Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-178

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 20 september 2010

aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven

NMBS - Personeel - Schorsing in de bediening

Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
personeel
administratieve sanctie
arbeidsbezoldiging
minimumbestaansinkomen
officiŽle statistiek

Chronologie

20/9/2010 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-3941

Vraag nr. 5-178 d.d. 20 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een personeelslid van de NMBS dat met een "schorsing in de bedieningĒ wordt geconfronteerd, ondervindt mogelijks enkele catastrofale gevolgen. Een personeelslid in zijn bediening schorsen heeft namelijk tot gevolg dat de betrokkene gedurende de hele periode van zijn schorsing geen salaris ontvangt.

Theoretisch is het niet uitgestoten dat hij gedurende die periode tijdelijk elders aan de slag gaat. Praktisch gezien is die mogelijkheid onbestaande, zeker wanneer de schorsing voor "slechts" enkele maanden uitgesproken wordt. Op enkele uitzonderlijk gevallen na, nemen werkgevers geen personeelsleden in dienst voor enkele maanden.

In bepaalde gevallen rest er de geschorste personeelsleden niets anders dan aan te kloppen bij het OCMW van zijn stad of gemeente. Voorwaarde voor de toekenning van de OCMW-steun is echter dat hij of zij geen eigendom bezit en eerst zijn of haar spaarboekje heeft opgesoupeerd. Dat zou compleet in strijd zijn met de in BelgiŽ toepasselijke mensenrechtenverdragen en een administratieve overheid onwaardig.

In dit kader volgende vragen:

1. Beschikt de minister over cijfergegevens over het aantal personeelsleden van de NMBS dat in 2007, 2008, 2009 en de eerste helft van 2010 is geschorst in bediening, voor welke periode en om welke reden?

2. Heeft de minister informatie over andere bronnen van inkomsten voor de in bediening geschorsten? Hoeveel van hen zijn echter gaan aankloppen bij het OCMW en hoeveel van hen hebben er effectief steun gekregen?

3. Kan de minister bevestigen dat deze regeling in strijd is met de mensenrechtenverdragen? Vindt zij dergelijke regeling een administratieve overheid onwaardig? Kan zij haar standpunt motiveren?