Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-151

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 20 september 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Werklozen - Schorsingen - Activering

werkloze
werkloosheidsverzekering
werkloosheidsbestrijding
officiŽle statistiek
geografische spreiding

Chronologie

20/9/2010 Verzending vraag
19/4/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-151 d.d. 20 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Rotterdam kent, net zoals vele andere Europese grootsteden, traditioneel een hoge werkloosheidsgraad. Gemiddeld 7 ŗ 8 procent van de bevolking heeft er geen werk. In probleemwijken loopt dat zelfs op tot 15 procent en meer.

Enkele jaren geleden leefden nog 37 000 mensen in de Nederlandse havenstad van een uitkering. De bevoegde diensten beschouwden de helft daarvan zelfs als definitief werkloos. De bewindvoerders deelden die mening echter niet en wilden zich er niet bij neerleggen.

In vier jaar tijd zijn ze er vervolgens in geslaagd om 25 000 van die 37 000 mensen te activeren. De helft heeft een gewone baan gevonden. De andere helft heeft zijn uitkering behouden, maar doet dagelijks vrijwilligerswerk. Ze zijn alvast nuttig bezig en doen ervaring op. Op termijn vinden ze misschien wel een betaalde job. Tegen eind 2014 wil Rotterdam zelfs werkloosheidsvrij zijn. Iedereen die vandaag van een uitkering of bijstand geniet, moet aan de slag. Zij die weigeren, hoeven niet meer op financiŽle steun van vadertje staat te rekenen.

In ons land worden eveneens inspanningen geleverd om mensen te activeren. Bij ons kunnen mensen ook geschorst worden en hun stempelgeld verliezen als ze weigeren een job te zoeken. Dat is helemaal niet erg want werklozen hebben baat bij controles en activering. Wat is immers het alternatief? Werklozen die zich nestelen in hun statuut? Dat is misschien een gemakkelijke oplossing, maar wel eentje die erg kostelijk is en op termijn contraproductief.

De komende jaren zal de babyboomgeneratie de arbeidsmarkt verlaten. Het zal er dus op aan komen om voldoende geschikte vervangers te vinden. De inspanningen van de arbeidsbemiddelingdiensten om werklozen op te leiden, bij te scholen, te voorzien van de nodige bagage en te controleren zijn dus echt noodzakelijk. Een werkloze die de nodige inspanningen levert, hoeft ook helemaal niet te vrezen voor een schorsing. We moeten immers onze blik naar de toekomst richten om onze welvaartsstaat te conserveren.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1.Beschikt de minister over cijfergegevens betreffende het aantal werklozen in ons land in 2007, 2008, 2009 en de eerste helft van 2010, opgesplitst per gewest en categorie? Hoeveel werklozen wonen er in de vijf grootste steden van Vlaanderen en WalloniŽ, in vergelijking met de totale populatie?

2.Kan de minister een overzicht geven van de inspanningen die in diezelfde periode zijn geleverd om werklozen te activeren. Hoeveel hebben die gekost en welke resultaten hebben ze opgeleverd? Welke inspanningen waren specifiek gericht op de problematiek van de grootsteden in ons land?

3.Kan zij meedelen hoeveel werklozen in die periode werden geschorst en om welke redenen? Welke bestraffing kregen zij daarvoor? Hoeveel daarvan moesten gaan aankloppen bij de OCMWís om alternatieve inkomenssteun te bekomen?

4.Welke algemene beleidsmaatregelen wenst zij nog te nemen om werklozen te activeren? Ziet zij heil in de Rotterdamse aanpak of niet? Kan zij haar standpunt motiveren?

Antwoord ontvangen op 19 april 2011 :

1) In tabel 1 vindt U de verdeling van het aantal werkzoekende uitkeringsgerech­tigde volledig werklozen per gewest en per uitkeringscategorie en in tabel 2 het aantal werklozen in de vijf grootste steden in Vlaanderen en Wallonië ten opzichte van. de totale populatie.

