Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-634

van Nahima Lanjri (CD&V N-VA) d.d. 3 april 2008

aan de minister van Migratie- en Asielbeleid

Asiel- en migratiebeleid - Europese richtlijnen - Omzetting in de Belgische wetgeving

richtlijn (EU)
nationale uitvoeringsmaatregel
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
migratie
politiek asiel
asielzoeker

Chronologie

3/4/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/5/2008 )
27/6/2008 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-366

Vraag nr. 4-634 d.d. 3 april 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De huidige Belgische wetgeving met betrekking tot asiel en migratie schendt op een aantal vlakken bepaalde Europese richtlijnen. Het gaat om maatregelen of om de uitvoering van genomen wetten die niet kunnen uitgesteld worden omdat ons land anders veroordelingen riskeert.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1. De huidige Belgische regelgeving schendt de procedurerichtlijn 2005/85 (die tegen 1 december 2007 diende omgezet te worden) doordat tot op heden nog geen volle rechtsmacht is toegekend aan de Raad voor Vreemdelingen en doordat een asielaanvraag nog steeds kan afgewezen worden op louter formele gronden.

Welke maatregelen stelt hij voorop om de Belgische regelgeving in overeenstemming te brengen met de procedurerichtlijn 2005/85?

Welke termijn stelt u voorop om deze maatregelen uit te voeren?

2. De richtlijn 2004/38 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de unie en hun familieleden diende tegen 30 april 2006 omgezet te worden. De richtlijn 2003/109 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen moest tegen 23 januari 2006 omgezet worden.

Inzake beide richtlijnen stemde het Belgische parlement op 25 april 2007 een wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Om de richtlijn 2004/38 niet te schenden moet naast de uitvoering van de wet van 25 april 2007 ook nog volle rechtsmacht worden toegekend aan de Raad voor Vreemdelingen.

Bereid de geachte minister de uitvoering van deze wet voor?

Welke maatregelen stelt hij voorop om de Belgische regelgeving volledig in overeenstemming te brengen met de richtlijn 2004/38 en binnen welke termijn?

3. Welke Europese richtlijnen in het kader van asiel- en migratiebeleid moeten nog volledig of gedeeltelijk omgezet worden in Belgische regelgeving?

Antwoord ontvangen op 27 juni 2008 :

1. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft wel degelijkheid volheid van rechtsmacht in asieldossiers. De Raad onderwerpt het geschil in zijn geheel aan een nieuw onderzoek, en doet als administratieve rechter in laatste aanleg uitspraak over de grond van het geschil. De Raad kan de beslissing van de commissaris-generaal hervormen of bevestigen, ongeacht het motief waarop de commissaris-generaal de bestreden beslissing heeft gesteund. De asielzoeker heeft bovendien de mogelijkheid om nieuwe elementen in te roepen voor de Raad.

De weigering van een asielaanvraag om louter formele gronden is in theorie nog voorzien in de vreemdelingenwet, maar in de praktijk wordt een negatieve beslissing nooit enkel gemotiveerd op deze formele gronden. Dit is zeker het geval sinds 1 december 2007. De huidige asielprocedure is in de praktijk dus in overeenstemming met de richtlijn 2005/85.

Het artikel 52 van de vreemdelingenwet, dat deze formele gronden opsomt, zal alleszins nog aangepast worden. De koninklijke besluiten van 11 juli 2003, over de werking van het commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en het asieldepartement van de dienst Vreemdelingenzaken, dienen eveneens aangepast te worden.

Ter informatie kan ik nog meedelen dat het Hof van justitie bij arrest van 6 mei 2008 (zaak C-133/06) een aantal bepalingen van deze richtlijn vernietigd heeft.

2. Op 7 mei 2008 werden twee koninklijke besluiten uitgevaardigd die uitvoering geven aan de wet van 25 april 2007 voor wat betreft de bepalingen die verband houden met de richtlijn 2004/38 betreffende het recht van vrij verkeer. Voor de richtlijn 2003/109 over langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, zijn de vereiste ontwerpen van koninklijk besluit momenteel voorgelegd aan de Raad van State voor advies.

Het huidig schorsend annulatieberoep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen komt tegemoet aan de beroepsmogelijkheid voorzien in richtlijn 2004/38. Overeenkomstig artikel 31 van deze richtlijn moet in beroep de wettigheid van de beslissing onderzocht kunnen worden, evenals de feiten en omstandigheden die deze beslissing rechtvaardigen. Het annulatieberoep komt hieraan tegemoet, doordat het inderdaad nagaat of de ingeroepen feiten volstaan als rechtvaardiging voor de betrokken beslissing. Het Grondwettelijk Hof heeft bovendien reeds herhaaldelijk geoordeeld dat het analoge annulatieberoep bij de Raad van State "een daadwerkelijke jurisdictionele waarborg, voor een onafhankelijk en onpartijdig rechtscollege" biedt (bijvoorbeeld arrest 6/2006, 18 januari 2006). Overigens is deze discussie reeds aan bod gekomen tijdens de bespreking van de wet van 15 september 2006 waarbij de RVV opgericht werd.

3. Er zijn momenteel geen andere asiel- of migratierichtlijnen die nog formeel omgezet moeten worden. Zoals toegelaten door richtlijnen 2003/86 en 2004/114 zullen echter een aantal wijzigingen aangebracht worden in de vreemdelingenwet voor wat betreft gezinshereniging met niet-Europese Unie (EU)-onderdanen en het verblijf van niet-EU-studenten.

Wat betreft de richtlijn 2004/114 voldoet België reeds aan de minimumnormen die opgelegd worden door deze richtlijn. Hoe dan ook voorziet de minister nog dit jaar een aantal aanpassingen in de vreemdelingenwet in verband met het verblijf van niet-EU-studenten. Binnen afzienbare tijd zal hierover overleg worden gepleegd met de gemeenschappen.