Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10838

van Anke Van dermeersch (Vlaams Belang) d.d. 13 januari 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen

Vakbonden - Syndicale vaste afgevaardigden - Terugvorderingen voor uitbetaalde wedden

ambtenarenvakbond
vakbondsvertegenwoordiger
ministerie
officiële statistiek
loon

Chronologie

13/1/2014 Verzending vraag
6/2/2014 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10834
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10835
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10836
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10837
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10839
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10840
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10841
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10842
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10843
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10844
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10845
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10846
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10847
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10848
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10849
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10850
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10851
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-10852

Vraag nr. 5-10838 d.d. 13 januari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel zijn onder meer van toepassing op de federale overheid. Artikelen 73 en volgende van het koninklijk besluit regelen het statuut van de vaste afgevaardigden. Artikel 78 van het koninklijk besluit regelt de terugbetaling door de vakorganisatie van de wedde die de overheid heeft betaald aan de vaste afgevaardigden.

1) Hoeveel syndicale vaste afgevaardigden zijn er in de federale overheidsdiensten en de entiteiten vermeld in de wet van 19 december 1974 artikel 1, §1, 1°, die onder uw bevoegdheid vallen? Graag een opdeling per representatieve vakbond.

2) Hoeveel hebben de federale overheidsdiensten en de entiteiten vermeld in de wet van 19 december 1974 artikel 1, §1, 1° die onder uw bevoegdheid vallen in 2011, 2012 en 2013 teruggevorderd voor uitbetaalde wedden aan syndicale vaste afgevaardigden? Ook voor deze cijfers graag een opdeling per representatieve vakbond.

3) Zijn al de terug te vorderen bedragen van 2012 en 2013 betaald? Zo neen, hoeveel bedraagt het nog terug te vorderen bedrag en welke representatieve vakbonden betreft het?

Antwoord ontvangen op 6 februari 2014 :

In antwoord op haar vragen heb ik de eer om het geachte lid het volgende mee te delen.

Wat de Rijksdienst voor Pensioenen betreft:

1. De Rijksdienst voor Pensioenen telt één vaste afgevaardigde die gedetacheerd is bij de vakorganisatie ACV-Openbare diensten

2. Er wordt geen enkel bedrag aan de vakorganisatie gevraagd. De vrijstelling van de terugbetaling van betalingen verricht door de RVP aan deze afgevaardigde wordt toegekend in toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

3. Niet van toepassing.

Wat de Pensioendienst voor de Overheidssector betreft:

1. Bij de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) zijn twee personeelsleden als vaste afgevaardigde tewerkgesteld bij de ACV- openbare diensten.

2. De wedde van deze personeelsleden blijft ten laste van PDOS. Het sectoraal akkoord 2005-2006 van het federaal administratief openbaar ambt heeft een vrijstelling toegekend voor tien vaste afgevaardigden, per representatieve vakorganisatie, van de terugbetaling van wedden zoals voorzien in artikel 78, §1 en 3 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden.

3. Vermits de wedde van deze twee vaste afgevaardigden ten laste van de PDOS blijft, is vraag 3 zonder voorwerp.