Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3778

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 9 juli 2009

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen

Intracommunautaire BTW-fraude - Risicoselectietechnieken - Automatisering

BTW
fraude
belastingfraude
Europese Unie
registratie van maatschappij
fiscale controle

Chronologie

9/7/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/8/2009 )
9/9/2009 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3779

Vraag nr. 4-3778 d.d. 9 juli 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Eťn van de cruciale elementen in de preventie van intracommunautaire BTW-fraude is voorkomen dat malafide ondernemers ten onrechte de beschikking krijgen over een geldig BTW-nummer en het kunnen gebruiken om handelingen te verrichten waarbij af te dragen BTW niet wordt betaald of BTW ten onrechte wordt teruggevorderd. Het Rekenhof wijst op het belang van een strikt selectiebeleid gebaseerd op risicoanalyse en het beveelt aan de toepassing en de automatisering van risicoselectietechnieken verder te intensifiŽren.

Welke maatregelen heeft u reeds genomen om te komen tot een betere toepassing en automatisering van de bestaande risicoselectietechnieken?

Antwoord ontvangen op 9 september 2009 :

Een eerste belangrijke maatregel met het oog op het vermijden van carrouselfraudes, is de oordeelkundige selectie van risicogevallen bij de toekenning van de BTW-identificatienummers. Deze selectie gebeurt thans op manuele basis aan de hand van criteria die door de administratie zijn vastgelegd en waarvoor wordt gevraagd deze systematisch toe te passen op alle aanvragen tot toekenning van BTW-identificatienummers. Deze procedure maakt tevens het voorwerp uit van de parlementaire vragen nrs. 1 100 van 3 september 2002 ( Vragen en Antwoorden, Kamer van volksvertegenwoordigers, 2002-2003, nr. 153, blz. 19 609 ); 243 van 30 januari 2003 ( Vragen en Antwoorden, Kamer van volksvertegenwoordigers, 2003-2004, nr. 33, blz. 5 130-5 133 ). De aanbevelingen van het Rekenhof teneinde de toepassing van de automatisering van de risicoselectietechnieken verder te intensifiëren worden voor wat het aspect «BTW-identificatieprocedure» betreft, gekaderd in de exploitatie van het datawarehouse binnen de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Om immers tot een volwaardige geautomatiseerde risiscoanalyse op het vlak van persoonsgegegevens te komen is in eerste instantie de exploitatie van een datamart met alle nodige gegevens, gekoppeld aan de ingediende aanvragen een absolute voorwaarde. Op technisch vlak is deze datamart nog niet exploiteerbaar, doch dit initiatief is wel lopende binnen FOD Financiën. De bedoeling moet zijn om a priori of ten minste binnen een zeer korte termijn na toekenning van een BTW-identificatienummer de risicovolle gevallen te kunnen selecteren met het oog op een specifieke behandeling. Ook in dit verband dient men er rekening mee te houden dat het niet uitreiken van het BTW-identificatienummer in gevallen waarin een daadwerkelijke economische activiteit wordt ontwikkeld om juridische redenen voorlopig uitgesloten blijft.

Voor wat de detectie van intracommunautaire fraude zelf betreft, hebben de reeds enige jaren toegepaste datamining-technieken door de OCS (Ondersteuningscel BTW- carrouselfraude) bij de bestrijding van BTW-carrouselfraude hun vruchten afgeworpen.

De schade die deze vorm van georganiseerde fraude berokkent kan op deze manier zeer sterk worden beperkt. De carrouselprofielen zijn bijzonder efficiënt omdat deze vorm van fraude sterk gekarakteriseerd is en derhalve het ontwikkelen van de profielen vereenvoudigt. Ieder profiel is gewijd aan een modus operandi. Binnen het domein van BTW-carrouselfraude kunnen we acht basis modus operandi onderscheiden (niet-indiener, buffer, kruisfacturatie, valse intracommunautaire leveringen, in-en outers, valse facturen, valse uitvoer en misbruik van de winstmargeregeling). Voor drie hiervan (buffers, kruisfacturatie en in- en outers) werd een profiel ontwikkeld, een vierde profiel zit in de onderzoeksfase (missing-traders). De profielen worden elke week geïmplementeerd om na te gaan of er nieuwe verdachte gevallen zich voordoen. Op deze wijze worden de fraudeurs opgemerkt zodra zij hun eerste frauduleuze handelingen verrichten.

Bovendien heeft de BBI in de loop van 2007 een belangrijk project opgestart betreffende het inputbeheer in het kader van de carrouselfraude. Concreet vergelijkt deze dienst alle signalen die mogelijke fraude kunnen onthullen, meer bepaald inlichtingen afkomstig van het buitenland en gegevens meegedeeld door onze eigen diensten. In dit kader zijn de dataming evenals de Eurocanet- en de Autocanet gegevens van de OCS een belangrijke bron van relevante signalen voor de selectie van de in aanmerking te nemen dossiers. De verwerking van Eurocanet- en van de Autocanetgegevens die door het inputbeheer verricht wordt is eveneens gebaseerd op een risicoanalyse, die hoofdzakelijk bestaat uit het vergelijken van de verschillende gegevens. De gegevens-documenten ontvangen van de buitenlandse belastingadministraties, aangaande transacties met Belgische klanten worden vergeleken met de door die Belgische belastingplichtigen ingediende BTW-aangiften.

Daarenboven werd door het input team een eerste proefproject voor het detecteren van “missing traders” opgestart. In tegenstelling tot de modellen die op dit ogenblik door de OCS gebruikt worden en gebaseerd zijn op de transactiestromen, berust het model dat momenteel ontwikkeld wordt voor een groot deel op de risicoanalyse van de identiteit.