Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-157

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 20 september 2010

aan de minister van Binnenlandse Zaken

Flitspalen - EfficiŽntie - Werklast - Foutenmarge door de kleuren van de nummerplaten

opnameapparaat
snelheidsvoorschriften
overtreding van het verkeersreglement
registratie van een voertuig
officiŽle statistiek

Chronologie

20/9/2010 Verzending vraag
31/1/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-158

Vraag nr. 5-157 d.d. 20 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het aantal flitspalen in ons land blijft stijgen. Normaliter gaat dit gepaard met een stijging van het aantal vastgestelde overtredingen. Die moeten vervolgens allemaal verwerkt en afgehandeld worden. Dat betekent een stijging van de werklast voor de politie.

Volgens politievakbond Nationaal Syndicaat voor Politie- en Veiligheidspersoneel (NSPV) zijn heel wat korpschefs ook niet altijd tevreden met de locaties van de flitspalen in hun zone en klagen ze over een gebrek aan inspraak. In totaal zouden zo'n twintig procent van de flitspalen op volstrekt foute plaatsen staan (Het Nieuwsblad, 8 september 2010, blz. 9).

Het is inmiddels ook algemeen geweten dat de kleurencombinatie van de Belgische nummerplaat niet de meest ideale is inzake beeldherkenning. Er zou een foutenmarge van veertien procent bestaan. Een combinatie van zwarte tekens op een witte (of gele) achtergrond is beter leesbaar omdat het contrast hoger is. De foutenmarge zou verwaarloosbaar zijn.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1.Beschikt u over cijfergegevens betreffende het aantal snelheidsovertredingen in ons land in 2007, 2008, 2009 en de eerste helft van 2010, opgesplitst per gewest en politiezone en opgesplitst naar de wijze van vaststelling (flitspaal of mobiele -al dan niet- ingebouwde snelheidsmeter)?

2.Kunnen de politiekorpsen alle vastgestelde snelheidsovertredingen ook effectief verwerken en omzetten in een proces-verbaal? Zo niet, hoeveel (met de opsplitsing zoals gevraagd onder vraag 1) van de overtredingen blijven er onafgewerkt liggen? Kan u ook meedelen welke werklast met de verwerking gepaard ging/gaat voor de respectieve politiezones, uitgedrukt in voltijdse equivalenten?

3.Binnen welke politiezones staan digitale snelheidsmeters (flitspalen) opgesteld en/of wordt er gebruik gemaakt van mobiele digitale toestellen? Worden in deze zones verhoudingsgewijze meer overtredingen geverbaliseerd dan in deze zones waar nog met analoge toestellen (filmrolletjes) wordt gewerkt? Wil u de gemiddelde foutmarges aangeven van de vaststellingen bij respectievelijk analoge en digitale toestellen?

4.Kan u bevestigen dat er ongenoegen bestaat bij de politie over de locatie van de flitspalen en het gebrek aan overleg? Welke en hoeveel flitspalen zijn volgens de politie onnodig en waarom? Is de federale overheid (Federale Politie, FOD Mobiliteit of het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid betrokken bij de screening van de onveilige plaatsen?

5.Erkent u dat de kleurencombinatie van de nieuwe Belgische nummerplaat niet ideaal is inzake beeldherkenning? Op hoeveel percent raamt men de foutmarge bij de verwerking van dergelijke kleurencombinatie?

Antwoord ontvangen op 31 januari 2011 :

Het geachte lid kan hierna de antwoorden vinden op zijn vragen:

  1. Gezien de omvang van de tabellen worden ze niet in het antwoord opgenomen maar liggen ze ter inzage bij de griffie van de Senaat.

  2. De flitspalen worden zodanig in werking gesteld dat het lokale politiekorps in kwestie alle vastgestelde overtredingen kan verwerken. Met andere woorden de flitspalen functioneren in functie van de verwerkingscapaciteit van de politie (die veelal mee bepaald wordt door de verwerkingscapaciteit van de Parketten).

  3. Enkel het departement Economie (minister van Ondernemen), dienst Metrologie beschikt over de gecentraliseerde cijfers.

  4. De plaatsing van flitspalen is afhankelijk van (recente) objectieve gegevens, soms ook van subjectieve gegevens (onveiligheidsgevoelens) en een succesvol overleg tussen wegbeheerder, bestuurlijke overheden (de gemeenten) en de politiediensten. Het is niet uitgesloten dat deze voorwaarden niet altijd optimaal zijn vervuld, wat bij één of meer partners tot frustratie kan leiden. Het spreekt vanzelf dat de enige oplossing dan is het overleg te intensifiëren om er samen uit te komen.

    Voor het overige behoort deze vraag tot de bevoegdheid van de Gewesten.

  5. Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de staatssecretaris van Mobiliteit.