Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-6428

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 11 januari 2010

aan de minister van Justitie

Wegcode - Inbreuken - Artikel 43 (Fietsers en bromfietsers)

overtreding van het verkeersreglement
tweewielig voertuig
geldboete
officiële statistiek
geografische spreiding

Chronologie

11/1/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 11/2/2010 )
6/5/2010 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-6429

Vraag nr. 4-6428 d.d. 11 januari 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Artikel 43, " Fietsers en bromfietsers ", van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg bepaalt:

" 43.1. Het is de fietsers en bromfietsers verboden te rijden:

1° zonder het stuur vast te houden;

2° zonder de voeten op de pedalen of op de voetsteunen te hebben;

3° door zich te laten voorttrekken;

4° terwijl zij een dier aan het leizeel houden.

43.2. De fietsers die de rijbaan volgen, mogen met twee naast elkaar rijden, behalve wanneer het kruisen niet mogelijk is. Buiten de bebouwde kom moeten zij bovendien achter elkaar rijden bij het naderen van een achteropkomend voertuig.

Wanneer fietsers de rijstrook die voorbehouden is aan voertuigen van geregelde openbare diensten en aan voertuigen bestemd voor het ophalen van leerlingen of de bijzondere overrijdbare bedding mogen volgen, moeten zij achter elkaar rijden.

Fietsers moeten achter elkaar rijden wanneer een aanhangwagen aan een fiets gekoppeld is.

De gebruikers van het fietspad mogen elkaar noch hinderen, noch in gevaar brengen, noch een gevaarlijk gedrag vertonen ten opzichte van de andere weggebruikers.

43.3. Wanneer er een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen is, moeten de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen die zich op het fietspad bevinden deze gebruiken.

Zij mogen zich slechts voorzichtig op de oversteekplaats begeven met inachtneming van de naderende voertuigen. "

De verkeerswet bepaalt vier graden van overtredingen, volgens het gevaar dat ze opleveren. Inbreuken tegen bovenvermeld artikel behoren tot overtredingen van de eerste graad.

In de meeste gevallen wordt bij een inbreuk tegen de wegcode een geldboete opgelegd. Dat kan via een onmiddellijke inning of een minnelijke schikking. In sommige gevallen of als er een betwisting is van de onmiddellijke inning of minnelijke schikking kan men voor de politierechtbank worden gedagvaard.

Bij een verkeersovertreding door een minderjarige zijn het de ouders die aansprakelijk zijn en dus worden aangeschreven om de boete te betalen.

1. Hoeveel inbreuken op artikel 43 werden vastgesteld in 2006?

a. Hoeveel maal werd de geldboete vereffend via onmiddellijke inning?

b. Hoeveel maal werd de geldboete vereffend via minnelijke schikking?

c. Hoeveel maal werd de inbreuk behandeld door de politierechtbank?

d. Hoeveel maal werd er in dit geval een geldboete opgelegd door de politierechtbank?

e. Hoeveel maal werd er een andere strafmaat opgelegd door de politierechtbank?

f. Hoeveel maal werd er geen gevolg gegeven aan de vaststellingen van een inbreuk tegen artikel 43?

g. Hoeveel maal werd een inbreuk tegen artikel 43 bij min-zestienjarigen vastgesteld?

h. Graag kreeg ik deze gegevens per provincie.

2. Graag kreeg ik dezelfde gegevens voor de jaren 2007 en 2008.

Antwoord ontvangen op 6 mei 2010 :

Op basis van de informatie die werd overgemaakt door het Centrum voor Informatieverwerking (Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie) kan ik u volgende beschikbare statistieken uit de Mammoeth-databank aanleveren.

Als bijlage vindt de beschikbare gegevens voor 2006, 2007 en 2008.

De door het geachte lid gevraagde gegevens werden hem rechtstreeks meegedeeld. Gelet op de aard ervan worden zij niet gepubliceerd, maar liggen zij ter inzage bij de griffie van de Senaat.