Tabel 1

Fysieke eenheden

UVW-WZ (na voltijdse arbeid en studies) naar gezinscategorie

Gewest

Jaar

Gezinshoofden

Alleenstaanden

Samenwonenden

Totaal

Vlaams Gewest

2007

43 981

32 633

75 613

152 227

2008

39 741

30 306

69 242

139 288

2009

43 039

34 695

82 903

160 636

2010

43 031

35 922

83 903

162 856

Waals Gewest

2007

80 440

47 462

77 661

205 563

2008

74 525

45 733

75 154

195 413

2009

72 717

47 866

80 015

200 597

2010

70 584

48 579

79 904

199 067

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

2007

27 936

23 268

19 957

71 161

2008

26 817

22 604

19 582

69 003

2009

27 480

23 979

21 282

72 741

2010

28 230

25 375

22 811

76 416

Land

2007

152 357

103 363

173 231

428 951

2008

141 083

98 642

163 978

403 703

2009

143 236

106 540

184 200

433 975

2010

141 845

109 876

186 619

438 340

Tabel 2


UVW - WZ (na voltijdse arbeid en studies)

totale bevolking(1januari)


2007

2008

2009

2010

2010

Vlaams Gewest waarvan :

152 272

139 329

160 679

162 856

6 251 983

Antwerpen

20 240

18 560

21 761

23 105

483 505

Gent

9 894

9 194

10 200

10 321

243 366

Brugge

2 888

2 740

3 024

3 085

116 741

Leuven

2 065

1 815

2 048

2 145

95 463

Mechelen

2 526

2 283

2 620

2 781

80 940

Waals Gewest waarvan :

205 607

195 461

200 649

199 067

3 498 384

Charleroi

19 868

18 841

18 732

17 981

202 598

Liège

17 380

16 575

16 883

16 735

192 504

Namur

6 528

6 057

6 087

6 039

108 950

Mons

7 354

6 900

6 905

6 827

91 759

La Louvière

6 278

5 920

6 183

6 354

78 071

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

71 208

69 056

72 792

76 416

1 089 538

Land

429 087

403 846

434 120

438 340

10 839 905

2) De activeringsmaatregelen zijn in principe gericht op de langdurig werklozen ongeacht of zij al dan niet in een grootstad wonen.

Voor wat de doorstromingsprogramma’s betreft, geldt er evenwel een bijzondere regeling: de integratie-uitkering. Deze geactiveerde werkloosheidsuitkering is van toepassing in gemeenten met een verhoogde werkloosheid, dit wil zeggen. in gemeenten waar de werkloosheidsgraad minstens 20 % hoger ligt dan het gemiddelde van het gewest.

De activering van het zoekgedrag naar werk omvat alle acties die door de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening (R.V.A.) worden opgezet om de inspanningen te evalueren die de volledig werkloze doet om opnieuw werk te vinden. Die evaluatie gebeurt tijdens verschillende individuele gesprekken (maximum 3) die de facilitator met de werkloze heeft. De doelstelling is vooral de werkoze actief op te volgen en hem/haar te ondersteunen in zijn/haar zoektocht naar werk.

De procedure inzake activering van het zoekgedrag naar werk is in werking getreden op 1 juli 2004 en is verlopen in drie fases:

- vanaf 1 juli 2004: enkel voor de werklozen jonger dan 30 jaar (= 1ste doelgroep);

- vanaf 1 juli 2005: uitbreiding tot de werklozen jonger dan 40 jaar (= 2de doelgroep);

- vanaf 1 juli 2006: uitbreiding tot de werklozen jonger dan 50 jaar (= 3de doelgroep).

Elk semester wordt er een evaluatieverslag van de procedure opgemaakt, waarin onder andere de weerslag wordt bestudeerd van die procedure op de evolutie van het aantal vergoede werkzoekenden.

Uit die analyse blijkt het volgende (situatie juni 2010 – tot heden laatste gepubliceerde situatie ) :

- een sterke daling van het aantal vergoede werkzoekenden in de leeftijdsklasse van - 30 jaar vanaf het tweede kwartaal 2004 (- 15 %) ;

- een nog forsere afname (- 18 %) in de leeftijdsklasse van 30 tot minder dan 40 jaar vanaf het tweede kwartaal 2005 ;

- een gelijkaardige daling (- 18 %) in de leeftijdsgroep van 40 tot minder dan 50 jaar vanaf het tweede kwartaal 2006.

