Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-1855

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 23 maart 2011

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Douane en accijnzen - Werking - Controle ("PLDA ICT-systeem")

douane
accijns
gasolie
elektronische overheid
douanecontrole
douanefraude

Chronologie

23/3/2011 Verzending vraag
4/5/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-1855 d.d. 23 maart 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Douane staat in voor de bescherming van de samenleving en de bevordering van de internationale handel door het beheer van de buitengrenzen en het verzekeren van de veiligheid van de logistieke keten.

Om deze doelstelling te behartigen is een goed functioneren van de administratie der Douane en Accijnzen (D&A) onontbeerlijk. Dit blijkt niet altijd het geval te zijn. In 2009 oordeelde de geachte minister van FinanciŽn Didier Reynders dat D&A zijn rol van " trade facilitator " onvoldoende vervulde. Om de concurrentiepositie van BelgiŽ niet in het gedrang te brengen werden enkele hervormingen doorgevoerd. Het overleg met de verschillende actoren kreeg met het Strategisch Comitť van het Nationaal Forum een structurele basis en een nieuw ICT-systeem (PLDA) werd in het kader van de modernisering van de douane geÔntroduceerd.

Beiden kenden een ietwat ongelukkige start. Het PLDA-systeem bleek niet zo performant te zijn en in het Nationaal Forum werd wel onderhandeld maar bleven concrete resultaten uit.

Onlangs kwam een nieuw pijnpunt aan het licht. In vier jaar tijd daalde het aantal controles op het gebruik van rode diesel met een kwart. Nochtans wordt die illegale praktijk financieel steeds interessanter nu de reguliere brandstof aan de pomp steeds meer kost. Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) FinanciŽn is het gebrek aan mankracht verantwoordelijk voor het dalende aantal controles. Controle op rode diesel prijkt daarom lager op het prioriteitenlijstje van D&A.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Kan de geachte minister een evaluatie maken van het Nationaal Forum op basis van de taken die hij haar in 2009 hebt toevertrouwd? Deze taken zijn:

a) voorstelling van de uitdagingen voor de komende jaren;

b) vaststellen van de prioriteiten waarrond overleg moet worden gepleegd;

c) toewijzing van de prioriteiten aan interestgroups die werken op thema's rond: policy, research & development en operations;

d) terugkoppeling van Policy Group naar Strategische Comitť;

e) afspraken omtrent uitvoering van beslissingen.

2) Zijn de kinderziekten van het PLDA ICT-systeem definitief achter de rug? Hoeveel procent van de in- en uitvoeraangiften inzake douane werden in 2010 met het PLDA- systeem gevalideerd? Hoe ver staat de interne audit van het PLDA-systeem? Is het rapport reeds beschikbaar? Zo ja, wat zijn de belangrijkste conclusies? Waar is verbetering wenslelijk?

3) Hoeveel controles voerde de Douane in 2008, 2009 en 2010 uit? Hoeveel mankrachten werden er telkens ingezet? Naar wat werd vooral gecontroleerd? Hoeveel vaststellingen waren er? Wat was de kostprijs en wat was de opbrengst?

4) Welke controles lijden er, naast de controle op rode diesel, aan een gebrek aan personeel? Hoe hoopt hij dit probleem op te lossen zonder hierbij het personeelsbestand te verhogen?

Antwoord ontvangen op 4 mei 2011 :

Vraag 1

Begin 2010 werd het Nationaal Forum D&A – handel nieuw leven ingeblazen. De doelstelling hierbij was om een duidelijk kader voor overleg te scheppen tussen D&A en de handel. Het vernieuwde Nationaal Forum heeft de opdracht om, in een geest van onderling vertrouwen en op een gestructureerde manier:

- onderling informatie uit te wisselen (feedack);

- de handel te betrekken bij het tot stand komen van wetgeving en bij de implementatie van wet- en regelgeving in operationele structuren;

-op een gestructureerde wijze rekening te houden met het binnen het platform uitgebrachte advies.

