Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5253

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 7 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Kinderrechten - Aandacht - Begroting - Strategische doelstellingen voor 2009

rechten van het kind
rijksbegroting

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
22/1/2010 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-3647

Vraag nr. 4-5253 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Verdrag voor de rechten van het kind van 1989 werd door BelgiŽ op 16 december 1991 geratificeerd en trad er in werking op 15 januari 1992.

Het Verdrag werd in 2002 gevolgd door een Verenigde Naties (VN) Actieplan onder de naam ď†A World fit for Children†ď. Dit document, dat tien concrete actiepunten formuleert, vraagt onder andere aan alle Lidstaten dringend werk te maken van een nationaal actieplan.

Ter uitvoering van deze internationale engagementen nam BelgiŽ op 4 september 2002 een wet aan tot instelling van een jaarlijkse rapportage over de toepassing van het VN-Kinderrechtenverdrag. De regering dient zo het Parlement jaarlijks op de hoogte te houden van haar beleid.

Daarnaast keurde de Ministerraad op 8 juli 2005 het nationale actieplan inzake de rechten van het kind (2005Ė2012) goed met het oog op de toepassing van het Verdrag.

Hierdoor heeft BelgiŽ er zich concreet toe geŽngageerd de nodige maatregelen te nemen om de rechten van kinderen daadwerkelijk te realiseren. Deze opdracht vergt een volgehouden politieke wil en ook het vrijmaken van de nodige financiŽle middelen.

Het federaal kinderrechtenbeleid is een horizontaal beleid. Alle beleidsdomeinen hebben immers raakvlakken bij de rechten en belangen van kinderen en jongeren.

Elke federale minister, regeringslid, staatssecretaris en overheidsdienst heeft binnen het eigen bevoegdheidspakket de verantwoordelijkheid om het kinderrechtenbeleid te bewaken en een kindvriendelijke dimensie toe te passen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1.Welke waren de strategische doelstellingen inzake kinderrechten in 2009?

2.Hoeveel middelen werden ingeschreven in de begroting voor 2009, in globo en per post, ter verwezenlijking van de kindvriendelijke dimensie van het beleid?

Antwoord ontvangen op 22 januari 2010 :

A. Luik Volksgezondheid

Hierna de meest belangrijke strategische projecten met betrekking tot de kinderrechten die ingesteld werden in 2009.

Voeding

Het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan (NVGP) (2006-2010) omvat verschillende specifieke strategische doelstellingen die gericht zijn op de verbetering van de voeding en lichaamsbeweging van kinderen (zuigelingen, kinderen tot 3 jaar, kinderen van 3 tot 12 jaar en 12 tot 18 jaar).

1. Communicatie en informatie.

Het NVGP heeft de verspreiding voorgezet van nutritionele gidsen voor ouders van kinderen van 0 tot 3 jaar, kinderen van 3 tot 12 jaar en adolescenten van 12 tot 18 jaar via de Babyboom- en Life 2-beurs en via aanvragen ontvangen via de website www.mijnvoedingsplan.be.

Een campagne gericht op de vermindering van het zoutgebruik werd gelanceerd (www.stophetzout.be). Deze problematiek is in het bijzonder van belang voor kinderen, omdat de maximale dagelijkse limiet voor zout voor hen zeer laag is.

Ook werden 2 brochures gepubliceerd rond het belang van specifieke micronutriënten voor de foetus, zuigelingen, kinderen en adolescenten (één rond calcium en vitamine D en een ander rond ijzer, foliumzuur en jodium).

Tot slot was de voeding van zuigelingen het onderwerp van specifieke acties die gericht waren op gezondheidsprofessionele en organisaties gericht op kinderen (ONE, Kind en Gezin). Daarenboven werden 4 affiches en een nieuwsbrief rond de specifieke behoeften van kinderen van 0 tot 3 jaar gerealiseerd.

