Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11346

van Nele Lijnen (Open Vld) d.d. 4 april 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

de ziekte van Lyme

infectieziekte
antibioticum

Chronologie

4/4/2014Verzending vraag
17/4/2014Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4843

Vraag nr. 5-11346 d.d. 4 april 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik heb u reeds verschillende vragen gesteld over de ziekte van Lyme, maar ik zou u graag toch nog enkele bijkomende vragen willen stellen op basis van uw antwoorden die u mij in het verleden gegeven heeft. Stadium 2 en vooral stadium 3 patiŽnten vormen doorgaans een erg complexe groep qua behandeling, en antibiotica vormt een problematisch onderdeel van dit verhaal. Deze mensen zijn reeds lang geÔnfecteerd, dragen een grotere hoeveelheid borrelia spirocheten, vaak met aantasting van het centrale zenuwstelsel en hersenen, hebben een sterk verzwakt immuunsysteem en ze lopen vermoedelijk vaker kans op co-infecties. Buitenlandse specialisten ter zake of organisaties zoals het ILADS en de ervaren Amerikaanse en Duitse behandelingscentra hebben specifieke behandelingen voor deze zwaar geÔnvalideerde patiŽnten. Graag had ik u volgende vragen gesteld:

1) Bestaat er een risico dat de bij de patiŽnt aanwezige Borrelia bacterie resistent wordt bij een te vroeg beŽindigde of te lichte antibiotica kuur? Kan u toelichten waarom wel of niet?

2) Als algemenere vraag bij deze en andere vragen die betrekking hebben op cijfermateriaal: kan u mij een overzicht geven van welke organisaties of instanties al deze cijfers komen?

3) Zijn de patiŽnten die Volksgezondheid in de cijfers als genezen opneemt ook symptoomvrij? Kan u toelichten waarom wel of niet?

Antwoord ontvangen op 17 april 2014 :

1) Op dit moment is er geen resistentie van spirocheten en meer bepaald van Borrelia waargenomen.

2) Momenteel worden de Belgische cijfers voornamelijk overgemaakt door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid. Ze zijn afkomstig van de netwerken van peillaboratoria en -artsen. Deze netwerken werden gecoördineerd op vraag van de Gemeenschappen die bevoegd zijn voor het toezicht op infectieziekten. Het Nationaal Referentiecentrum (UCL-KUL) levert eveneens de gegevens aan waarover het beschikt. Op het Europese niveau worden de gegevens verzameld door het European Centre for Diseases Control and Prevention (ECDC). De Minimale Klinische Gegevens zijn eveneens nuttig om de impact van ernstige vormen in te schatten. Andere gegevensbanken zoals het aantal door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeits-verzekering (RIZIV) terugbetaalde test worden eveneens gebruikt.

3) Op dit ogenblik bestaan er geen gegevens aangaande de opvolging van patiënten die genezen zijn van deze aandoening.