Het Nationaal Forum bestaat uit een plenaire groep die samengesteld is uit vertegenwoordigers van de handel en van D&A (het Strategisch Comité). Dit Strategisch Comité, dat twee maal per jaar bijeenkomt, legt op basis van een consensusmodel de prioriteiten en uitdagingen vast waarrond zowel op korte termijn als op lange termijn moet worden gewerkt.

Deze prioriteiten worden vervolgens uitgewerkt in diverse werkgroepen, die georiënteerd zijn rond drie pijlers. Binnen de pijler Policy worden de vastgelegde prioriteiten op een strategisch niveau uitgewerkt. De pijler “policy” bestaat momenteel uit twee werkgroepen. De werkgroep MCC-MCCIP focust enerzijds op de totstandkoming van de nieuwe communautaire douanewetgeving (de prioriteiten op dit vlak zijn momenteel Centralised clearance en self - assessment) en schuift anderzijds, door creatief gebruik te maken van de vigerende douanewetgeving, (met nadruk op facilitatie) nieuwe concepten naar voren (de prioriteiten zijn momenteel entry into the record, direct. vs. indirecte vertegenwoordiging, unieke vervoersovereenkomst). De werkgroep AEO, houdt zich bezig met het controlebeleid ten opzichte van AEO gecertificeerde bedrijven.

Binnen de pijler R&D worden de onderwerpen, waarover op policy niveau overeenstemming is bereikt, verder onderzocht en ontwikkeld. De werkgroep BPM heeft enerzijds als opdracht de op policy niveau behandelde onderwerpen procesmatig uit te werken, maar anderzijds ook om de door de Europese Commissie voorgestelde BPM- pakketten te bespreken en te evalueren. De werkgroep MASP houdt zich bezig met vraagstukken verbonden aan de technische implementatie (ICT) van de processen binnen het algemene kader van het MASP (multi - annual strategic plan).

Binnen de pijler Operations worden diverse procedurele en operationele problemen behandeld. Deze pijler bestaat uit vier werkgroepen: “hinterland”, “koerierdiensten”, PLDA-NCTS” en “Accijnzen”

Om de werking van het Nationaal Forum beter te kunnen opvolgen en indien noodzakelijk bij te sturen werd binnen de schoot van het Nationaal forum een stuurgroep opgericht. Deze stuurgroep is samengesteld uit de covoorzitters van het Strategisch comité en van de drie pijlers. De stuurgroep vergadert tweemaandelijks. Het is de rol van de stuurgroep om te garanderen dat de discussies in de diverse werkgroepen (die gegroepeerd zijn rond de drie voornoemde pijlers) vooruitgang maken en ook daadwerkelijk resultaten opleveren. Het is eveneens de rol van de stuurgroep om te waken over de horizontale samenhang tussen de pijlers en over de coherentie van het geheel van de discussies in alle werkgroepen. Tijdens de halfjaarlijkse plenaire vergadering van het Strategisch Comité rapporteert de stuurgroep de resultaten en aanbevelingen van de diverse groepen aan alle leden van het Nationaal Forum. Indien er beslissingen worden genomen omtrent bepaalde onderwerpen, worden deze gezamenlijk genomen door de vertegenwoordigers van de handel en D&A. Indien over bepaalde onderwerpen geen gemeenschappelijk standpunt kan bereikt worden, worden de redenen hiervoor steeds schriftelijk kenbaar gemaakt aan de handel.

Vraag 2

PLDA is een systeem dat verregaand integreert met andere systemen zoals ICS (Import Control System), EORI (Unieke registratie van bedrijven binnen Europa) ECS (Export Control System, NCTS (New Computerised Transit System) en bovendien dient het voortdurend te worden aangepast ingevolge steeds wijzigende fiscale en niet-fiscale maatregelen bij de in-, uit- en doorvoer van goederen in de Europese Unie.

Ondanks de nodige voorzorgen is het steeds mogelijk dat er onverwachte elementen optreden waardoor de gebruiker de indruk krijgt dat PLDA niet voor de volle 100 % beschikbaar is.

