Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-59

van Joris Van Hauthem (Vlaams Belang) d.d. 7 november 2007

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn

FOD FinanciŽn Ė Wervingsbeleid (Statistieken - Scheeftrekkingen ten nadele van de Nederlandstaligen - Wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken)

gewesten en gemeenschappen van BelgiŽ
taalgebruik
belastingadministratie
aanwerving
ministerie

Chronologie

7/11/2007 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/12/2007 )
5/12/2007 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-11

Vraag nr. 4-59 d.d. 7 november 2007 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De krant De Standaard heeft ons erop gewezen dat de geachte minister tijdens de twee legislaturen dat hij de FOD FinanciŽn beheerde, daar gebruik van zou hebben gemaakt om in zijn wervingsbeleid de Franstaligen ruim voor te trekken. Tijdens de tweede legislatuur zou hij de scheeftrekkingen nog sterker hebben doorgetrokken dan tijdens de eerste legislatuur.

1. Kan de geachte minister de cijfers bevestigen die in De Standaard zijn verschenen? Kan hij mij een volledig overzicht overhandigen, zowel globaal als in detail, van de aanwervingen die in zijn departement zijn gebeurd en dit voor zowel de eerste legislatuur als de tweede, en uiteraard opgesplitst volgens taalrol?

2. Hoe verklaart hij deze scheeftrekkingen en zijn deze nog verantwoord in het licht van de wetten van 18†juli†1966 op het gebruik van de talen inbestuurszaken die zeer precies bepalen volgens welke evenwichten en verdeelsleutels de aanwervingen moeten gebeuren?

3. Bevestigt hij, zoals in De Standaard door een vakbondsman wordt beweerd, dat hij er meermaals op gewezen werd dat er scheeftrekkingen plaatsgrepen? Zo ja, op welke wijze heeft hij gereageerd ten aanzien van de betrokken klagers en hoe heeft hij gereageerd voor wat de grond van de problematiek betreft?

Antwoord ontvangen op 5 december 2007 :

Tussen 2000 en 2003, werden 1 618 ambtenaren van de niveaus A en B aangeworven bij de FOD Financiën. De verdeling volgens de taalrollen is als volgt :

— wat niveau A betreft : 355 Nederlandstalige aanwervingen en 458 Franstalige aanwervingen;

— wat niveau B betreft : 416 Nederlandstalige aanwervingen en 389 Franstalige aanwervingen.

Vanaf het moment dat het eerste personeelsplan in voege is getreden in 2004 tot nu, werden 1 370 ambtenaren van niveau A en B in dienst genomen. De verdeling volgens de taalrollen is als volgt :

— wat niveau A betreft : 327 Nederlandstalige aanwervingen en 310 Franstalige aanwervingen;

— wat niveau B betreft : 251 Nederlandstalige en 482 Franstalige aanwervingen.

Al deze aanwervingen gebeurden met inachtneming van de desbetreffende taalwetgeving.

Sinds 2004 wordt het aantal aanwervingen in het personeelsplan jaarlijks bepaald per niveau. De verdeling per taalrol stemt overeen met de behoeften van elke administratie. Het grootste gedeelte van de betrekkingen voorzien in het personeelsplan kon aan Franstalige zijde zonder moeilijkheden worden ingevuld. Aan Nederlandstalige kant blijven er betrekkingen openstaan (691 op dit ogenblik) en zijn ze moeilijk in te vullen.

De verschillen zijn te wijten aan het feit dat de Nederlandstaligen zich minder aangetrokken voelen tot functies bij de federale overheidsdiensten.

Wat bijvoorbeeld de selectie betreft voor financieel deskundigen die in 2006 werd georganiseerd voor de FOD Financiën, schreven slechts 781 Nederlandstalige kandidaten in ten opzichte van 1 749 Franstalige kandidaten.

Voor 2008 worden de selecties voor de betrekkingen van inspecteurs bij een fiscaal bestuur en van financieel deskundigen enkel georganiseerd voor Nederlandstalige kandidaten. Daarenboven wordt voor het ogenblik werk gemaakt van een grote informatiecampagne om een maximaal aantal kandidaten aan te trekken.