In elke leeftijdsklasse is er een groei vast te stellen van het aantal werkzoekenden tussen het eerste kwartaal van 2003 en de opstart van de procedure. Die groei stopt bij de invoering van die procedure voor de betrokken leeftijdscategorie en wordt gevolgd door een continue daling, samengaand met de toepassing van de maatregel, tot het 4de kwartaal 2008.

Vanaf begin 2009 wordt opnieuw een karakteristieke toename vastgesteld van het aantal werkzoekenden door het algemeen bekende effect van de verergering van de crisis die de arbeidsmarkt aantast in 2009.

Tot slot blijft het aantal werkzoekenden vanaf eind 2009 stabiel op een niveau dat lager ligt dan vóór de invoering van de “maatregelen tot activering van het zoekgedrag”.

Bijgaand volgt een overzicht van de verschillende stelsels tot activering van de werkloosheidsuitkering.

Wat de aantallen betreft: zie tabel 3a

Wat de bedragen betreft: zie tabel 3b

3) In tabel 4 vindt u het aantal gevallen dat gesanctioneerd werd naar aanleiding van de activering van het zoekgedrag naar werk, alsook de opgelegde sanctie.

Er bestaan echter ook andere sancties, administratieve of wegens vrijwillige werkloosheid; deze zijn opgenomen in de jaarverslagen van de RVA.

De RVA beschikt over geen statistieken aangaande het aantal gesanctioneerden dat inkomenssteun aanvroeg bij het OCMW.

4) De oplossingen die ik voorstel voor een betere activering van werklozen zijn deels terug te vinden in het ontwerp van hervorming dat op 22 maart 2010 door de ministerraad werd goedgekeurd, en deels in een hervorming van de wachttijd en wachtuitkering.

De hervorming van de begeleiding van werkzoekenden, goedgekeurd op 22 maart 2010 door de ministerraad, die niet kon worden doorgevoerd wegens de val van de regering, steunde met name op enkele belangrijke grote lijnen :

Het inkorten van de termijn voor de tenlasteneming. Dat geldt zowel voor het aanbieden van begeleiding door de Gewesten als voor de opvolging door de RVA;

Meer middelen voor de Gewesten zodat de begeleiding die ze aanbieden persoonlijker en intensiever is;

Uitbreiding van het doelpubliek naar werkloze 50-plussers

Langere en intensievere begeleiding voor werklozen die het verst van de arbeidsmarkt af staan.

Met een hervorming van de wachttijd en

-uitkering, wil ik de opvatting van deze periode compleet wijzigen. Het gaat dan niet meer over een periode tijdens dewelke de jongere op een job of een uitkering “wacht”, maar over een periode waarin hij actief op zoek gaat naar werk en zijn kunnen ontwikkelt om zo dicht mogelijk bij de arbeidsmarkt te komen te staan.

Als we van die opvatting uitgaan, moet de werkloze al stappen ondernemen vanaf dat hij als dusdanig is ingeschreven, en moet hij vanaf dat moment worden begeleid door een adviseur van de bevoegde gewestinstelling.

Wat het voorbeeld van Rotterdam betreft, stel ik vast dat dit blijkbaar goede resultaten geeft op kwantitatief vlak.

Ik denk dat zulk beleid wel gerechtvaardigd kan zijn, mits enkele garanties, en dan met name:

Het recht van de werknemer om gedurende een bepaalde periode te zoeken naar een job die aansluit bij zijn kwalificaties,

De garantie dat de ervaring die de vrijwilligerswerker opdoet hem iets bijbrengt wat zijn kansen verhoogd om een job te vinden,

De garantie dat de functies die worden aangeboden, passend zijn en dat de betrokken werknemers hun waardigheid niet verliezen,

En de garantie dat echte jobs niet verloren gaan door het massale uitvoeren van vrijwilligerswerk, en dan vooral in de non-profitsector.

