateerd overlijden niet noodzakelijk het directe gevolg is van drugsgebruik (overdosis), maar ook het indirecte gevolg kan zijn van bijvoorbeeld aids …

4. De gekende dossiers van onverantwoord voorschrijfgedrag worden momenteel voor verder gevolg doorgestuurd naar de bevoegde Provinciale Geneeskundige Commissies. Het exacte aantal zou moeten worden meegedeeld door deze Commissies.

5. De geregistreerde data hebben betrekking op de aflevering van substitutiebehandelingen aan patiënten die een substitutietherapie volgen.

Deze geneesmiddelen worden als volgt afgeleverd en toegediend aan de patiënt :

6. + 7. In verband met het onderzoek naar de registratiemodaliteiten van substitutiebehandelingen kreeg het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) begin 2010 de opdracht een werkgroep op te richten om de huidige moeilijkheden en toekomstige mogelijkheden te bestuderen om een aangepast registratiesysteem te realiseren dat rekening houdt met de technische mogelijkheden en de complexiteit van de problematiek op het vlak van traceerbaarheid en aflevering.

De werkgroep heeft mij een overzicht van de knelpunten bezorgd en heeft, op basis van een brede raadpleging, met onder meer vertegenwoordigers van de hulpverleningssector voor drugsverslaafden, een ontwerp van koninklijk besluit opgesteld dat mij binnen afzienbare tijd officieel zal worden overgemaakt. Niettemin, gezien de huidige toestand, namelijk een regering van lopende zaken, kan ik geen garanties bieden wat betreft de opvolging van dit project.