Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6786

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 4 februari 2010

aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid

Federale adviesorganen - Rapportage - Opgelegd quota - Vragen van een uitzondering

consultatieve bevoegdheid
gelijke behandeling van man en vrouw
gendermainstreaming

Chronologie

4/2/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 11/3/2010 )
4/2/2010 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-1414

Vraag nr. 4-6786 d.d. 4 februari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De wet van 3 mei 2003 tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid bepaalt in artikel 7 dat de Commissie (die nog steeds niet in werking is) om de twee jaar over haar werking een verslag moet uitbrengen aan de minister bevoegd voor Gelijke Kansen die de Ministerraad hierover inlicht en het verslag overzendt aan de Federale Kamers. Om de twee jaar, en voor het eerst in 2004, bevat het verslag aan de Federale Kamers uitgebracht ter uitvoering van artikel 2 van de wet van 6 maart 1996 ter controle van de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie van Peking van de Verenigde Naties (VN), een toelichting over de uitvoering van deze wet.

Sinds de wijziging van de wet van 6 maart 1996 door de wet van 12 januari 2007 (artikel 5) is er nu een tussentijds verslag vereist en een verslag op het eind van de regeerperiode over het beleid dat werd gevoerd overeenkomstig de doelstellingen van de bovengenaamde Vrouwenconferentie.

Op 19 juli 2001 werd een uitgebreid verslag over de uitvoering van de wet van 20 juli 1990 voorgelegd aan de Federale Kamers. Daarin werd een gedetailleerd overzicht gegeven van het precieze aantal adviesorganen en hun samenstelling.

1. Werd er sinds de wetswijziging van 2003 nog een dergelijk gedetailleerd verslag opgesteld?

2. Werd er in de verslagen, uitgebracht ter uitvoering van artikel 2 van de wet van 6 maart 1996, gewijzigd door de wet van 12 januari 2007 ter controle van de toepassing van de resoluties van de VN-Wereldvrouwenconferentie van Peking, een toelichting over de uitvoering van de wet van 20 juli 1990 gegeven? Klopt het dat het laatste verslag over de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie dateert van 2006?

3. Kan de geachte minister mij informeren over het huidige aantal adviesorganen?

4. Indien de adviesorganen in de onmogelijkheid zijn om de wettelijk opgelegde quota na te leven kunnen zij een uitzondering vragen. Kan zij mij informeren over het aantal adviesorganen die dergelijke afwijking hebben aangevraagd?

Antwoord ontvangen op 4 februari 2010 :

Artikel 4 van de wet van 20 juli 1990 voorziet inderdaad een dubbele verslaggeving. Volgens artikel 4, lid 1, moet de Commissie voor de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in adviesorganen een activiteitenrapport voorleggen aan de minister van Gelijke Kansen die dan de ministerraad op de hoogte stelt en het rapport overmaakt aan de federale Kamers. Zoals ik al aangaf in mijn vorig antwoord op uw vraag om uitleg nr. 4-1346, werd voornoemde Commissie nooit opgericht. Dat is echter hoofdzakelijk toe te schrijven aan mijn voorgangers, waarom weet ik niet. De situatie houdt immers al aan sinds de wet van 20 juli 1990 werd gewijzigd door die van 3 mei 2003. Dit is ook de reden waarom er tot nu toe nog geen activiteitenrapport werd opgesteld.

Zoals ik al heb aangekondigd heeft de ministerraad, na verschillende maanden hieraan te hebben gewerkt, op mijn initiatief, tijdens de bijeenkomst van 11 september 2009, 2 ontwerpen van koninklijk besluit goedgekeurd die onder andere de ad hoc-commissie moeten oprichten. Die koninklijke besluiten zullen in de komende dagen gepubliceerd worden. De Commissie, opgericht in de schoot van de Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen, zal dan ook de door de wet opgelegde missies kunnen uitvoeren.

Lid 2 van artikel 4 van de wet voorziet bovendien dat het rapport aan de Federale Kamers uitgebracht ter uitvoering van artikel 2 van de wet van 6 maart 1996 ter controle van de toepassing van de resoluties van de VN-Wereldvrouwenconferentie van Peking, een toelichting bevat over de uitvoering van de wet. Het laatste rapport ter uitvoering van deze bepaling maakt gewag van de toepassing va de wet van 20 juli 1990. Het rapport dateert van 2006 en handelt over 2004 en 2005.

Zoals u zelf vermeldt, heeft de wet van 12 januari 2007 de modaliteiten van de verslaggeving gewijzigd, en is er nu een tussentijds verslag vereist en een verslag op het einde van de legislatuur. Deze verslagen worden opgesteld volgens de uitvoeringsmodaliteiten van artikel 8 van voornoemde wet van 12 januari 2007.

Betreffende uw derde en vierde vraag met betrekking tot het aantal adviesorganen en toegekende uitzonderingen verwijs ik naar mijn antwoord op uw vraag om uitleg nr. 4-1346.