2. Promotie van borstvoeding.

Voor de periode 2008-2009 werden volgende acties ondernomen met betrekking tot deze doelstelling:

- jaarlijkse ondersteuning van het Federaal Borstvoedingscomité (FBVC) voor het Babyvriendelijk Ziekenhuis Initiatief (14 ziekenhuizen hebben al het label verworven in 2008 en 2009, 16 zijn lopende voor 2010);

- publicatie van de jaarlijkse affiche in het kader van de week van de borstvoeding;

- organisatie van een wetenschappelijk symposium op 2 oktober 2009 voor de gezondheidsprofessionelen teneinde de prevalentie van borstvoeding te verbeteren in België;

- lancering van een televisiespot in oktober 2009 die de “normalisatie” beoogt van borstvoeding in onze maatschappij.

3. Optimalisatie van de status van micronutriënten.

In 2009 werd een strategie voor de optimalisatie van de jodiumstatus gelanceerd en geconcretiseerd door middel van een convenant met de broodsector dat erop gericht is om voor brood met jodium verrijkt zout te gebruiken. Men heeft inderdaad gemerkt dat zelfs een licht jodiumtekort de optimale ontwikkeling van de hersenen bij pasgeboren negatief kan beïnvloeden. Eind 2009 zal dus een wetenschappelijke studie bij 1200 kinderen van 6 tot 12 jaar gelanceerd worden om de jodiumstatus op te volgen. Daarnaast is sinds het begin van het jaar een jaarlijkse monitoring georganiseerd om de status van TSH (indicator voor de jodiumstatus) bij alle pasgeboren op te volgen.

4. De verzameling van gegevens rond de voedingsgewoonten

De voorbereiding van alle aspecten nodig voor de realisatie van een nationale voedselconsumptiepeiling bij kinderen van 4 tot 16 jaar is lopende sinds 2008 en zal gefinaliseerd worden eind van dit jaar.

In het kader van het NVGP was een budget van 796.000 euro beschikbaar, waarvan ongeveer 80 % besteed werd of zal worden aan de voornoemde acties gericht op de bescherming van kinderen.

II. Op het gebied van de voedingsclaims schaart mijn administratie zich achter de Europese aanpak van Verordening (EG) nr. 1924/2006 die erop gericht is in het bijzonder de kinderen voor wie de “gezondheidsboodschappen” in reclame voor en de etikettering van voedingsmiddelen bedoeld zouden zijn, te beschermen. Enerzijds is het aantal toegelaten claims voor eersteleeftijdsmelk strikt beperkt. Anderzijds is er een bijzondere toelatingsprocedure opgezet voor claims in verband met de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen. In de periode 2008-2009 heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een veertigtal dossiers behandeld. Nog geen tiental werden kregen een positief advies.

III. Kinderen worden als een hoogrisicopopulatie beschouwd als het gaat om ziekten die veroorzaakt worden door chemische of microbiologische contaminanten. De uitwerking van specifieke normen voor voeding voor zuigelingen en kleine kinderen en van normen voor andere soorten voedingsmiddelen die rekening houden met het feit dat kinderen bijzonder gevoelig zijn, vormt een permanente doelstelling. Er werden verschillende acties ondernomen op het vlak van communicatie/educatie, ofwel via de website www.health.fgov.be ofwel aan de hand van nota’s aan de betrokken kinderorganisaties (bijvoorbeeld: infantiel botulisme, kwaliteit en geschiktheid van water voor de bereiding van zuigflessen).

Alcohol

De ministers van Volksgezondheid ondertekenden in juni 2008 een Gemeenschappelijke Verklaring betreffende het toekomstige alcoholbeleid. Deze Verklaring beschrijft de basisprincipes die moeten gehanteerd worden in een nationaal alcoholbeleid, alsook de prioritaire doelgroepen en concrete maatregelen. Sinds 2008 wordt deze verklaring besproken tussen bevoegde ministers. Kinderen, jongeren en zwangere vrouwen worden expliciet genoemd. In deze optiek heb ik, onder meer, een wijziging in de wetgeving op de verkoop van alcoholhoudende dranken aan minderjarigen opgesteld. Deze wijziging, die het verkoopsverbod verduidelijkt en uitbreidt.

Een convenant, dat in 2005 werd getekend, tussen de minister van Volksgezondheid, de alcoholproducerende en -distributiesector, de horeca en de consumentenorganisaties inzake gedrag en reclame met betrekking tot alcoholhoudende dranken zal geïnstitutionaliseerd worden. Dit convenant richt zich expliciet en exclusief naar minderjarigen.

