Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6538

van Joris Van Hauthem (Vlaams Belang) d.d. 20 januari 2010

aan de staatssecretaris voor Begroting, Migratie- en asielbeleid, Gezinsbeleid en Federale Culturele Instellingen

Lokale besturen - Begrotingsinspanningen - Verdeelsleutel

plaatselijke overheid
lokale financiën

Chronologie

20/1/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/2/2010 )
1/3/2010 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-6537

Vraag nr. 4-6538 d.d. 20 januari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het akkoord van 16 september 2009 voorziet een verdeling van de budgettaire inspanningen volgens een verdeelsleutel 65/35 tussen Entiteit I en Entiteit II. Entiteit I omvat hier de federale overheid, inclusief de sociale zekerheid. Entiteit II omvat de gemeenschappen, de gewesten en de lokale overheden. Uit de tabel opgenomen in artikel 6, § 1, van het ontwerp Protocolakkoord blijkt dat de gezamenlijke tekorten van de lokale overheden in de begroting 2010 sterk zou stijgen in vergelijking met 2009. Het tekort zou volgens dit artikel mogen oplopen van 0,21 % van het bruto binnenlands product (BBP) in 2009 tot 0,40 % in 2010. Dat is bijna een verdubbeling. In absolute cijfers zou het tekort van de lokale besturen kunnen stijgen van 708 miljoen in 2009 naar 1 370 miljoen in 2010. Een stijging van 662 miljoen euro dus. Daarmee worden de budgettaire inspanningen van de Vlaamse Gemeenschap voor dat jaar in één klap ongedaan gemaakt.

Dezelfde tabel toont aan hoe begrotingsinspanningen binnen Entiteit II verdeeld zijn tussen de verschillende actoren: de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Voor de lokale overheden is een dergelijke opsplitsing echter niet gemaakt.

1. Volgens welke verdeelsleutel worden de begrotingsinspanningen van de lokale besturen verdeeld tussen de gemeenten en de provincies? Hoe wordt dit verrekend voor de Brusselse gemeenten?

2. Volgens welke verdeelsleutel worden de begrotingsinspanningen verdeeld tussen de Vlaamse en de Waalse gemeenten?

3. Idem voor de verdeling tussen de Vlaamse en de Waalse provincies?

4. Wat is momenteel het aandeel van respectievelijk de Vlaamse, de Brusselse en de Waalse gemeenten in het gezamenlijke begrotingstekort van de lokale besturen? Wat is het uitgesplitste aandeel van de Vlaamse en Waalse provincies?

Antwoord ontvangen op 1 maart 2010 :

Op 5 juni 2007 heeft de Nationale Bank van België de verantwoordelijken van de verschillende gewestelijke statistiekinstellingen uitgenodigd voor een debat over de krachtlijnen voor het opstellen van de gewestelijke en lokale statistieken die door de gemeenschappen en gewesten worden gewenst. Er werden drie werkgroepen opgezet, waarvan een werd belast met het onderzoek van de rekeningen van de plaatselijke besturen per gewest; de plaatselijke besturen omvatten het geheel van de 10 provincies, de 589 gemeenten, de 589 OCMW’s en de 196 politiezones. De gewesten zijn de toezichthoudende overheid voor de provincies, de gewesten en de OCMW’s. De boekhouding van de politiezones daarentegen is een federale bevoegdheid et het is de Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken die hun rekeningen moet aanleveren.

Op 25 juni 2008 heeft de werkgroep zijn conclusies overhandigd. Daaruit blijkt dat het op korte termijn niet haalbaar is kwalitatief hoogstaande rekeningen van de plaatselijke besturen per gewest op te maken. Die doelstelling kan pas op middellange termijn worden verwezenlijkt en enkel mits de toezichthoudende besturen gedetailleerde financiële gegevens kunnen bezorgen op elektronische drager, wat aanzienlijke investeringen veronderstelt op het vlak van menselijke middelen en informatica.

In het kader van de samenwerkingsakkoorden van 15 december 2009 hebben de gewesten, als respectieve toezichthoudende overheden voor de plaatselijke besturen, er zich toe verbonden strikt te zullen toezien op de naleving van de ESR95-normen van de rekeningen van de plaatselijke besturen. Er is evenwel in een overgangsperiode voorzien (2012-2013) teneinde rekening te houden met de investeringscyclus van de plaatselijke overheden. In die context is de werkgroep opnieuw samengekomen op 25 januari 2010 onder leiding van de Nationale Bank van België teneinde een concrete regeling en een tijdschema te bepalen voor de toepassing van de ESR95-reglementering op het niveau van de plaatselijke overheden. Er is afgesproken dat de werkgroep op 19 maart 2010 een nieuw rapport zal voorleggen over de voortgang van de werkzaamheden.

Gelet op de huidige stand van zaken betreffende de rekeningen van de plaatselijke overheden is het dan ook niet mogelijk een sleutel te bepalen voor het verdelen van de inspanning tussen de provincies en de gemeenten, tussen de Waalse en de Vlaamse gemeenten en tussen de Vlaamse en de Waalse provincies. Het is momenteel evenmin mogelijk het respectieve aandeel van de Vlaamse, Brusselse en Waalse gemeenten in het totale tekort van de plaatselijke overheden in te schatten.