Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-11166

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 20 februari 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Winkels - Nachtwinkels - Controle op de verkoop van alcoholische dranken aan minderjarigen - Inbreuken - Boetes - Inbeslagnames - Ouders - Evolutie

alcoholhoudende drank
geldboete
beslag op bezittingen
jongere
openingstijd van een winkel
verkoopvergunning
officiŽle statistiek

Chronologie

20/2/2014 Verzending vraag
21/3/2014 Antwoord

Vraag nr. 5-11166 d.d. 20 februari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

(Nacht)winkels worden regelmatig gecontroleerd op de verkoop van alcoholische dranken aan jongeren onder de zestien jaar en onder de achttien jaar. Wanneer men vaststelt dat jongeren zich daaraan bezondigen, hebben de inspecteurs van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid niet de mogelijkheid om de aangekochte dranken in beslag te nemen, terwijl de verkoper van de dranken wel wordt bestraft. De inspecteurs hebben al evenmin de mogelijkheid om de ouders te verwittigen, terwijl het juist goed zou zijn moesten ze ook op hun verantwoordelijkheid in deze worden gewezen.

1) Hoeveel inbreuken -opgesplitst per gemeente of per gewest- werden er in 2011, 2012 en 2013 vastgesteld tegen het verkoopverbod van alcoholhoudende dranken aan jongeren onder de zestien en onder de achttien jaar?

2) Hoeveel bedragen de geldboetes die tijdens deze jaren voor voormelde inbreuken aan de verkopers van die dranken werden opgelegd? Hoeveel van die geldboetes zijn tot op heden nog niet betaald?

3) Beschikken de inspecteurs van de FOD Volksgezondheid over de mogelijkheid om alcoholische dranken in beslag te nemen lastens de verkoper of de koper ervan? Zo niet, overweegt de minister om dit wettelijk te regelen? Gaat zij ermee akkoord dat er bij inbreuken een systematische verwittiging van de ouders zou moeten gebeuren?

4) Hoeveel inbreuken werden er tijdens de voormelde jaren gepleegd tegen de verplichting om alcoholhoudende dranken apart uit te stallen en dus visueel af te zonderen van andere producten zoals bijvoorbeeld snoepgoed? Hoeveel bedragen de geldboetes die tijdens de voormelde jaren werden opgelegd aan de verkopers van die dranken? Hoeveel van die geldboetes zijn tot op heden nog niet betaald?

5) Wat is de evolutie van het aantal inspecteurs waarover de FOD Volksgezondheid kan beschikken voor de controle op alcohol en tabak vanaf 2004 tot op heden?

Antwoord ontvangen op 21 maart 2014 :

1) De statistieken van het aantal inbreuken die in handelszaken en horecazaken werden vastgesteld op het verkoopsverbod van alcoholische dranken aan jongeren zijn de volgende:

 

Vlaams Gewest

Waals Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

2011

168

77

3

2012

155

52

5

2013

128

54

0

2) Inbreuken op de verkoop van alcoholische dranken aan min-zestienjarigen en aan min-achttienjarigen in nachtwinkels worden bestraft overeenkomstig de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten.

De administratieve geldboete voor dergelijke inbreuken wordt geval per geval bekeken, dit uiteraard binnen de grenzen van de wettelijke minima (156 euro) en maxima (6 000 euro).

Standaard wordt voor een eerste inbreuk een minimumgeldboete opgelegd van 300 euro. Deze boete kan uiteraard verhoogd worden afhankelijk van de ernst van de inbreuken. Ook wordt er uiteraard steeds rekening gehouden met de verklaring van de geverbaliseerde.

De meerderheid van de boetes, zo’n 2/3 wordt betaald. Ik kan u geen exact cijfer geven, want sommige dossiers zijn nog niet afgesloten of zijn nog in behandeling bij het Parket.

3) Momenteel beschikken de controleurs van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid niet over de mogelijkheid om alcoholische dranken in beslag te nemen. Soms gebeurt het wel dat de jongere er vrijwillig afstand van doet.

Met de nakende wetswijziging aan de wet van 24 januari 1977 zullen de controleurs wel een extra bevoegdheid krijgen om automaten die geen leeftijdscontrole uitvoeren, te verzegelen.

Een verwittiging van de ouders kan in sommige gevallen opportuun zijn. Trouwens, lijkt het mij praktisch moeilijk haalbaar om telkens de ouders te verwittigen ik denk niet dat dit de rol van de controleur is.

4) Met de verplichting om alcoholhoudende dranken apart uit te stallen, bedoelt u wellicht de verplichting die volgt uit artikel 5.2 van het Convenant inzake reclame voor en marketing van alcoholhoudende dranken. Dat artikel stelt dat alcoholhoudende dranken duidelijk als alcoholhoudende dranken te koop aangeboden moeten worden om iedere mogelijke verwarring met niet-alcoholhoudende producten te vermijden, indien mogelijk door gebruik te maken van een fysieke scheiding.

Mijn diensten hebben hierover reeds een tiental klachten ingediend bij de Jury voor ethische praktijken inzake reclame.

Een administratieve geldboete kunnen mijn diensten hier niet voor opleggen omdat deze verplichting niet wettelijk is geregeld en enkel volgt uit een Convenant dat tussen verschillende partijen werd afgesloten.

5) Het aantal controleurs waarover de FOD Volksgezondheid vanaf 2004 heeft beschikt voor de controle van alcohol en tabak is weergegeven in onderstaande tabel :

 

Personeelskader

2005

14 controleurs

2006

18 controleurs

2007

22 controleurs

2008

22 controleurs

2009

27 controleurs

2010

28 controleurs

2011

26 controleurs

2012

25 controleurs

2013

24 controleurs

2014

23 controleurs