Bovendien werd aan de Hoge Gezondheidsraad een advies gevraagd betreffende zwangerschap en het gebruik van alcohol. Dit advies werd al uitgebracht. Hierrond zal verder gesensibiliseerd worden, in samenwerking met de preventie- en hulpverleningssector, voor een totaalbedrag van 300.000 euro, aangerekend op de algemene uitgavenbegroting.

Daarnaast werden enkele vernieuwende projecten gefinancierd betreffende kinderen van ouders met een alcohol of drugprobleem, zwangere vrouwen, opvoedingsondersteuning aan ouders, informatietools voor jongeren, behandelingsprogramma''s voor jongeren met een cannabisprobleem, enz. en dit voor een totaalbedrag van 2.382.493,36 euro. Deze middelen worden zowel gefinancierd vanuit de algemene uitgavenbegroting (sinds 2004) als het Fonds ter bestrijding van de verslavingen (sinds 2006).

Tabak

In 2009 waren de nagestreefde doelstellingen de volgende :

1. Jongeren beter waarschuwen voor de kwalijke gevolgen van roken. De verplichting om de Tabak Stop Lijn op ieder pakje sigaretten te vermelden en de verplichting om op ieder pakje sigaretten nieuwe waarschuwingsfoto’s te plaatsen die specifiek bedoeld zijn voor jongeren, vallen onder deze doelstelling.

2. Jongeren en kinderen beter beschermen tegen passief roken.

3. Het Kankerbestrijdingsplan waarvan een eerste initiatief gericht is op de bestrijding van het tabaksgebruik, uitvoeren.

4. Het aantal controles opvoeren met 5000 eenheden. Deze controles zijn gericht op het verbod op de verkoop aan minzestienjarigen, het verbod op reclame (het zijn vooral jongeren en kinderen die erg beïnvloed worden door reclame) en het rookverbod op plaatsen waar jongeren en kinderen komen. Om dit actieplan uit te voeren hebben wij 6 bijkomende controleurs aangeworven in 2009. Hun aanwerving zal in 2010 hernieuwd worden voor een jaarlijks budget van 200.000 euro.

Gezondheidszorgvoorzieningen, Dienst acute, chronische en ouderenzorg

In 2009 had het Directoraat-generaal Gezondheidszorgvoorzieningen, Dienst acute, chronische en ouderenzorg van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid de volgende strategische doelstellingen rond kinderrechten :

1° Bevordering van borstvoeding in de ziekenhuizen :

Borstvoeding is de normale voedingswijze van de pasgeborene en het jonge kind. Wereldwijd is er in de pediatrie een consensus over de voordelen ervan. Borstvoeding draagt bij tot maatregelen inzake preventie en toegankelijke gezondheidszorg voor iedereen en tot de levenskwaliteit. Sinds vele jaren krijgen pasgeborenen en jonge kinderen heel vaak kunstmatige voeding. Daarom is het noodzakelijk geworden om borstvoeding te promoten en te beschermen, dat is het doel van dit project. De Internationale Code over de commercialisering van moedermelkvervangende producten, en het Belgisch koninklijk besluit dat daarbij aansluit, vormen daarvan het minimale kader. Anderzijds is het nodig geworden om borstvoeding te promoten en te ondersteunen, en dat is waar dit project toe strekt.

Het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) is een stimulerend initiatief voor de promotie van borstvoeding. Het werd gelanceerd en gepromoot door de WGO samen met UNICEF in 1992 en zoekt manieren om de gezondheidsdiensten die met moederschap en pasgeborenen te maken hebben te motiveren en te ondersteunen zodanig dat ze de moeders een kwaliteitsvolle begeleiding rond borstvoeding aanbieden. De competenties van de beroepbeoefenaars is een beslissende factor in de keuze voor en de duur van de borstvoeding. Het label “Baby friendly Hospital” van de WGO en van UNICEF wordt toegekend aan gezondheidsinstellingen die beantwoorden aan de wereldwijde criteria van het BFHI, na een evaluatie die werd gedaan door experts die niet met het ziekenhuis verbonden zijn.

De toekenning van het label is onderworpen aan :

De uitvoering van het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) is een prioritaire opdracht voor het Federaal Borstvoedingscomité (FBVC).

