Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11272

van Vanessa Matz (cdH) d.d. 26 maart 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken

de Europese steun aan TunesiŽ

TunesiŽ
EU-steun
ontwikkelingshulp

Chronologie

26/3/2014 Verzending vraag
30/4/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4790

Vraag nr. 5-11272 d.d. 26 maart 2014 : (Vraag gesteld in het Frans)

Drie jaar na de val van het regime van Ben Ali heeft TunesiŽ met de goedkeuring van een nieuwe grondwet een belangrijke stap gezet inzake democratisering. De toestand blijft echter moeilijk. Zo is de werkloosheid, vooral bij jongeren, nog altijd hoog.

Op de Raad Buitenlandse Zaken van 10 februari 2014 bevestigt de EU dat ze bereid is de Tunesische autoriteiten te helpen bij hun inspanningen om alle uitdagingen op sociaaleconomisch en veiligheidsgebied waarvoor het land zich geplaatst ziet, het hoofd te bieden teneinde te voldoen aan de verwachtingen en behoeften van de bevolking en met name van de jongeren.

Ik heb de volgende vragen:

1) Welke concrete maatregelen heeft de EU voorgesteld om de conclusies die op 10 februari zijn aangenomen, ten uitvoer te leggen?

2) Welke specifieke maatregelen werden genomen ten voordele van de jongeren?

3) Zijn aan die hulp voorwaarden verbonden?

Antwoord ontvangen op 30 april 2014 :

1) Het verheugt mij dat de EU het Tunesische volk zal blijven steunen in zijn streven naar het opbouwen van een democratische, veilige en welvarende staat. In aansluiting op de Conclusies van de Raad van 10 februari 2014 werd die boodschap van ondersteuning opnieuw overgebracht door Commissaris Fule bij zijn bezoek aan Tunis op 13 en 14 maart 2014. Door de installatie van een nieuwe regering en de daaropvolgende aanname van de grondwet, bewees Tunesië dat het volwassen is en in staat om belangrijke politieke resultaten te boeken die berusten op consensus en inclusiviteit.

2) De Europese steun aan die dynamiek past binnen het kader van bevoorrecht partnerschap dat beide partijen zijn aangegaan tijdens de Associatieraad van november 2012 en waarop de doelstellingen en middelen voor de bilaterale samenwerking voor de periode 2012-2017 werden vastgelegd. In dit document worden 3 belangrijke sectoren behandeld: steun aan de rechtsstaat en de democratie, samenwerking op het gebied van migratie, mobiliteit en veiligheid en steun aan de socio-economische ontwikkeling. Er gaat veel aandacht naar jongeren, vooral uit achtergestelde regio's.

3) Sinds het begin van de revolutie zijn de fondsen die de EU toekent verdubbeld. In 2013 bedroegen ze 185 miljoen euro (voor 2014 is nog geen cijfer bekend), wat betekent dat dit de belangrijkste begunstigde is van Europese fondsen in de regio. Een groot deel (65 miljoen euro) wordt besteed aan jobcreatie, in het bijzonder voor jongeren. Het gaat om een programma dat de inspanningen van de Tunesische regering om het onderwijssysteem te hervormen, wil steunen. Het accent wordt gelegd op technisch, technologisch en beroepsonderwijs, op een versterking van het institutioneel bestuur en de kwaliteit van het onderwijs, alsook op de bevordering van een actiever partnerschap tussen scholen en beroepsmiddens. Dat gebeurt voornamelijk door een betere coördinatie tussen de verschillende sectoren van het onderwijssysteem en door een versterking van overstapmogelijkheden en trajecten tussen die laatsten, zodat degenen die het onderwijssysteem verlaten beter inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. De drie sectoren van het onderwijssysteem (educatie, beroepsopleiding en hoger onderwijs) gecombineerd met tewerkstelling, moeten aansluiten op de huidige socio-economische context en samen zorgen voor een betere inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en een daling van de erg hoge werkloosheidsgraad, vooral dan in de achtergestelde gebieden.

4) Die giften, waar nog 2 miljard euro aan leningen moet worden bijgeteld die de grote internationale geldschieters (EIB, IMF, Wereldbank) hebben vrijgemaakt nadat de grondwet werd aangenomen, zouden Tunesië moeten helpen om zijn economie weer op de rails te krijgen en nieuwe jobs te creëren. Toch zullen structurele hervormingen nodig zijn om de economische heropbouw van Tunesië en een betere verdeling van de geproduceerde rijkdommen te verzekeren. Die laatste boodschap geven we vaak door aan de Tunesische overheid.

5) De Europese fondsen zijn, ongeacht hun vorm, gebonden aan de stappen die het land zet in de richting van een democratie en rechtsstaat, een evolutie die wordt opgevolgd via een jaarlijkse evaluatie door de Europese diensten. Rekening houdend met de limieten van de beperkingen van budgettaire voorspelbaarheid en van de uitvoering van acties, gaat de uitbetaling vaak gepaard met flexibele mechanismen die zich zo goed mogelijk aanpassen aan de politieke evolutie en behoeften van de partner. Dat aanmoedigingsbeleid (gewoonlijk het beleid van "more for more" genoemd), waar ik volledig achter sta, geldt voor alle landen in het Europees nabuurschap.