Desalniettemin kan ik mij onmogelijk uitspreken over het overdragen van de werkloosheidsverzekering in het Belgisch systeem zonder dat ik deze maatregel goed heb kunnen evalueren.

Tabel 3a

Activeringsmaatregelen - fysieke eenheden


ACTIVA-plan

WIN-WIN aanwervings-plan

Doorstromingsprogr.

waarvan: doorstr.progr + integratie-uitkering hoge werkloosheids-graad

Sociale inschakelingseconomie

Werkhervattingstoeslag

TOTAAL ACTIVERING

Jaargemiddelde 2007

38 257

0

5 748

2 883

8 713

4 605

57 323

Jaargemiddelde 2008

39 674

0

5 756

2 864

10 212

7 192

62 834

Jaargemiddelde 2009

34 252

0

5 693

2 948

11 093

8 750

59 788

Jaargemiddelde 2010

28 034

17 998

5 213

2 718

11 626

10 985

73 856

Tabel 3b Activeringsmaatregelen - fysieke eenheden


ACTIVA-plan

WIN-WIN aan-wervings-plan

Door-stromings-programma

waarvan: doorstr.progr + integratie-uitkering hoge werkloosheidsgraad

Sociale inschakelings-economie

Werkhervat-tingstoeslag

TOTAAL ACTIVERING

Jaargemiddelde 2007

179 380 241

0

27 959 019

17 581 472

47 748 639

9 515 172

264 603 070

Jaargemiddelde 2008

184 465 115

0

28 106 061

17 564 290

55 780 210

15 443 932

283 795 319

Jaargemiddelde 2009

158 214 792

0

28 275 248

18 217 179

60 631 887

19 190 778

266 312 705

Jaqargemiddelde 2010

125 843 778

162 690 524

25 993 782

16 862 162

63 640 620

24 255 971

402 424 675

Bijlage 4

Beslissingen in het kader van de activering van het zoekgedrag naar werk

Aantal gevallen

Land

Artikel

omschrijving

2007

2008

2009

Cumul

Tot en met juni 2010

59,41

Gesprek 1: negatieve evaluatie en werkloze wil contract niet teken.

Schoolverlater – beperkte schorsing 4 maanden

5

1

2

1

59,42

Gesprek 1: negatieve evaluatie en werkloze wil contract niet tekenen

Samenwonende – beperkte schorsing 4 maanden

2

2

1

2

59,51

Gesprek2: negatieve evaluatie en werkloze tekent het contract

Schoolverlater – beperkte schorsing 4 maanden

4 309

5 341

6 129

3 164

59,52

Gesprek2: negatieve evaluatie en werkloze tekent het contract

Samenwonende - beperkte schorsing 4 maanden

580

1 081

1 153

553

59,53

Gesprek2: negatieve evaluatie en werkloze wil contract niet tekenen

Schoolverlater - uitsluiting

106

138

96

43

59,54

Gesprek 2: negatieve evaluatie en werkloze wil contract niet tekenen

Samenwonende - uitsluiting

20

22

23

12

59,55

Gesprek 2: negatieve evaluatie en werkloze wil contract niet tekenen

Samenwonende met beperkt inkomen – (na 6 m verminderde uitk.) uitsluiting

2

5

3

2

59,56

Gesprek 2: negatieve evaluatie en werkloze wil contract niet tekenen

Alleenstaande of gezinshoofd – (na 6 m verminderde uitk.) uitsluiting

41

78

65

22

59,61

Gesprek 3: negatieve evaluatie

Schoolverlater - uitsluiting

1 717

2 394

3 358

1 147

59,62

Gesprek 3: negatieve evaluatie

Samenwonende - uitsluiting

127

327

513

186

59,63

Gesprek 3: negatieve evaluatie

Samenwonende met beperkt inkomen – (na 6 m verminderde uitk.) uitsluiting

14

25

79

30

59,64

Gesprek 3: negatieve evaluatie

Samenwonende met beperkt inkomen – (na 6 m verminderde uitk.) uitsluiting


535

1 534

2 393

1 081

Totaal

7 458

10 948

14 415

6 243