Budget van het project in 2009 : 185.000 euro.

2°. Pediatrische liaisonteams Ontwikkeling van specifieke zorgtrajecten om ervoor te zorgen dat zwaar zieke kinderen (pathologieën van onco-hematologische, neuromusculaire, cardiale, pulmonaire, metabolische aard enz…) thuis kunnen worden verzorgd. Curatieve, palliatieve, post-palliatieve zorgen worden gecoördineed door een liaisonteam dat instaat voor de zorgcoördinatie tussen het ziekenhuis en de eerstelijnsteams.

Het budget toegekend aan het project “Pediatrische liaisonteams” werd in 2009 verdubbeld in het kader van het Nationaal Kankerplan

Budget 2009 : 772.000 euro.

3° Externe evaluatie van de zorgkwaliteit in de ziekenhuispediatrie : oprichting van een college van geneesheren voor het zorgprogramma voor kinderen, benoeming van de leden.

Budget 2009 : 30.000 euro.

4°. Opzetten van het actieproject inzake sensibilisering over intrafamiliaal geweld bestemd voor beoefenaars in ziekenhuismilieu.

Dit werd toevertrouwd aan 2 experts (een Nederlandstalige en de andere Franstalige), belast met het organiseren van 1.12.2008 tot 30.09.2009 van opleidingsdagen in 18 ziekenhuizen, als volgt verdeeld:

Deze opleiding is bestemd voor de gezondheidswerkers die betrokken zijn bij deze problematiek: de artsen, de verpleegkundigen, het obtvangstpersoneel en de maatschappelijk werkers, onder meer van de pediatrie, de materniteit en de spoedgevallenddienst.

5° Voortzetting van de sensibiliseringsacties rond intrafamiliaal geweld in de ziekenhuizen, in functie van de resultaten van de evaluatie.

Toegekende budgetten in 2009 voor de posten 4° en 5° : 92.000 euro.

Voor wat betreft de geestelijke gezondheidszorg wordt in mijn algemene beleidsnota van 31 oktober 2008 verwezen naar het Regeerakkoord waarin de klemtoon werd gelegd op de verdere invulling van de hiaten in het zorgaanbod, zowel voor de bestaande doelgroepen van kinderen en jongeren, volwassenen en ouderen als voor nieuwe doelgroepen zoals volwassenen met een dubbele diagnostiek (meer bepaald personen met een mentale handicap en gedragsproblemen). Er zullen extra impulsen worden gegeven om te komen tot een reorganisatie van de residentiële geestelijke gezondheidszorg naar meer gemeenschapsgerichte zorg.

Voor wat de doelgroep kinderen en jongeren betreft, werd in 2006 de nieuwe wet op de jeugdbescherming gepubliceerd. Vandaar dat in 2007 en in 2008 extra middelen werden voorzien voor de uitwerking van een zorgprogramma van forensisch jeugdpsychiatrische zorg als onderdeel van de doelgroep kinderen en jongeren. De middelen voor 2008 waren echter onvoldoende om een bijkomend residentieel aanbod voor deze doelgroep op te richten. Vandaar dat in het budget 2009 een complement werd voorzien opdat vanaf 1 januari 2009 6 nieuwe intensieve behandelunits kunnen worden opgestart waardoor een antwoord wordt geboden aan de uitvoering van het artikel 37, § 2, van de wet op de jeugdbescherming.

De laatste jaren werden al heel wat middelen geïnvesteerd in de uitbouw van een forensisch netwerk als onderdeel van een ruimer zorgprogramma voor kinderen en jongeren. Voor gans België werd het aantal intensieve behandelingsbedden bijkomend verhoogd. Hiertoe werd een protocolakkoord ondertekend door de bevoegde Federale, Gemeenschaps- en Gewestministers.

Deze afspraken werden omgezet in overeenkomsten. Op 8 december 2008 werd een aanhangsel bij dit protocol ondertekend. De verdere uitbouw van het gespecialiseerd residentieel aanbod voor kinderen en jongeren wordt gerealiseerd door het opstarten van 6 nieuwe eenheden van telkens 8 bedden : 3 in Vlaanderen, 1 in Brussel en 2 in Wallonië.

