Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-152

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 20 september 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Woonzorgcentra (Rusthuizen) - Verschil in kostprijs - Maatregelen

sociale voorzieningen
zorg voor ouderen
bejaarde
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

20/9/2010 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 5-4049

Vraag nr. 5-152 d.d. 20 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De dagprijs in de Belgische woonzorgcentra verschilt, niet alleen naargelang van het type van uitbater van deze woonzorgcentra (vzw, openbaar of commercieel), maar ook naargelang van de regio waarin zij gevestigd zijn.

Omdat de problematiek van de betaalbaarheid van opvang in de residentiŽle ouderenzorg meer en meer op de voorgrond komt en een belangrijke uitdaging voor de beleidsmakers zal zijn, lijkt het aangewezen een duidelijk zicht te krijgen op de factoren die een rol spelen bij de totstandkoming van de dagprijzen en op de manier waarop de verschillen in dagprijzen kunnen verklaard worden.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1.Wat is binnen de dagprijs de gemiddelde kostprijs voor voeding, opgedeeld per type van uitbater, per gewest en provincie voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010?

2.Wat is binnen de dagprijs de kostprijs voor de gebouwen, opgedeeld per type van uitbater, per gewest en provincie voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010?

3.Wat is binnen de dagprijs de kostprijs voor personeelsinzet per bewoner, opgedeeld per type van uitbater, per gewest en provincie voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010?

4.Wat is binnen de dagprijs het niet-belaste deel, opgedeeld per type van uitbater, per gewest en provincie voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010?

5.Wat is de gemiddelde oppervlakte van de kamer opgedeeld per type van uitbater, per gewest en provincie voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010?

6.Welke conclusies trekt de minister uit de hierboven opgevraagde gegevens met betrekking tot de factoren die de dagprijs bepalen? In welke mate verklaren deze factoren de prijsverschillen? Acht zij het noodzakelijk maatregelen te nemen inzake de betaalbaarheid?