Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-635

van Nahima Lanjri (CD&V N-VA) d.d. 3 april 2008

aan de minister van Migratie- en Asielbeleid

Economische migratie - Overleg - Stand van zaken

migrerende werknemer
tekort aan arbeidskrachten
verblijfsrecht
illegale migratie
buitenlandse staatsburger
vluchteling
illegale werknemer

Chronologie

3/4/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/5/2008 )
27/6/2008 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-368

Vraag nr. 4-635 d.d. 3 april 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Onlangs kondigde de geachte minister aan om overleg te plegen met de gewestelijke ministers van Werk omtrent “economische migratie”. Meer bepaald wil hij polsen naar hun bereidheid om buitenlanders onder strikte voorwaarden een tijdelijke arbeids- en verblijfsvergunning te geven om knelpuntvacatures in te vullen. Hij verklaart in de pers dat hij enkele denksporen die in het “oranje-blauwe akkoord” zijn opgenomen de komende weken beleidsmatig zal voorbereiden. In dit akkoord zijn inderdaad een aantal concrete, zeer waardevolle voorstellen opgenomen.

Mijn vragen zijn de volgende:

Welke denksporen/voorstellen uit het akkoord wil de geachte minister onderzoeken? In het akkoord zijn er rond deze problematiek namelijk verschillende sporen opgenomen, met name:

1. economische migratie voor knelpuntberoepen onder strikte voorwaarden en na overleg met de sociale partners;

2. mogelijkheid voor mensen zonder papieren die hier al minstens sinds januari 2006 zijn om een arbeidskaart en hieraan gelinkt tijdelijke verblijfsvergunning te verkrijgen indien zij een vaststaand werkaanbod hebben en dit niet enkel in het kader van de knelpuntberoepen (een voorstel dat ook gesteund wordt door onder meer Unizo);

3. regularisatie – geval per geval – van mensen die bijvoorbeeld te lang in de procedure zaten maar wel kunnen aantonen dat ze geïntegreerd zijn (werk is daar een belangrijk onderdeel van), …

1. Wil de geachte minister al deze sporen onderzoeken of slechts enkele? En waarom ?

2. Is hierover al formeel of informeel overleg geweest in de regering? Zo niet wanneer is dit voorzien?

3. Aangezien het niet alleen over de verblijfswetgeving gaat maar ook over werk: is de federale minister van Werk betrokken bij deze voorbereiding? Hoe ?

4. Heeft hij intussen contacten gehad met de gewestelijke ministers van Werk? Wat zijn hun bevindingen?

5. Heeft hij ook al overleg gehad met de sociale partners? Zo nee, is hij dit van plan? Wanneer ?

6. Wat zijn zijn bevindingen tot nog toe? En welke stappen wil hij nu ondernemen?

7. Wanneer denkt hij met een concreet uitgewerkt voorstel klaar te zijn waarover in de Ministerraad een beslissing kan vallen?

Antwoord ontvangen op 27 juni 2008 :

Zowel op het nationaal als op het Europees niveau is de economische migratie een actueel thema.

Sinds de top van Tampere heeft de Europese Unie enkele richtlijnen over bijzondere aspecten van de legale migratie (gezinshereniging, studenten, onderzoekers, langdurig ingezetenen) goedgekeurd, maar alle voorstellen die betrekking hebben op de economische migratie hebben tot nu toe geen resultaat opgeleverd. De projecten betreffende de creatie van een Europese « blauwe kaart » voor hooggekwalificeerde werknemers of van een « unieke werk/verblijfsvergunning >> voor de migrerende werknemers zullen in de komende jaren ongetwijfeld geconcretiseerd worden. Dit vooruitzicht verhindert België niet om na te denken of het model van de economische migratie beantwoordt aan de noden van onze arbeidsmarkt.

Mijn voorganger heeft het initiatief genomen om het debat, dat ook volgens mij open en zonder voorbehoud moet zijn, te openen. De federale minister van Tewerkstelling en de Regio's zullen een cruciale rol spelen in dit debat en zullen moeten profiteren van de ervaring van de sociale partners.

Wat de concrete vragen betreft :

1. Ik ben eveneens van mening dat België de mogelijkheid van een derde weg voor de legale migratie die verbonden is met het werk, naast het asiel en de gezinshereniging, moet kunnen overwegen, maar het is voorbarig om te zeggen welk model van de economische migratie het best aangepast zal zijn aan de behoeften van onze economie.

Het is echter duidelijk dat de eerste stap uit het definiëren van de behoeften zal bestaan. Men zou de door de Regio's opgestelde lijsten van beroepen waarvoor er aanwervingsrnoeilijkheden bestaan, kunnen gebruiken, naar het voorbeeld van dat wat momenteel geldt voor de onderdanen van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. De behoeften zullen moeten worden becijferd en het aanbod zal moeten worden bepaald.

Wat de personen voor wie dit aanbod bestemd is betreft, ga ik uit van het principe dat we allereerst gebruik moeten maken van de mogelijkheden van de Belgische arbeidsmarkt en middelen moeten zoeken om de beschikbare en niet-actieve arbeidskrachten te activeren en te mobiliseren. Vervolgens moeten we ons aan het principe van de communautaire preferentie houden door de voorkeur te geven aan de werknemers die met name uit de nieuwe lidstaten afkomstig zijn Indien deze maatregelen niet volstaan om onze behoeften te bevredigen zal men een beroep kunnen doen op de onderdanen van derde landen. De onderdanen van derde landen die illegaal in België verblijven zouden daarvoor in aanmerking komen.

2. Het regeerakkoord van maart voorziet dat in overleg met de gewesten en de sociale partners op korte termijn een mogelijkheid van economische migratie wordt ingevoerd, rekening houdend met de huidige reserves op de arbeidsmarkt en de effecten van de nakende opheffing van de beperkingen op het vrij verkeer van werknemers van de nieuwe Europese lidstaten. Ondertussen is het debat met de Regio's eveneens geopend. In de regering heeft nog geen overleg plaatsgehad. Dit zal spoedig gebeuren.

3. De federale minister van Tewerkstelling wordt natuurlijk betrokken bij de reflectie.

4. Zoals al aangekondigd was, werd reeds door mijn voorganger contact opgenomen met de minister van Tewerkstelling en de bevoegde regionale ministers. De Duitstalige Gemeenschap neemt ook deel aan de debatten, aangezien deze competentie door de Waalse Regio aan de Duitstalige Gemeenschap werd overgedragen.

5. De ontmoeting met de sociale partners is voorzien. Tot nu toe werd er nog geen datum vastgelegd.

6. Het is voorbarig om over de resultaten te spreken. Het gaat om een complex dossier waarbij verschillende bevoegdheidsniveaus en meerdere gesprekspartners betrokken zijn.

Enerzijds moeten we beginnen met het evalueren van de behoeften en ons ervan vergewissen dat het beoogde model van de economische migratie deze behoeften zal kunnen bevredigen, anderzijds moeten we nagaan wat de gevolgen van het opnieuw openen van de poorten van de economische migratie op termijn zouden kunnen zijn en ons ervan vergewissen dat deze gevolgen zullen kunnen worden gedragen.

7. Het is nog te vroeg om op deze vraag een antwoord te kunnen geven.