In die zin werd het uitbestede budget voor het pilootproject ‘FOR K’ opgetrokken van 10 574 230,94 euro in 2007 naar 12 915 517,74 in 2008 en 17 592 548,83 euro voor 2009.

Ook het niet-residentiële aanbod voor kinderen en jongeren, en meer bepaald de opvang, begeleiding en behandeling van deze doelgroep in de thuissituatie of in een thuisvervangend milieu, dat uitgebouwd wordt door middel van de ontwikkeling van de zogenaamde outreachingmodule in het pilootproject ‘GGZ-jeugd met betrekking tot psychiatrische zorg voor kinderen en jongeren in de thuissituatie door middel van outreaching’ heeft hier een belangrijke plaats.

Even in herinnering brengen dat in dit pilootproject vanuit een psychiatrisch of een algemeen ziekenhuis (PZ of AZ) mobiele teams gecreëerd worden in samenwerking met één of meer geïntegreerde diensten voor thuisverzorging (GDT), en één of meer centra voor geestelijke gezondheidszorg. Deze teams bestaan uit ten minste 0,25 VTE kinderpsychiater, tenminste 1 VTE kinderpsycholoog en tenminste 1 VTE psychiatrische verpleegkundige en komen bij kinderen en jongeren thuis, of in het thuisvervangend milieu, en bieden daar een individuele begeleiding aan.

Dergelijke teams functioneren tevens in het kader van het pilootproject FOR K. Dit is wel enigszins anders daar deze mobiele teams voornamelijk functioneren in andere voorzieningen van de module intensieve behandeling, terwijl de teams uit het pilootproject ‘GGZ-jeugd m.b.t. psychiatrische zorg voor kinderen en jongeren in de thuissituatie d.m.v. outreaching eerder in het thuismilieu van de patiënt functioneren.

Daarnaast werd tijdens de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid van 2 maart 2009 een eerste aanzet van inventaris over het zorgaanbod voor de doelgroep ‘kinderen en jongeren voorgelegd. De intentie bestaat er in om na de volledige inventaris van wat er momenteel bestaat aan zorgaanbod en op basis van goede praktijken zowel op nationaal als internationaal niveau te komen tot een concreet plan van aanpak. Er is zeker nood aan een volledig overzicht van het bestaande zorgaanbod voor deze doelgroep als men het GGZ-beleid wil afstemmen op de behoeften en zorgvragen van kinderen en jongeren met een psychische of psychiatrische problematiek.

Ondertussen werd in de schoot van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen binnen de permanente werkgroep ‘psychiatrie’ een ad hoc werkgroep ‘kinder- en jeugdpsychiatrie’ opgericht, met als missie een antwoord te bieden op de vragen of het bestaande aanbod aan K-bedden (volledige en gedeeltelijke hospitalisatie) dient uitgebreid te worden (= programmatie); op welke manier het aanbod aan bedden/plaatsen voor kind- en jeugdpsychiatrische opvang, begeleiding en behandeling dient gediversifieerd te worden (=differentiatie) en of in het verlengde daarvan uitspraken kunnen gedaan worden of conclusies getrokken over de honoraria van de kind- en jeugdpsychiaters.

Het doel is om aan de leden van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid een specifiek dossier met een inventaris van de problemen in de psychiatrische hulpverlening voor de doelgroep van de kinderen en de jongeren, een timing en planning over te maken.

B. Luik Sociale Zaken

Hierna vindt u een overzicht van de belangrijkste strategische doelstellingen inzake kinderrechten en, indien mogelijk, van de middelen die in 2009, op het vlak van de rechten van het kind aangewend werden in volgende takken van de sociale zekerheid.

Geneeskundige verzorging en uitkeringen

Wat het Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsverzekering betreft, werd in 2009 bijzondere aandacht besteed aan de problematiek van de chronisch zieken waarbij ook maatregelen zijn voorzien ten aanzien van kinderen en jongeren.

Bovendien wordt in het kader van therapeutische projecten geestelijke gezondheidszorg aandacht besteed aan de kinder- en jeugdpsychiatrie en het verbeteren van de zorgcoördinatie voor kinderen met bepaalde ontwikkelingsstoornissen.