Voorts is er het probleem van performantie. De contractant samen met ICT financiën zijn een onderzoek gestart waarvan de resultaten zullen zichtbaar worden in mei/juni 2011.

Het PLDA systeem heeft in 2010 de volgende aangiften gevalideerd:

- uitvoer : 2 526 643 aangiften;

- invoer : 2 075 753 aangiften;

- indirecte uitvoer met kantoor van uitgang BE : 1 873 828.

Voor de uitvoeraangiften met inbegrip van de aangiften indirecte uitvoer met kantoor van uitgang BE betekent dit 100 % gezien de wettelijke verplichting. Voor de invoeraangiften betekent dit 90 % van de aangiften.

De interne audit van het PLDA systeem werd doorgevoerd en een officieus rapport werd aan de Administratie ter goedkeuring voorgelegd op 15 februari 2011. De Administratie heeft haar opmerkingen geformuleerd en doorgestuurd op 11 maart 2011. Tot op heden werd het definitieve rapport nog niet ontvangen.

Vraag 3

Het aantal controles en vaststellingen voor de jaren 2008, 2009 en 2010 is als volgt:

Jaar 2010

Aantal controles

Aantal vaststellingen

a) visuele controle van het monster

74940

409

b) klein gasoliemonster labo

12608

788

c) groot gasoliemonster labo

1943

110

d) klein gasoliemonster benzinestation

106

8

e) groot gasoliemonster benzinestation

21

3

Jaar 2009

Aantal controles

Aantal vaststellingen

a) visuele controle van het monster

81151

386

b) klein gasoliemonster labo

11621

831

c) groot gasoliemonster labo

1263

79

d) klein gasoliemonster benzinestation

113

8

e) groot gasoliemonster benzinestation

20

3

Jaar 2008

Aantal controles

Aantal vaststellingen

a) visuele controle van het monster

105642

556

b) klein gasoliemonster labo

9349

696

c) groot gasoliemonster labo

1068

118

d) klein gasoliemonster benzinestation

79

26

e) groot gasoliemonster benzinestation

33

6

Er zijn geen exacte cijfers beschikbaar inzake opbrengst.

Er worden geen jaarstatistieken bijgehouden van de kostprijs en van het aantal mankrachten, daar de controles meestal gecoördineerd geschieden, dit wil zeggen dat zowel tegelijkertijd controle wordt gedaan op de lading, de transportdocumenten, rij-en rusttijden, brandstof enz…

De brandstofcontrole wordt vooral toegespitst op de verbodsbepaling van artikel 47 van het ministerieel Besluit van 27 oktober 2005 betreffende de belasting van energieproducten en elektriciteit, die tweeledig is:

- de gasolie mag geen “solvent yellow 124” bevatten;

- aan de gasolie mag evenmin een rode merkstof zijn toegevoegd.

Bij die controle beperken de ambtenaren zich niet tot het controleren van de brandstof van het voertuig. Zij zullen tevens onderzoeken of het voertuig uitgerust is met een geheime brandstoftank (bijvoorbeeld normale brandstoftank onderverdeeld in twee compartimenten, bijkomend ingebouwde brandstoftank, tweede vulopening…)

Vraag 4

Daar er sedert jaren geen nieuwe instroom meer is van ambtenaren begint dat inderdaad zijn effect te hebben op alle controles zodat er prioriteiten dienen te worden gesteld, inzonderheid op de controle van de accijnsgoederen en de controle op alles wat kadert inzake veiligheid.

Andere mogelijkheden zijn het inschakelen van accijnsambtenaren voor de controle van de rode gasolie, de aankoop van de nummerplaatscanners waarbij gericht en selectiever kan worden gecontroleerd op niet betaalde verkeersbelasting, de niet verzekerde wagens, de niet gekeurde almede de geseinde en gestolen voertuigen. Ook zou de verdere aankoop van de software voor de digitale tachograaf een vluggere en efficiëntere controle mogelijk maken.

Ten slotte zijn de controles meer en meer gericht op selectiecriteria.