Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7108

van Pol Van Den Driessche (CD&V) d.d. 5 maart 2010

aan de minister van Pensioenen en Grote Steden

Pensioenhervorming - Overlevingspensioen - Cumul met een wedde

pensioenregeling
uitkering aan nabestaanden
cumuleren van pensioenen
cumulatie van inkomsten

Chronologie

5/3/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/4/2010 )
23/4/2010 Antwoord

Vraag nr. 4-7108 d.d. 5 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Naar aanleiding van het wetsvoorstel 4-1594/1 - 2009/2010 tot wijziging van het bestraffingsmechanisme van de overschrijding van de toegestane cumul van het overlevings- en rustpensioen met een beroepsinkomen, dat ik vorig jaar indiende samen met mijn collega Els Schelfhout, word ik geconfronteerd met aangrijpende verhalen. Het wetsvoorstel kan bijdragen tot een oplossing van schrijnende situaties.

Ik geef een concreet voorbeeld om het probleem te illustreren.

Een man verliest op negendertigjarige leeftijd plots zijn vrouw en blijft achter met hun enige dochter. Zijn vrouw was de belangrijkste kostwinner. Hij werkt slechts deeltijds. Na het overlijden van zijn vrouw wordt hij echter geconfronteerd met de financiŽle gevolgen van het verlies. Het gezinsinkomen daalt in concreto met 75 %, terwijl de kosten hetzelfde blijven. Daarom vraagt de man het overlevingspensioen aan.

De regelgeving hieromtrent beantwoordt echter niet langer aan de noden van de hedendaagse samenleving. Weduwen en weduwnaars die wensen bij te verdienen bovenop hun overlevingspensioen, dreigen het pensioenbedrag te verliezen door de beperkingen inzake de toegelaten arbeid. Anders gezegd: de man dient zijn beroepsactiviteit drastisch terug te schroeven, zoniet dreigt hij (ten minste een deel van) zijn overlevingspensioen te verliezen.

Mijns inziens betreft het hier een ongerijmdheid, die daarenboven zorgt voor onrechtvaardige gevolgen. In deze fase van zijn leven kan en wil de man veel werken. Op zijn jonge leeftijd kan hij fysiek een voltijdse job aan en vindt hij veel steun in de sociale contacten met collega's. Bovenal heeft hij een voldoende inkomen nodig voor de opvoeding van zijn (gehandicapte) dochter. Door de bestaande wetgeving inzake cumul tussen een beroepsinkomen en een overlevingspensioen wordt hem dit echter onmogelijk gemaakt.

Bovendien ben ik ervan overtuigd dat de cumul van een overlevingspensioen met een job kan leiden tot een hogere werkgelegenheidsgraad (en een terugdringen van de uitkeringsvallen). Dat heeft volgens mij voordelen voor zowel de betrokken groepen als voor de overheid. Extra inkomsten uit arbeid leiden tot hogere ontvangsten voor de sociale zekerheid en de overheid.

Ik stel ook vast dat het Groenboek, waarin de geachte minister de uitdagingen van de pensioenhervorming beschrijft, slechts ruimte laat voor kleine aanpassingen. Ik hoop dan ook dat het eindrapport van de Nationale Pensioenconferentie, dat in juni 2010 verschijnt, zal resulteren in een conclusie die een afdoend antwoord formuleert.

Na de beschrijving van bovenstaand schrijnend voorbeeld, wil ik graag de volgende vragen stellen:

1. Op welke manier kan verholpen worden aan zulke schrijnende situaties? Welke stappen zal de minister nu reeds ondernemen?

2. Behandelt hij de problematiek van de cumul tijdens de besprekingen van de Nationale Pensioenconferentie?

3. Zal hij in het Witboek concrete aanbevelingen en oplossingen aanreiken om tegemoet te komen aan schrijnende situaties zoals hierboven beschreven?

Antwoord ontvangen op 23 april 2010 :

In antwoord op uw vraag deel ik u mee dat een gerechtigde op een pensioen in de werknemersregeling inderdaad een beroepsactiviteit mag uitoefenen indien de uit deze activiteit voortvloeiende inkomsten bepaalde grensbedragen niet overschrijden. De grensbedragen verschillen naargelang de aard van de beroepsactiviteit, de leeftijd van de gerechtigde of zijn echtgenoot, de aard van het pensioen, het al dan niet hebben van kinderlast en de ingangsdatum van het pensioen.

Indien een gerechtigde op een rustpensioen en/of een overlevingspensioen het vastgestelde grensbedrag overschrijdt met 15 % of meer dan wordt het pensioen voor dat jaar geschorst. Bij een overschrijding van minder dan 15 % wordt het pensioen met een percentage verminderd en dit percentage is gelijk aan dit waarmee de beroepsinkomsten het grensbedrag overschrijden.

Een uitzondering op de beperking van de beroepsactiviteit voor personen jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd is voorzien voor personen die uitsluitend een overlevingspensioen genieten. Voor deze personen hebben de opeenvolgende regeringen inspanningen geleverd door het grensbedrag merkelijk hoger te stellen dan dit voor de andere categorie pensioengerechtigden jonger dan de wettelijke pensioenleeftijd:17 280 euro in plaats van 7 421,57 euro (zonder kinderlast) en 21 600 euro in plaats van 11 132,37 euro (met kinderlast).

Voor gerechtigden op uitsluitend een overlevingspensioen zijn er ook soepeler regels van toepassing inzake de cumulatie met een vervangingsinkomen (werkloosheid, ziekte).

Daarenboven moet men oppassen om een wetgeving te beoordelen en eventueel overboord te gooien aan de hand van specifieke individuele dossiers, hoe schrijnend sommige situaties ook mogen zijn. Trouwens als men over de financiële toestand van een bepaalde categorie spreekt, moet men eveneens oog hebben voor het globale plaatje zoals fiscale voordelen, andere sociale uitkeringen, etc.

Bovendien, indien men de cumulatiebeperking tussen een overlevingspensioen en een ander (beroeps)inkomen zou afschaffen, zou dit een aanzienlijke budgettaire kost teweegbrengen. Iedereen die vandaag verder werkt zonder het overlevingspensioen op te nemen, zou er voortaan onvoorwaardelijk recht op hebben.

Overigens, het belastbaar minimuminkomen in België is ongeveer 1 250 euro per maand of 15 000 euro per jaar. De toegelaten limiet voor een beroepsactiviteit in cumulatie met een overlevingspensioen ligt dus reeds beduidend hoger.

Los van de maatschappelijke bezwaren en politieke opvattingen zullen de budgettaire vooruitzichten alleszins niet toelaten een in tijd niet gelimiteerde volledige cumulatie tussen een overlevingspensioen in te stellen.

Ik volg de problematiek van de toegelaten activiteit op de voet en ben, zoals het geacht lid, eveneens van mening dat een en ander kan aangepast en vereenvoudigd worden. Zoals door het geacht lid aangehaald, is de problematiek van de toegelaten arbeid ook ter sprake gekomen tijdens de nationale pensioenconferentie. De discussie is nog niet afgerond.

Ik zal ten gepaste tijde een aantal voorstellen doen