Tenslotte werd ook reeds beslist om een overeenkomst af te sluiten met vijf referentiecentra voor kindernefrologie

Arbeidsongevallen en beroepsziekten

Artikel 56 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen wijzigt het artikel 14 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.

De bedoeling van één van deze wijzigingen is om te eisen dat de adoptieprocedure werd aangevat vóór het overlijden van het slachtoffer van een arbeidsongeval en niet dat ze is afgerond, opdat het geadopteerde kind zou worden beschouwd als een rechthebbende.

Artikel 33 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970 verwijst naar het artikel 14 van de voormelde wet van 10 april 1970, zodat dit ook geldt voor het geadopteerde kind rechthebbende van het slachtoffer van een beroepsziekte

Gezinsbijslag voor werknemers en gewaarborgde gezinsbijslag

1. Kinderen met een aandoening

-Voortzetting en afronding van de hervorming van het recht op kinderbijslag voor kinderen met een aandoening.

Het mechanisme voor de evaluatie van de aandoening van sommige kinderen is grondig hervormd door de programmawet van 24 december 2002 en door het koninklijk besluit van 28 maart 2003 ter uitvoering van die wet.

Het nieuwe mechanisme gold destijds voor kinderen geboren na 1 januari 1996. Het is daarna uitgebreid tot kinderen geboren tussen 1 januari 1993 en 1 januari 1996. Vanaf 1 mei 2009 is het nieuwe evaluatiesysteem voor het recht op de verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een aandoening ook van toepassing voor kinderen geboren vóór 1 januari 1993.

Alle kinderen met een aandoening zullen voortaan aan hetzelfde evaluatiesysteem onderworpen worden.

- Versoepeling van de toekenningsvoorwaarden van het verhoogd bedrag aan kinderbijslag voor deze groep kinderen.

Het koninklijk besluit van 12 februari 2009 versoepelt de toekenningsvoorwaarden van het recht op verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een genetische of chromosomale aandoening. Als de aandoening vastgesteld wordt in de eerste twee levensjaren en ze een lage ontwikkelingsquotiënt impliceert, wordt de verhoogde kinderbijslag toegekend vanaf de geboorte.

Deze maatregel is van kracht sinds 16 maart 2009.

Budgettaire raming 2009: 275.000 euro.

2. Kinderen van een werkloze of van een invalide of van een aanvrager van gewaarborgde gezinsbijslag

Het kind van een werkloze, een invalide of een gepensioneerde kan onder bepaalde voorwaarden recht geven op een maandelijkse toeslag op de kinderbijslag (art. 42bis en 56, § 2, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders (SW)).

Een van die voorwaarden is een inkomstenvoorwaarde: wanneer de inkomsten van de werkloze, de invalide of de gepensioneerde een bepaalde grens overschrijden, is er geen recht op de toeslag. Om deze grens te evalueren moet men rekening houden met alle inkomsten of bestaansmiddelen van, naargelang het geval, de betrokkene of zijn gezin, met uitzondering van de forfaitaire bijslag voor de hulp van een derde evenals de uitkeringen die hetzelfde doel nastreven.

De gewaarborgde gezinsbijslag wordt eveneens toegekend onder bepaalde voorwaarden. De bestaansmiddelen per kwartaal waarover de persoon die het kind ten laste heeft, zijn niet feitelijk of van tafel en bed gescheiden echtgenoot of een andere persoon dan een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad met wie hij een feitelijk gezin vormt, beschikt mogen een bepaald bedrag niet overschrijden.

Een ontwerp van koninklijk besluit beoogt de uitsluiting uit deze inkomsten of deze bestaansmiddelen van tegemoetkomingen die worden toegekend om het verlies of vermindering van zelfredzaamheid op te vangen. Deze tegemoetkomingen worden toegekend om personen met een beperkte autonomie te helpen zich beter te integreren in het sociaal leven.

De concretisering van dit ontwerp zal de voorwaarden versoepelen waaronder het kind recht geeft op een toeslag en op gewaarborgde gezinsbijslag.

