Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6433

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 11 januari 2010

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister

Wegcode - Inbreuken - Gebruik van de lichten

overtreding van het verkeersreglement
voertuigverlichting
geldboete
officiële statistiek
geografische spreiding

Chronologie

11/1/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 11/2/2010 )
21/1/2010 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-6432

Vraag nr. 4-6433 d.d. 11 januari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Artikel 30, eerste lid, " Gebruik van de lichten: voertuigen en weggebruikers die de openbare weg volgen ", van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg bepaalt:

" Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, worden de hierna vermelde lichten gebruikt. "

Artikel 30.3., " Andere voertuigen, weggebruikers en dieren hierna vermeld " bepaalt onder " 1° Bereden rijwielen ":

" - vooraan, een wit of geel licht;

- achteraan, een rood licht. "

De wegcode bepaalt vier graden van overtredingen, volgens het gevaar dat ze opleveren. Inbreuken tegen bovenvermeld artikel behoren tot overtredingen van de eerste graad.

In de meeste gevallen wordt bij een inbreuk tegen de wegcode een geldboete opgelegd. Dat kan via een onmiddellijke inning of een minnelijke schikking. In sommige gevallen of als er een betwisting is van de onmiddellijke inning of minnelijke schikking kan men voor de politierechtbank worden gedagvaard.

Bij een verkeersovertreding door een minderjarige zijn het de ouders die aansprakelijk zijn en dus worden aangeschreven om de boete te betalen.

1. Hoeveel inbreuken werden vastgesteld tegen artikel 30.3, 1°, in 2006?

a. Hoeveel maal werd de geldboete vereffend via onmiddellijke inning?

b. Hoeveel maal werd de geldboete vereffend via minnelijke schikking?

c. Hoeveel maal werd de inbreuk behandeld door de politierechtbank?

d. Hoeveel maal werd er in dit geval een geldboete opgelegd door de politierechtbank?

e. Hoeveel maal werd er een andere strafmaat opgelegd door de politierechtbank?

f. Hoeveel maal werd er geen gevolg gegeven aan de vaststellingen van een inbreuk tegen artikel 30.3, 1°?

g. Hoeveel maal werd een inbreuk tegen artikel 30.3, 1°, bij jongeren onder de zestien vastgesteld?

h. Kunnen de gegevens per provincie verstrekt worden?

2. Graag kreeg ik dezelfde gegevens verstrekken voor de jaren 2007 en 2008.

Antwoord ontvangen op 21 januari 2010 :

Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Justitie.

Ik verwijs de senator naar het antwoord van de minister van Justitie, aan wie de vraag ook werd gesteld (4-6432).