3. Voorwaarde van verblijf van de aanvrager van gewaarborgde gezinsbijslag en de student die rechthebbende is op kinderbijslag

Het Grondwettelijk Hof sprak op prejudiciële vraag een arrest uit betreffende artikel 1, zesde lid, van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van de gewaarborgde gezinsbijslag.

In de regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag, ingesteld door de wet van 20 juli 1971, wordt de bijslag toegekend onder bepaalde voorwaarden zowel uit hoofde van de aanvrager (artikel 1 van de wet) als van het kind (artikel 2 van de wet). Aangezien dit een residuaire regeling is zonder bijdrageplicht, wordt meer bepaald van de aanvrager een voldoende band met België verwacht.

In zijn arrest meent het Hof dat de wetgever gegronde redenen heeft om van de aanvrager een voldoende band met België te eisen, maar meent dat deze band voldoende is vastgesteld wanneer het kind voor wie de bijslag wordt aangevraagd o.m. de Belgische nationaliteit heeft. Het Hof beslist dus dat de wettelijke bepaling die een voorwaarde van effectief en ononderbroken verblijf oplegt aan de aanvrager op het Belgisch grondgebied gedurende de vijf jaar vóór het indienen van de aanvraag, een inbreuk vormt op de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, omdat hij van toepassing is op de buitenlandse aanvrager van gewaarborgde gezinsbijslag die is toegelaten of gemachtigd in België te verblijven of er zich te vestigen en de wettelijke vrijstelling van de verblijfsvoorwaarde niet kan krijgen, terwijl het kind dat hij ten laste heeft de Belgische nationaliteit heeft.

Om de vastgestelde ongrondwettelijkheid weg te werken werd een wetswijziging genomen dat erin bestaat om wettelijke vrijstelling te verlenen van de verblijfsvoorwaarde aan de persoon die gewaarborgde gezinsbijslag aanvraagt voor een Belgisch kind, maar ook voor elk kind dat onderdaan is van een Lidstaat van de Europese Unie of van een Staat die het Europees Sociaal Handvest goedkeurde of het (herziene) Europees Sociaal Handvest, of nog voor het kind dat staatsloze of vluchteling is. Namens de Europese en internationale verbintenissen van België moeten deze kinderen namelijk op dezelfde manier behandeld worden als nationale.

In de werknemersregeling opent de rechthebbende student een recht op kinderbijslag op basis van artikel 56sexies SW voor kinderen die deel uitmaken van zijn gezin als hij een voldoende band met België vestigt, die het gevolg is van het verblijf van de aanvrager in België gedurende minstens vijf jaar op de datum van de indiening van de aanvraag.

Op basis van het arrest van het Grondwettelijk Hof bleek het noodzakelijk artikel 56sexies SW te wijzigen, zodat vrijstelling verleend wordt van de verblijfsvoorwaarde aan de student die kinderbijslag aanvraagt in de werknemersregeling voor een kind dat onderdaan is van een Lidstaat van de Europese Unie of van een Staat die het Europees Sociaal Handvest goedkeurde of het herziene Europees Sociaal Handvest, of nog voor een kind dat staatsloze of vluchteling is.

Deze wijzigingen zullen de voorwaarden versoepelen waaronder het kind gewaarborgde gezinsbijslag zal kunnen krijgen uit hoofde van een rechthebbende student.

Raming van de uitgaven: 525 751 euro op jaarbasis.

4. Inkomensgrenzen voor de toekenning van sociale toeslagen en de toeslag voor éénoudergezinnen

Twee koninklijke besluiten werden genomen om de inkomensgrenzen tot bepaling van enerzijds de toekenning van de sociale toeslagen voor tweeoudergezinnen, en anderzijds de toekenning van de toeslag voor éénoudergezinnen gelijk te schakelen met het maximumbedrag van de vergoeding voor invaliditeit verkregen in de sector geneeskundige verzorging en uitkeringen.

De inkomensvoorwaarde die de toekenning van deze toeslagen mogelijk maakt voor het rechtgevend kind ligt vandaag op 2 060,91 euro.

Daarnaast werd het sociaal supplement eenoudergezinnen gelijkgeschakeld voor het eerste en tweede kind met datgene dat geldt voor werkloze of gepensioneerde ouders.

Raming van de uitgaven: 764 416 euro op jaarbasis.